Het verdriet van Holland

Begin jaren negentig legden alle Vlaamse politici een cordon sanitaire rondom het extreemrechtse Vlaams Belang. Met succes, constateert Tom Lanoye. Waarom doen de Nederlanders niet hetzelfde met Wilders en zijn PVV?

Een paar jaar geleden, op de Dag van de Filosofie in Tilburg, werd wijsgeer Jos de Mul geïnterviewd over zijn nieuwste boek, Paniek in de Polder. Polytiek en populisme in Nederland. „Zoals we allemaal weten”, sprak hij, „is in België het cordon sanitaire mislukt.” Hij bracht deze bewering te berde zoals ze in Nederland altijd te berde wordt gebracht. Badinerend en boven twijfel verheven.

Een waarheid als een koe die zich laat melken zonder morren.

Is het cordon sanitaire tegen de extreemrechtse partij Vlaams Belang mislukt? Ik heb zo’n cordon altijd bepleit, samen met commentatoren als Paul Goossens, academici als Eric Corijn en collega’s als Hugo Claus. Die leverde zelfs de slogan van Charta ’91, een protestorganisatie die werd opgericht na de eerste verkiezingsoverwinning van de partij die in 1991 nog Vlaams Blok heette. ‘Tot het onzalige tij gekeerd is.’

Het onzalige tij is verre van gekeerd, maar men hoeft geen Belg te zijn om wat tussentijdse feiten op te duikelen. Vrij Nederland bracht op 1 augustus 2009 een overzichtsstuk dat nog steeds is terug te vinden op het net. Filip Dewinter, het bekendste gezicht van Vlaams Belang, zei toen: „Men heeft ons door het cordon electoraal kunnen terugdringen. Het heeft onze kiezers ontgoocheld.”

‘Electoraal terugdringen’ is een eufemisme voor electoraal doen imploderen. De verkiezingsuitslagen van het afgelopen decennium spreken Dewinter niet tegen. De Rotterdamse filosofieprofessor De Mul doet dat wel, en met hem ongeveer iedere Nederlandse journalist en publicist die ik ken. Aardige mensen, welbespraakt, erudiet: „Jullie cordon is mooi mislukt.” Welke vrees, welk zelfbedrog, welke collectieve zenuwaandoening ligt ten grondslag aan zulke koppig volgehouden vertekening?

De implosie van het zetelaantal van Vlaams Belang was overigens maar een afgeleide doelstelling. De voornaamste doelstelling werd nog spectaculairder gehaald. Niemand van de initiatiefnemers geloofde zelf dat ze volledig zou worden binnengehaald. En toch. Er is nog nooit een coalitie gesloten met Vlaams Belang, op geen enkel van de Belgische en Vlaamse bestuursniveaus — en dat zijn er veel. En dat spoorde met wat alle andere partijen hadden beloofd aan hun eigen electoraat. Lang vóór verkiezingen. Op papier gezet. In alle openbaarheid. Voor het oog van diverse camera’s. Hoe transparant wil je het hebben?

Het moet een van de weinige verkiezingsbeloftes zijn die ooit in België onverkort is uitgevoerd. De reden van zoveel standvastigheid is simpeler dan je zou vermoeden. „Het cordon werd in Vlaanderen geformuleerd door links, maar het is uitgevoerd door rechts.” Dat zei ík in Vrij Nederland. „Onze christen-democraten en liberalen beseften dat veel van hun kiezers een samenwerking met Vlaams Belang niet zouden accepteren. Hun partijen zouden daarop gesplitst zijn.”

Ik heb nog nooit een Vlaamse christendemocraat ontmoet die deze analyse betwist. Wijlen premier Jean-Luc Dehaene, bijgenaamd de Loodgieter, was een rabiate tegenstander van Vlaams Belang. Bij elke kans die zich voordeed sloot hij een samenwerking kort en krachtig uit. Net als veel van zijn partijleden keek hij bijgevolg met afgrijzen — en misschien zelfs enig christelijk leedvermaak — naar de afgang van de Nederlandse zusterpartij, het Christen Democratisch Appèl (CDA), toen dat een gedoogconstructie met Geert Wilders hielp opzetten onder leiding van de poor man’s Machiavelli uit Maastricht, Maxime Verhagen.

Hij verdween inmiddels roemloos van het politieke toneel, Wilders staat nog altijd vooraan op de bühne van wat hijzelf ‘een nepparlement’ noemt. Tel uit je winst, Maxime. Volgens het internet ben je Elco Brinkman opgevolgd als voorzitter van Bouwend Nederland. Ik zou zeggen: kijk ook daar uit met bedenkelijke constructies. Er zijn al genoeg schandalen geweest in de Nederlandse bouw.

