Huizenmarkt draait maar hapering dreigt

Makelaars doen weer goede zaken. Maar de tweedeling tussen stad en platteland is groot en er treedt een hapering op in de doorstroom

Op het dieptepunt van de huizencrisis in Nederland verkocht een makelaar nog maar vijf of zes huizen in een kwartaal en viel in de sector het ene na het andere ontslag. Begin 2013 overwoog Ger Hukker dan ook te stoppen als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). Hij deed het niet en inmiddels staat de huizenmarkt er stukken beter voor, bleek donderdag uit de meest recente NVM-kwartaalcijfers – de laatste die de nu alsnog afzwaaiende Hukker zelf presenteerde.

Het aantal transacties op de woningmarkt groeide in de eerste drie maanden van 2016 voor het elfde kwartaal op rij. Makelaars van NVM, goed voor circa driekwart van de markt, verkochten 20 procent meer woningen dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Ook de prijzen blijven stijgen. Een huis kost nu gemiddeld 225.000 euro, 5,5 procent meer dan een jaar geleden. Het niveau van voor de crisis komt nog niet in zicht: de prijzen liggen nog altijd ruim 9 procent lager.

De aanjager van de groei is de lage hypotheekrente, volgens de NVM. De makelaarsvereniging verwachtte voor dit jaar een afvlakking van de groei, maar tot nu toe klopt die voorspelling niet.

Tien huizen per woningzoekende

Wel doemen nieuwe problemen op voor Ger Jaarsma, de man die Hukker deze maand als voorzitter opvolgt. Mensen die een koophuis zoeken hebben minder keus. In de eerste drie maanden van 2016 stond 17 procent minder huizen te koop dan in dezelfde periode een jaar eerder. Een woningzoekende had gemiddeld tien woningen om uit te kiezen. Een jaar eerder waren dat er nog 15 en tijdens de crisis 25 tot 30.

Dat komt doordat het aanbod de vraag niet bijhoudt. NVM-makelaars verkopen 20 procent meer woningen, maar er worden maar iets meer huizen nieuw te koop aangeboden: 2,8 procent. Daardoor daalt de woningvoorraad. De NVM waarschuwt voor een hapering in de doorstroom.

Een van de oorzaken hiervoor is volgens scheidend voorzitter Hukker de ongeveer 800.000 huishoudens die een restschuld overhouden als zij nu hun huis verkopen, en daarom liever wachten tot de prijzen verder stijgen. Ook zijn mensen bang geworden door de economische crisis. Al moet die voorzichtigheid niet alleen gezien worden als nadeel, zegt Hukker: „De onzekerheid van de consument zorgt ervoor dat er geen nieuwe huizenbubbel komt.”

Een eventueel tekort aan woningen zal zich vooral doen gelden in stedelijk gebied. De tweedeling van de huizenmarkt tussen landelijk en stedelijk gebied is „onverminderd groot”.

Regio’s in Noord-Brabant, het zuidoosten van Groningen en het gebied rond Den Helder blijven achter bij de rest van het land. Steden als Utrecht, Groningen en Amsterdam lopen juist gevaar „droog te koken”.

In Amsterdam bijvoorbeeld werd – tegen de trend in – 2 procent minder huizen verkocht, maar wel tegen een uitzonderlijk hoge prijs: 20 procent hoger dan dezelfde periode in 2015. Hukker: „In de hoofdstad hoef je maar te fluisteren dat je je huis wil verkopen of je hebt een briefje van de makelaar op de mat.”

De voorzitter vreest voor een „ongezonde” groei tot een procent of 15 voor de grote steden in het komende jaar. Hukker, met een knipoog: „Maar daar ben ik niet meer verantwoordelijk voor.”