Onder elkaar

Mijn jongste dochter, net achttien, mocht voor het eerst gaan stemmen. Dus gingen wij stemmen. Simpel. Opvoedkundig zouden mijn vrouw en ik een rare beurt hebben gemaakt als we het mooie recht om onze mening kenbaar te maken in de prullenmand — pardon: bij het oud papier — hadden gegooid. Zodoende overviel mij onderweg naar het stembureau een dubbel gevoel: ik hoopte dat het referendum te weinig stemmers zou lokken om geldig te zijn én ik wilde mijn jongste dochter laten zien hoe bijzonder democratie is. Heel gek.

Maar ik werd op mijn wenken bediend. In de kelder van een kerk in Amsterdam-Oost, waar wij gevieren ons stemrecht benutten, zag mijn jongste voor het eerst al die vrijwilligers achter hun tafels zitten stralen van goedburgerschap. Mijn oudste dochter vergaapte zich er al voor de tweede keer aan. Dat was twee keer winst. Goedwillende burgers kun je niet vaak genoeg zien in je leven. Thuis hadden we gedebatteerd over Oekraïne en de vraag of meedoen aan een door rancune voortgestuwd referendum zinvol was. Die gesprekken waren op zich al winst.

Uitslag: verbittering zouden wij niet met verbittering te lijf gaan door thuis te blijven.

Het stemmen werd een vrolijk gezinsuitje. Ja zeggen: altijd leuker dan nee zeggen. En wat bleek vanochtend? In Amsterdam was de opkomst lager dan de noodzakelijke dertig procent en de meerderheid zei ja. Wat een topstad! Amsterdam is zo’n beetje het spiegelbeeld van de rest van Nederland. De oorzaak laat zich raden: qua welvaart en opleidingsniveau wordt het verschil met het achterland steeds groter. Slimmer en rijker worden we, optimistischer dan de rest en gemiddeld beter op de hoogte van de Europese Unie. Zo is het toch? Mag ook wel eens gezegd worden.

Meer en meer zijn we onder elkaar. In deze stad, waar Geert Wilders geen voet aan de grond krijgt, staan velen te dringen om vluchtelingen te helpen. Dat is wat opleiding en welvaart met een mens doen. Iedereen wil in Amsterdam komen wonen en dat is volkomen terecht. Of anders in Utrecht, Groningen of Nijmegen: studentensteden waar men begrijpt hoe het toegaat in de wereld en waar de meerderheid ja zei tegen het associatieverdrag.

Door het ‘nee’ staat Nederland voor gek als het land waar de dommen de ratificatie blokkeren. Maar de Amsterdammers kunnen overal ter wereld blijven volhouden dat hun stad vóór was. De city marketing kan hier haar voordeel mee doen. Het merk ‘Amsterdam’ overvleugelt dat van ‘Holland’ al jaren. In de Nieuwe Gouden Eeuw die we nu beleven zullen de promotiemedewerkers de boodschap van slimheid en optimisme voortaan nog sterker kunnen uitdragen: kom naar Amsterdam, de stad die almaar veiliger en schoner wordt en waar de inwoners zich weten te gedragen.

Vroeger waren er ouders in de provincie die hun hart vasthielden als hun kinderen in Amsterdam gingen studeren. Nu is het andersom: wij hopen dat onze dochters in Amsterdam blijven. Daarbuiten is het niet pluis. Je weet nooit of ze worden aangestoken door geborneerdheid, behoudzucht en kwaadaardigheid.