Meerstadt mogelijk tweede slachtoffer Panama Papers

Zijn vertrek heeft niets te maken met de onthullingen rond de Panama Papers, zegt de ABN-commissaris.

Bert Meerstadt. Foto Bart Maat / ANP

Bert Meerstadt was stellig: er was geen enkel verband tussen zijn woensdag aangekondigde vertrek als commissaris bij ABN Amro en een publicatie, één dag later, in Het Financieele Dagblad en Trouw. Daarin stond dat hij aandeelhouder is geweest van een vennootschap op de Maagdeneilanden, een belastingparadijs. Een nieuwe primeur uit de zogeheten Panama Papers, het immense datalek rondom het Panamese advieskantoor Mossack Fonseca.

Meerstadt, tot 2013 topman van de Nederlandse Spoorwegen, had zijn vertrek uit de raad van commissarissen intern al lang aangekondigd, nog vóór de kranten hem hadden geconfronteerd met hun onthulling. Hij wilde graag weer iets anders doen. De regels voor commissarissen verboden hem er nog een (vaste) baan bij te nemen, en dus moest hij zijn functie bij de bank opgeven. Meerstadt (54) zou „in de loop van 2016” opstappen, had ABN Amro gezegd. Daaraan veranderde niets.

Druk te groot

Enkele uren na de publicatie werd de druk donderdag kennelijk toch te groot. Tegen lunchtijd stuurde ABN Amro opnieuw een persbericht uit. Daarin stond dat Meerstadt had besloten „met onmiddellijke ingang” terug te treden, zonder opgaaf van reden. Een paar minuten later verstuurde ABN Amro namens Meerstadt nóg een verklaring, waarin hij zei dat hij tot zijn besluit was gekomen omdat de kranten zijn vertrek hadden gekoppeld „aan de vermelding van mijn naam in maart 2001 in een document van een BVI-onderneming”. BVI staat voor British Virgin Islands, de Britse Maagdeneilanden.

Meerstadt zei te willen voorkomen dat „de bank nadelige effecten ondervindt”. Ook zei hij dat hij niet wil ingaan op de publicatie in Trouw en FD, of verdere vragen wil beantwoorden.

In die publicatie stond dat Meerstadt in de uitgelekte administratie van Mossack Fonseca werd genoemd als eerste aandeelhouder van een in 2001 opgerichte vennootschap op de Maagdeneilanden, Morclan Corporation. Dat bedrijf beheert financiële bezittingen en er is een Zwitserse bankrekening aan gekoppeld. Twee weken na oprichting nam een trustkantoor op Guernsey, een ander belastingparadijs, Meerstadts rol als aandeelhouder over. Sindsdien is de uiteindelijke belanghebbende onzichtbaar voor de buitenwereld.

In een weerwoord tegen het FD en Trouw zei Meerstadt dat hij geen idee heeft waarom hij in de documenten voorkomt. En dat het verhaal niet klopt. „Ik snap er niks van.” Hij suggereerde dat sprake was van identiteitsfraude. Dat zou volgens hem onder meer blijken uit het feit dat niet zijn officiële naam in de oprichtingspapier was gebruikt: Bert, niet Albertus.

Kamer wil opheldering

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA), namens de staat grootaandeelhouder van ABN Amro, liet donderdagmiddag weten dat het niet aan hem is om openheid van zaken te geven over de vermeende zakelijke belangen van Meerstadt in het buitenland. „Hij zal zelf openheid moeten geven.” Tegen het FD zei Dijsselbloem „oprecht” niet te weten of het verhaal klopt.

De Tweede Kamerfractie van de PvdA wil opheldering en heeft schriftelijke vragen aan Dijsselbloem gesteld. De PvdA wil onder meer weten of de publiciteit over Meerstadt verband houdt met zijn acute vertrek en waarom hij weigert dat toe te lichten.

Als het verhaal naar aanleiding van de Panama Papers toch blijkt te kloppen, zou Meerstadt het tweede slachtoffer in Nederland zijn. Woensdag trad de bestuursvoorzitter van advocaten- en notariskantoor Ploum Lodder Princen al tijdelijk terug, Stan Commissaris. Deze Rotterdamse notaris is volgens de onthullingen betrokken geweest bij het opzetten van ontoelaatbare constructies in Zuid-Amerika. Het kantoor heeft om een onafhankelijk onderzoek naar de beweringen gevraagd.