Column

Oekraïnereferendum, voorgerecht van Nexit

Een ingevlogen Brit die er een woordje Frans doorgooit: het publiek in het Volendamse zaaltje (79% nee) verstond hem maandag niet meteen. „Jullie stembusgang”, zei Nigel Farage, „is het hors-d’oeuvre, die van ons de hoofdmaaltijd.” Na een korte stilte kwam het applaus. De grote roerganger van de euroscepsis trof de verhoudingen goed. Ons referendum is de appetizer voor de Brexit-stemming, 6 april de opwarmer voor 23 juni, of in de vertaling op de GeenStijl-site: wij zijn pint & peuk. Zo ziet ook de rest van Europa het. De inhoud van het stembiljet betrof de geopolitieke breuklijn tussen Europa en Rusland. Maar de uitslag zei iets over de democratische breuklijn tussen elite en volk, een thema dat ook in de hele Unie resoneert. Daarom kwam Farage campagnevoeren: zeg nee tegen uw politici, kom in opstand tegen het establishment, „Volkeren van Europa, verenigt u tegen de Unie.” Een paradoxale boodschap, zo weet de pan-Europese leider van anti-Europa zelf ook. Maar hij handelt ernaar. De UKIP-voorman zei graag de beste vrijwilligers van de Nederlandse neecampagne te werven voor het Britse strijdtoneel. De grondtroepen van Van Dixhoorn en Baudet zullen deze kans vast aangrijpen. De jihadi’s van de Nexit gaan op Londens trainingskamp in de aanloop naar de Brexit.

Het nee-kamp behaalde niet alleen de overwinning van drempel en uitslag. Erger is hun succes op hun hoofddoel: het saboteren van de relatie Nederland-Europese Unie, het zaaien van verse rancune en nieuwe frustratie. De Nederlandse regering zit klem. Een door 30 partijen getekend en 29 van hen geratificeerd verdrag kan niet opeens van geel-blauw veranderen in roze-zwart. Dus zou de kleinste concessie al een knappe overwinning zijn, maar waar Rutte ook mee thuiskomt, tegenstanders zullen er een cosmetische operatie in zien, het nieuwe bewijs dat hun stem niets waard is. Zo dreigt ‘de vicieuze cirkel van de euroscepsis’ (de Volkskrant). In 2005 konden we nog schuilen achter het Franse ‘non’. Nu staat Rutte alleen. Herinner u hoe zijn Griekse collega Tsipras afgelopen zomer met een denderend Grieks ‘nee’ van eveneens 61 procent op een Europese top aankwam, een nee tegen de EU-voorwaarden voor een nieuwe lening. De wereld leefde mee met het Atheense Syntagmaplein, opkomst 62 procent, het ging ergens over. En toch werd Tsipras binnen een week afgedroogd door zijn 27 collega’s (inclusief onze premier) en schikte hij zich noodgedwongen in de voorliggende deal. Rutte zal zich weinig illusies maken.

Dus heeft de regering twee opdrachten. De eerste luidt: hoe raken we uit de klem, hoe doen we recht aan de stem des volks zonder internationaal brokken te maken? Deze opdracht slokt de komende weken de Haagse energie op. Maar de tweede opdracht is op termijn essentiëler. Die luidt: hoe doorbreken we de vicieuze cirkel van de euroscepsis? Hoe winnen we – na of zonder Brexit – de strijd van de rancuneridders, de eurosceptische Internationale? Dit vraagt van Den Haag het afschudden van de angst voor het volk. Dus niet laf wegduiken uit angst voor ‘nee’, maar overtuigingskracht inzetten. Het oude integratierecept van „voor u maar zonder u” is versleten. Het past noch bij de media-eisen van de tijd, noch bij de Unie van vandaag; die is niet louter markt meer, een project dat politieke keuzes omtovert in technocratische problemen, maar een munt en een macht, een lotsverband van 28 Europese landen in een woelige wereld. Dat vraagt om andere verhalen, betere verhalen. Als onze politici dat niet kunnen, als zij geen ‘ja’ kunnen vinden, dan kan het volk het beter zelf doen – MetStijl.