IJshockeysters trainen met de mannen, bodychecks verboden

WK ijshockey De Nederlandse ijshockeysters zijn vrouwen in een mannenwereld. Deze week gingen ze voor goud bij het WK in Italië. Maar na drie duels dreigt degradatie.

IJshockeyster Savine Wielenga (rechts) speelt met Nederland een tegenvallend WK. Foto Marco Spelten

Nee, zulke grote leeftijdsverschillen als bij Letland zijn er bij de Nederlandse ijshockeyvrouwen niet. Daar komen moeder en dochter samen uit voor de nationale ploeg. Maar routinier Savine Wielenga (27) speelt bij haar negende WK wel samen met speelsters van pas vijftien jaar. Zulke leeftijdsverschillen binnen één team zijn niet eens bijzonder, er zijn nu eenmaal weinig vrouwen die ijshockeyen. „Wij zijn vrouwen in een mannenwereld”, zegt Wielenga.

Deze week spelen de Nederlandse ijshockeyvrouwen het WK in Divisie 1, groep B. Na de tweede plaats van vorig jaar en de derde plaats in 2014, ging de ploeg voor goud. Dat zou promotie naar divisie 1A betekenen, mondiaal het tweede niveau achter de elitegroep met de acht toplanden als de Verenigde Staten en Canada. Maar Nederland presteert matig in het Italiaanse Asiago. Tegen Hongarije (2-1) en China (3-1) werd verloren. Alleen van Italië werd ternauwernood gewonnen, na penalty shots. Na drie wedstrijden staat Nederland onderaan. Degradatie naar het vierde niveau dreigt.

Een aparte vrouwencompetitie bestaat in Nederland niet. De internationals trainen door de week bij hun club samen met de mannen. Wielenga traint drie keer per week met de mannen van Amsterdam. In het weekeinde speelt de nationale vrouwenploeg in de eerste divisie van de nationale mannencompetitie, het tweede niveau van Nederland.

De competitiewedstrijden tegen de fysiek sterkere mannen zijn voor de vrouwen een goed meetmoment. Al is het voor de mannen verboden om een bodycheck uit te delen tegen de vrouwen. Vier Nederlandse ijshockeysters spelen in buitenlandse vrouwencompetities: drie in Zweden en één in Engeland. En keepster Claudia van Leeuwen speelt in de eredivisie bij de mannen van Den Haag, zo goed is ze.

Eind februari speelden de vrouwen tegen de mannen van de Nijmegen Devils in de eerste divisie:

Vrij vragen voor trainingskamp

Geldgebrek beperkte de ijshockeysters in hun voorbereiding op het WK in Asiago. Een bescheiden trainingskamp is al een vorm van luxe. Twee dagelijkse trainingen in Nederland, om ’s avonds weer naar huis te gaan. De speelsters moeten er vrij voor vragen van studie of werk. En dan moeten sommigen een training overslaan, omdat ze een tentamen hebben, of toch geen vrij konden krijgen. Zo ging dat ook in aanloop naar het WK. Zo gaat dat bij bevlogen hobbyisten. „Het is een uit de hand gelopen hobby”, bevestigt Wielenga, die tijdens trainingskampen bij een collega in Eindhoven slaapt. Met zijn allen in een hotel? Vergeet het maar. Geld is er nauwelijks.

Sterker, het is een ongekende luxe dat Wielenga geen eigen bijdrage hoeft te leveren voor deelname aan het WK. Voorheen betaalde ze zo’n 250 euro. „Het is mijn droom om ooit als topsporter te kunnen leven, maar de bond heeft nou eenmaal weinig geld”, vertelt Wielenga. De vrouwen zijn met de bus naar Italië afgereisd. Dat was praktischer dan met het vliegtuig vanwege het vele materiaal dat meegenomen moest worden. En, minstens zo belangrijk, het was goedkoper.

Toch gaat het in financieel opzicht langzaam maar zeker beter. Twee jaar geleden haalden de vrouwen via crowdfunding 10.000 euro op. Verder is er een groepje sponsors dat uit liefhebberij geld in de nationale vrouwenselectie steekt.

Ontwikkeling

De Nederlandse internationals hebben ten opzichte van de andere landen het voordeel dat ze elk weekeinde samenspelen. Doordat ze tijdens trainingen altijd tegen mannen opboksen, hebben ze een fysieke speelstijl ontwikkeld. Maar dat voordeel blijkt bij WK’s tegen vrouwen ook af en toe een nadeel. „Het is altijd even omschakelen”, zegt Wielenga. „Daarom is het goed dat we een trainingskamp hebben. We spelen dan oefenwedstrijden tegen andere vrouwenteams, dan kunnen we weer wennen.”

In de aanloop naar het WK zagen speelsters en bondscoach Joep Franke een goede ontwikkeling bij de ijshockeysters. „We zijn tactisch gegroeid”, meldde Wielenga. „Voorheen speelden we afwachtend en vertrouwden we op de kwaliteiten van onze keeper. Nu willen we zelf het spel maken.”

Franke is zelf oud-international. Hij speelde twaalf jaar op het hoogste niveau en traint sinds drie jaar de vrouwen. „We hebben veel speelsters met een goed schot, iets waaraan het bij andere landen nogal eens ontbreekt. Er zit een sterke ontwikkeling in”, zo sprak hij voorafgaand aan het toernooi. Nu nog resultaten.