Ik ben een tegenstander van politiek cultuurrelativisme in al zijn vormen. Dus als morgen een partij opstaat die de sharia wil invoeren naar Saoedi-Arabisch model, of het communisme à la Noord-Korea, zal ik ook tegen hen een cordon sanitaire bepleiten. De verplichting tot coalitievorming met een volstrekte tegenpool staat in geen enkele grondwet. Zo’n partij verbieden hoeft niet, je toezegging om er nooit mee samen te werken volstaat om mijn stem te verwerven, indien ook de rest van je programma mij bevalt. Maar waarom zou ik als burger geen breekpunt mogen maken van toekomstige partnerschappen?

Ik betwist ook het groeiende a priori waarbij Vlaams Belang, het Franse Front National en Wilders’ Partij Voor de Vrijheid (PVV) worden voorgesteld als ‘partijen zoals alle andere partijen’. Dat zijn ze niet, en dat claimen ze bij herhaling ook zelf. Kom dan achteraf niet klagen dat je navenant wordt behandeld. Bij de PVV heb ik niet eens een ideologisch kader nodig om te weten dat ze inderdaad geen normale partij is. Ze is een beweging met één lid, zonder interne verkiezingen of inspraak — zeg maar: zonder democratie. Ze heeft geen transparante boekhouding en ze verwerft haar verkiezingsfondsen deels in het buitenland. Alleen al dat laatste is een ironische zevenknaller. De partij die dubbele paspoorten bestrijdt om dubbele loyaliteiten uit te sluiten, geeft schimmige buitenlandse investeerders de kans om, via haar, de Nederlandse politiek te beïnvloeden tot in de tempel van de besluitvorming. Ik vind dat vooral een erg on-Nederlandse bedoening.

Dankzij mijn schoonfamilie heb ik leren klaverjassen, fanatiek zelfs. Als het gaat om integreren, is geen moeite mij te min. Wel, ik kan mij geen Nederlandse klaverjasclub inbeelden die accepteert dat haar bestuur niet kan worden verkozen en dat haar boekhouding geheim blijft. Hoezo, de PVV functioneert als zogenaamd gelijke naast partijen die wel beschikken over interne democratie en een heldere boekhouding?

Enfin, daar ga ik toch van uit. Ik kan mij niet voorstellen dat uitgerekend in Nederland, de wetsteen van de budgettaire scherpslijperij in heel Europa, de financiering van politieke partijen niet van naaldje tot draadje transparant zou zijn geregeld. Ontneem me die illusie niet. Ik ben er aangaande Nederland al genoeg kwijtgespeeld.

Als de PVV inderdaad een partij is als een andere, waarom was in 2010 dan überhaupt een gedoogconstructie nodig? Waarom was het een constructie en geen coalitie? Tenzij uit schaamte en uit onbehagen?

Wat mij onthutste was de dubbele bestuurlijke lafheid waarop ze was gestoeld. De lafheid van regeringsleider Rutte die van de PVV niet de verantwoordelijkheid eiste om minstens één ministerportefeuille op zich te nemen. En de lafheid van de PVV om zo’n portefeuille niet eens op te eisen. Waarom werd Wilders geen minister van Buitenlandse Zaken? Hij vertoefde ook toen al meer in de Verenigde Staten en Israël dan in Den Haag.

Dankzij Rutte kreeg Wilders veel macht en geen spat verantwoordelijkheid. Daar handelde hij ook naar, zonder veel aan populariteit in te boeten. Hoe kon het ook anders? Hij zat tegelijkertijd niet en wel in de regering, hij was de enige die over die positie besliste en hij kreeg in beide gevallen het martelaarschap op een blaadje aangeboden, nu eens van zijn gedoogpartners, dan weer van zijn tegenstrevers. Een populistische wipwap, waarmee hij zijn electoraat op stabiele hoogte hield en daarna zelfs wist uit te breiden.

Zijn jullie er echt zeker van, beste Nederlandse vrienden, dat zo’n wipwap te verkiezen valt boven ons cordon? Niet Wilders heeft zich aan de macht verbrand. De Nederlandse macht heeft zich verbrand aan Wilders.

Je kunt dat ook anders formuleren. „Als je danst met de duivel, is het niet de duivel die verandert, maar dan verander je zelf.” Dat zei Bart De Wever, de democratische Vlaams-nationalist door wie Dewinter is onttroond als stemmenkampioen. Ook hij werd in 2009 geïnterviewd in Vrij Nederland. Hij betoonde zich een koele minnaar van het cordon, maar hoe dan ook: een minnaar. Zelfs hij.

