Ondanks al het schieten doet de burgerij alsof er niets aan de hand is

In dit dagboek schetst deze scherpzinnige chroniqueur van de Duitse geschiedenis hoe tijdens de radenrepubliek in München in 1919 de basis werd gelegd voor Hitler.

Leden van het Rode Leger van de Radenrepubliek van München tijdens een patrouille in april 1919 Foto Hollandse Hoogte

Begin november 1918 breekt in Duitsland de revolutie uit. Net als in Rusland, waar het volk acht maanden eerder tegen de tsaar is opgestaan, worden overal arbeiders- en soldatenraden opgericht. De oorlog heeft Europa uitgeput. Bijna negen miljoen mensen zijn omgekomen. Het hongerende volk neemt wraak en zet koningen en keizers af. In Berlijn en München vechten communisten, sociaal-democraten, monarchisten en anti-democraten om de macht. Er vallen 3000 doden.

De dan 44-jarige, in München wonende Thomas Mann, een hartstochtelijk voorstander van de oorlog, verafschuwt de revolutie en de nieuwe proletarische heersers. In zijn dagboeken lees je dat hij zich zorgen maakt of hij zijn sigaren nog uit Frankfurt geleverd kan krijgen. Ook is hij bang voor overvallen door revolutionairen in de villawijk waar hij woont. Die angst is niet onterecht. Op 1 mei 1919, als de ruim twee maanden oude radenrepubliek in München door rechtse vrijkorpsen wordt neergeslagen, noteert hij dat ’s nachts burgerlijke en adellijke gijzelaars zijn vermoord en verminkt.

Je kunt je die angst en zorgen voorstellen bij een welgestelde grootburger als Mann. Maar hoe fascinerend zijn dagboeken ook zijn, voor analyse van de situatie heb je er weinig aan.

Anders is dat bij het onlangs verschenen Zo zag de waarheid er op donderdag uit. Dagboek van de Duitse revolutie 1919 van Victor Klemperer (1881-1960). Deze joodse chroniqueur van de Duitse geschiedenis tegen wil en dank werd in 1995 beroemd dankzij zijn postuum gepubliceerde dagboeken uit het Derde Rijk. Hij was toen door de nazi’s ontslagen als hoogleraar Franse letterkunde in Dresden, maar werd dankzij zijn gemengde huwelijk niet gedeporteerd en kon daardoor indringend verslag blijven doen van wat hij om zich heen zag.

Ook schreef Klemperer tussen 1938 en 1942 zijn memoires. Hierin grijpt hij voortdurend terug op wat hij in 1918 en 1919 als verslaggever voor de conservatieve krant Leipziger Neueste Nachrichten in München beleefde. In Zo zag de waarheid er op donderdag uit zijn die herinneringen en reportages bijeengebracht. Het levert opnieuw een buitengewoon empathische en scherpzinnige analyse op van de chaos van een revolutie, die laat zien hoe een linkse dictatuur zonder veel moeite in een rechtse verandert.

Corpsstudenten

Zo kun je uit dit ‘revolutiedagboek’ goed opmaken dat de radenrepubliek de opkomst van Hitler heeft vergemakkelijkt, doordat de conservatieve Duitse burgerij en corpsstudenten na het neerslaan van de revolutie in 1919 alleen maar een nog groter wantrouwen koesterden jegens alles wat links en democratisch was.

Daarnaast heeft Klemperer een fijne neus voor het theatrale aspect van de radenrevolutie, die in München werd uitgevoerd door een stelletje bohémiens zoals de anarchistische dichter en toneelschrijver Erich Mühsam en de zonderlinge anarchocommunist Gustav Landauer, ‘een bezielende geest, een journalist, een groot maar erg kinderlijk talent.’

De radenrepubliek wordt in München uitgeroepen nadat op 21 februari 1919 Kurt Eisner, sinds het afzetten van koning Ludwig III minister-president van de Beierse vrijstaat, is vermoord door de nationalistische student en ex-officier graaf Arco. De liberale Klemperer zet Eisner, die door zijn tegenstanders vol haat een ‘Pruis en jood’ wordt genoemd, met veel sympathie en mededogen neer als een ‘tenger, klein, gebrekkig, gebogen mannetje. Zijn kale schedel ontbeert een imposante omvang, zijn haar hangt vuilgrijs in zijn nek, zijn roodachtige baard gaat over in vuilgrijs, zijn zware ogen kijken dofgrijs door zijn brillenglazen. Er valt niets geniaals, niets eerbiedwaardigs, niets heroïsch aan de persoon te ontdekken, een middelmatige versleten man, die ik minstens vijfenzestig jaar geef, al is hij pas begin vijftig.’ Beter kun je het gebrek aan succes van deze naïeve politicus, die volgens de scherpzinnige Klemperer het beste met iedereen voorhad, niet omschrijven.

In een andere reportage fileert hij het wezen van de radenrepubliek, die in zijn ogen niets anders ‘dan een aanfluiting van de democratie zal worden. Een aanfluiting van de vrijheid! Want vandaag is de burgerlijke pers al beteugeld, vandaag gaat de humane regering al met het middel van de preventieve hechtenis te werk’. De bohémiens als uitvoerders van de linkse dictatuur, waarin de democratische basisbeginselen zijn geschonden, kunnen geen moment op de sympathie rekenen van de door Montesquieu beïnvloede Klemperer.

Naïeve burgerij

Ook verbaast het Klemperer dat de burgerij zich aanvankelijk misnoegend neerlegt bij het uitroepen van de radenrepubliek, alsof het haar niets kan schelen. Precies dit gebrek aan politiek bewustzijn zal in 1933 Hitler in de kaart spelen.

Als die burgerij na een poos ontdekt dat de radenrepubliek meer is dan een ‘wild carnaval’, uit haar onvrede zich vooral in antisemitisme, waarbij de joden de schuld krijgen van alle ellende. Het grijpt Klemperer aan, al waant hij zich dan nog veilig voor die jodenhaat omdat hij in 1912 protestant is geworden.

Als het verzet tegen de regering toeneemt, voorziet Klemperer dat de radenrepubliek zal radicaliseren en het vrijkorps van Richard Ritter von Epp de macht met geweld zal opeisen. Op 17 januari 1920, als dat inderdaad is gebeurd, maakt Klemperer in een reportage de balans op en concludeert vol ironie: ‘Ik permitteer me na dit alles een eigen definitie van het tragikomische te geven: het is tragisch voor de betrokkenen en komisch voor de belangenloze toeschouwer. Wat jammer dat je niet alleen maar toeschouwer kunt zijn als je Duitser bent.’

In de daaraan voorafgaande passages heeft hij dan al vastgesteld dat de nieuwe democratische regering van Beieren, zonder het in de gaten te hebben, een marionet van het leger is geworden. Het versterkt zijn vernietigende oordeel over de zwakke Weimarrepubliek, die met zo’n regering ten dode is opgeschreven. Met Beieren heeft hij het dan gehad. Niet voor niets waren zijn reportages ondertekend met de initialen A.B., die voor Antibavaricus staan.