Ooggetuige van een beleg

Als Allah het wil, overkomt ons niets, dachten de inwoners van het Jemenitische Sana’a. Maar Allah wilde niet: de Saoediërs en hun bondgenoten schieten erop los. Verslag van de oorlog van binnenuit.

Jongens kijken in Sana’a door het gat in een brug, vorige maand veroorzaakt een bombardement van de Saoedische coalitie Foto AP Photo/Hani Mohammed

Bijna niemand let op de oorlog in Jemen. We hebben al genoeg aan ons hoofd in Syrië, met name nu dat land grootproducent van vluchtelingen naar Europa is geworden.

Sinds Saoedi-Arabië bijna een jaar geleden de oorlog verklaarde aan de Houthi-rebellen in Jemen , zijn bij luchtaanvallen door de Saoedische coalitie en gevechten op de grond meer dan 2,4 miljoen mensen ontheemd geraakt. Die zitten in hun eigen land opgesloten, grotendeels onzichtbaar voor het Westen.

Het aantal doden in Jemen is gering in vergelijking met Syrië: respectievelijk zo’n 6.000 tegen zo’n 270.000 tot 400.000. Maar de schade aan infrastructuur, inclusief ziekenhuizen, scholen, regeringsgebouwen en historische monumenten is inmiddels enorm. Internationale hulporganisaties waarschuwen vertwijfeld voor de groeiende humanitaire crisis in het land: te weinig voedsel, te weinig medicijnen en te weinig hulp.

Hoewel onlangs voor het eerst in maanden melding is gemaakt van gesprekken tussen afgevaardigden van de rebellen en van Saoedi-Arabië, is het einde van de oorlog niet in zicht. De shi’itische Houthi-rebellen, die de steun hebben van de Jemenitische ex-president Ali Abdallah Saleh en zijn legereenheden, bezetten nog steeds een groot deel van het land, met inbegrip van de hoofdstad Sana’a.

Gehaat Iran

Saoedi-Arabië eist onverkort de terugkeer van de internationaal erkende regering van president Abdu-Rabo Mansour Hadi naar de hoofdstad. Hoewel internationale experts dat betwisten, zien de Saoediërs in de Houthi’s immers de lange arm van het gehate Iran.

Dat zijn de manoeuvres op hoog niveau. Maar wat gebeurt er op de grond?

De Nederlandse historica en schrijfster Sara Rijziger, die sinds twintig jaar in Sana’a woont, heeft er een ooggetuigenverslag over geschreven: Bommen op Jemen. Daarin vertelt ze in het kort hoe Jemen na de protesten van de Arabische Lente en het aftreden van Saleh onder druk van de Golfstaten in chaos verzandde. Hoe de Houthi-rebellen uit het noorden van het land daardoor aanhang wonnen. En hoe president Hadi met zijn afschaffing van de brandstofsubsidies de massa’s definitief tegen zich in het harnas joeg.

De verhoging van de brandstofprijzen werkte namelijk door in de hele economie, en de Jemenieten zijn toch al erg arm. De Houthi’s rukten op naar Sana’a, kregen veler instemming, en zitten daar nog steeds.

Bommen op Jemen is een persoonlijk boek, en dat werkt goed. In het gezelschap van Rijziger – gescheiden van een Jemenitische echtgenoot, twee dochters – krijgen wij lezers ook de Saoedische raketten om onze oren. Eerst alleen ’s nachts, en dan amuseren de burgers zich best. Ze installeren zich op hun daken met een zak qat, de drug die zoveel Jemenieten dagelijks kauwen, en volgen het vuurwerk van afweergeschut en inslaande raketten.

De eerste schade in Rijzigers buurt is gering. Een muur is gescheurd, in de buurtwinkel zijn de flessen shampoo en afwasmiddel van de schappen geblazen. De meeste mensen zijn er nuchter onder: ‘En die raketten zijn heel kostbaar; ze mikken vast heel precies’, zegt een nuchtere automonteur. ‘Als Allah het wil, zal er niks gebeuren.’

Maar Allah wilde niet, en de Saoediërs en hun bondgenoten schieten helemaal niet zo precies. Internationale mensenrechtenorganisaties beschuldigen hen inmiddels van oorlogsmisdrijven: opzettelijke aanvallen op burgerdoelen.

Zuivelfabriek

De oorlog wordt van schouwspel werkelijkheid. Wapenopslagplaatsen, maar ook een zuivelfabriek, huizen en pompstations worden verwoest. Er vallen doden. Mensen ontvluchten Sana’a in busjes en pick-ups beladen met hun inboedels, en gaan naar de dorpen waar velen oorspronkelijk vandaan komen. Onder hen ook Rijziger en haar dochters, die gastvrij worden onthaald door de kinderrijke familie van een collega-historicus.

Ze houdt het er echter niet lang vol – kinderen in dit land luisteren over het algemeen heel slecht naar volwassenen – verzucht ze. Terug naar Sana’a dan maar? En waarheen dan precies? Want in de hoofdstad liggen militaire doelen midden in woonwijken, en veel inwoners vluchten juist naar familie of vrienden op het platteland. Ook ontstaan er tekorten als gevolg van de land-, zee- en luchtblokkade die de Saoedische coalitie heeft ingesteld om hulp aan de Houthi’s c.s. te verhinderen. Als er al een pompstation onverwachts opengaat, staan mensen soms dagen in de rij om benzine te tanken. Er is geen stroom. Medicijnen raken op.

Rijziger geeft een goed beeld van de overlevingsstrijd in Sana’a en omgeving in oorlogstijd. Maar daar blijft het bij. Wat is er te merken van de Houthi’s? Hoe besturen ze de stad? Het is bekend dat ze alle oppositie de kop indrukken, maar dat blijft hier onvermeld. En wat willen de burgers? Ja, dat de luchtaanvallen ophouden. Hadi is nooit erg populair geweest, maar willen ze dan dat de Houthi’s blijven, als ze daar tenminste iets over te zeggen hadden? Geen idee.