Hoe bij Calais een stad groeide

Elke maand reisde Henk Wildschut naar

het kamp in Calais om foto’s te maken. In Foam is daar nu een expositie van.

Migranten maken in het kamp in Calais zelf kerken en moskeeën van hout. Foto Henk Wildschut

Dichtbij de havenstad Calais in Frankrijk bestaat zo’n tien jaar een parallelle wereld. Hier wachten migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten op een mogelijkheid om de oversteek naar Groot-Brittannië te maken.

Fotograaf Henk Wildschut volgde de stroom migranten in Calais vanaf het begin. Ruim vijf jaar geleden resulteerde dat in het fotoboek Shelter waarin hij de hutten vastlegde die de nieuwkomers bouwden in de bossen van Calais.

Het afgelopen jaar reisde hij opnieuw maandelijks naar Calais. Vanaf februari 2015 tot afgelopen maart, toen het kamp ‘The Jungle’ werd ontruimd, zag hij hoe het duingebied steeds meer veranderde in een stad. Binnen een jaar ontstonden er provisorische huizen, restaurants, kerken en moskeeën. Een razendsnelle ontwikkeling die zelfs de inwoners versteld deed staan. „Sommige migranten, die later in het jaar arriveerden, konden het nauwelijks geloven hoe leeg het kamp er in het begin had uitgezien”, aldus Wildschut die zijn eerdere foto’s soms met de inwoners deelde.

De fotograaf koos er bewust voor om niet de migranten zelf te portretteren maar, op afstand, de ontwikkelingen vast te leggen. „In mijn werk probeer ik sensatie en directe emotie weg te laten, daardoor ziet het er misschien clean uit, maar ik hoop dat de toeschouwer er op die manier langer bij stilstaat.” Door de sporen die de nieuwkomers trekken in het landschap zijn zij, aldus Wildschut, ‘onzichtbaren’ die via zijn lens toch zichtbaar blijven.