Opkomstdrempel onder vuur

Referendum Minister Plasterk bekritiseert ‘dubbelzinnigheid’ door opkomstdrempel; diverse evaluaties voor de zomer.

Vóór de zomer moet er een stapeltje evaluaties over het referendum van woensdag liggen. Tot die tijd zeggen coalitiepartijen VVD en PvdA niks over wat zij vinden dat er anders moet aan de referendumwet.

Maar flinke kans dat de Kiesraad, de referendumcommissie en het ministerie van Binnenlandse Zaken – zij doen de onderzoeken – in elk geval de opkomstdrempel van 30 procent bekritiseren.

Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) zei donderdag dat de huidige regels ongelijke voorwaarden scheppen. Voorstanders van het associatieverdrag met Oekraïne hadden bij deze opkomst, 32,2 procent, reden om ervan te balen dat ze niet waren thuisgebleven. „Dubbelzinnigheid is niet goed voor de helderheid van een verkiezing en die hebben mensen nu wel ervaren”, zei Plasterk.

Ook wat ex-senator en hoogleraar politicologie Ruud Koole betreft verdwijnt de opkomstdrempel weer uit de wet. Koole kwam in aanloop naar het referendum bekend te staan als bedenker van de veelbesproken drempel. Hij voerde in de senaat het woord over de kwestie en op zijn verzoek fietsten de initiatiefnemers van D66, ‘zijn’ PvdA en GroenLinks, een opkomstpercentage van 30 procent in hun wet.

Die twijfelachtige eer is onterecht, zegt Koole nu. Hij was zelf tégen de opkomstdrempel in een raadgevend referendum. „Het was zeker mijn idee niet. Het was het resultaat van een interne afweging binnen de fractie. Ik heb me er tegen verzet. Met zo’n drempel maak je een adviserend referendum alleen maar bindender. Ik had daar ook als politicoloog moeite mee.”

De drempel was een compromis

Binnen de senaatsfractie van de PvdA van twee jaar geleden, die was veertien man groot, lagen de verhoudingen over de referendumwet fiftyfifty, zegt Ruud Koole. Ten minste acht PvdA-stemmen waren nodig voor een Kamermeerderheid. „We zochten samen naar een oplossing. De opkomstdrempel was een voorstel van één van de aarzelaars. We bereikten een compromis: allemaal vóór de wet, maar dan inclusief opkomstdrempel.”

In de PvdA-fractie pleitte onder meer Guusje ter Horst, oud-minister van Binnenlandse Zaken, vóór een opkomstdrempel. Zij vindt nog steeds dat er „een zekere bodem moet bestaan” bij volksraadplegingen. „Bij lokale referenda is dat ook altijd zo geweest. Deze wet week in die zin juist af van de norm. Anders kan 2 procent van de kiezers een uitspraak doen waar je als politiek iets mee moet.”

In de Nederlandse politiek is het verschil tussen een raadgevend en een bindend referendum „marginaal”, zegt Ter Horst. „Politieke partijen binden zich op voorhand, dat zag je ook nu weer. Daarmee is een raadgevend referendum de facto toch bindend.” En volgens haar viel het gedoe binnen de PvdA-fractie best mee. „Je kunt niet alles wat in de wereld gebeurt simpelweg terugbrengen tot een conflict binnen de PvdA.”

Principiële bezwaren

De scheve prikkel van deze opkomstdrempel valt op meerdere manieren te verhelpen: helemaal afschaffen, of een minimum percentage tegenstemmen instellen om het referendum geldig te laten zijn. Het is bepaald niet zeker of een meerderheid in beide Kamers zo’n wijziging wel wil. De SP vond de opkomstdrempel geen probleem, zei senator Tiny Kox (SP) gisteren bij Nieuwsuur. „Paniekvoetbal omdat de uitslag je niet bevalt, daar moet je niet aan beginnen”, zei hij.

Voor tegenstanders van referenda, dat zijn de VVD, het CDA en de ChristenUnie, betekent helpen knutselen aan deze wet dat ze meewerken aan een instrument waar ze principiële bezwaren tegen hebben. De VVD, die de balen had van de referendumwet, stelt zich publiekelijk fair op ten opzichte van coalitiegenoot PvdA: we zullen zien hoe het verder moet. Maar het CDA is fel. Tweederde van de kiezers bleef woensdag thuis, dus zo goed werkte dat referendum niet.