Hetzelfde kan niet worden gezegd van de Hollandse pin-up van de natiestaat, Thierry Baudet. Op 24 augustus 2014 was deze jurist en historicus gastspreker op de IJzerwake. Dat is een jaarlijkse bijeenkomst in het verre westen van Vlaanderen waaraan in hoofdzaak Vlaams Belangers deelnemen. In 2004 scheurden ze af van de traditionele IJzerbedevaart in Diksmuide, omdat die naar hun smaak te soft was geworden.

Sta me toe dat ik een klein sfeerbeeld schets. Bij de oprichtingseditie van de IJzerwake hing een norse portretfoto van Staf De Clercq „in ware Sovjetstijl aan de zijkant van het podium”, dixit De Standaard. In 1933 was deze De Clercq een medeoprichter van het Vlaams Nationaal Verbond, dat op 10 november 1940 onder zijn leiding zou kiezen voor collaboratie met de nazi’s. Wikipedia citeert uit zijn toetredingsspeech: „De nieuwe orde dient gevestigd te zijn, eensdeels op het beginsel van het leiderschap, andersdeels op het uitschakelen en verwerpen van alle instellingen (parlement, vakbonden, etc.), groeperingen of uitingen die de organische eenheid der Volksgemeenschap aantasten of ondermijnen.’ In zijn laatste speech, vlak voor zijn dood door een hartinfarct in oktober 1942, „herbevestigde De Clercq zijn vertrouwen in Adolf Hitler”.

De IJzerwake kent, behalve toespraken, ook luchtige momenten, zoals een ‘zangstonde’ met heimatklassiekers, genre In de stille Kempen en Op de purperen hei. Tot besluit echter, noteerde opnieuw De Standaard uit de mond van de organisatoren, „zingen we de eerste strofe uit Die Stem van Suid-Afrika, dan de anti-Belgische tweede strofe uit De Vlaamse Leeuw en ten slotte de zesde strofe uit Het Wilhelmus, onze eigenlijke nationale hymne, die een gebed is voor heel het Dietse Nederland”.

Baudets toespraak in 2014 handelde over Europa. Een van zijn eerste zinnen luidde niettemin: „Een cordon sanitaire is een vorm van intellectueel fascisme.” Een paar duizend nostalgici van het reëel bestaande fascisme beloonde hem met een open doekje. Ook voor zijn uitsmijter kreeg Baudet Groot-Nederlands applaus. „Ontbind België. Versterk de Vlaams-Nederlandse cultuurgemeenschap. En ontbind vooral de Europese Unie.”

Drie jaar eerder en een paar honderd kilometer daarvandaan, in het Klein-Nederlandse parlement, nam ook Martin Bosma, rechterhand van Wilders, het cordon op de korrel. Nog wel tijdens een debat over de gekorte Nederlandse kunstsubsidies, en zowaar toegespitst op mijn persoon. Ik citeer, dankzij het literair weblog De Contrabas, uit het ‘ongecorrigeerd stenogram van het wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 21 november 2011’.

Kamerlid Bosma somt eerst allerlei protestacties op, die hij uiteraard schandalig vindt, en rondt als volgt af: „Tom Lanoye stelt zelfs een cordon sanitaire voor, dat eruit moet bestaan dat PVV’ers nooit meer ergens mogen besturen. Dat lijkt mij een anti-democratische opmerking, een oproep tot apartheid.” Als sanctie suggereert hij dat Toneelgroep Amsterdam, het gezelschap van Ivo van Hove, geen toneelstukken meer van mij mag ‘betrekken’ indien het nog in aanmerking wenst te komen voor subsidie.

Nu goed: ene Boris van der Ham nam niet onaardig mijn verdediging op, Toneelgroep Amsterdam heeft sindsdien zonder represailles nog twee stukken van mij ‘betrokken’ en Bosma heeft zijn dreigement sindsdien nooit meer herhaald. Tot mijn spijt. Een beetje tegenkanting is goed voor een letterkundige carrière, zeker internationaal. Ik ben ook maar een bastaardzoon van mijn tijdsgewricht. „Le plaisir de se voir imprimé is allang vervangen door le plaisir de se voir censuré.” Dat schreef onlangs de ombudsman van een Vlaamse krant. En als iemand het kan weten?

Baudet noch Bosma verwekte deining met zijn uithaal. Niet in Nederland, niet in Vlaanderen. Wil dat ook zeggen dat het cordon een zachte dood gestorven is? Omdat de Vlamen eindelijk hebben begrepen dat hun noorderburen het bij het rechte eind hadden — zoals altijd?

Ik moet mijn Nederlandse vrienden teleurstellen. Kort geleden, op 1 november 2015, was Bart De Wever op tv te gast in De Zevende Dag, voor een discussie met Tom Van Grieken, de nieuwe voorzitter van Vlaams Belang. De Wever is inmiddels de machtigste man van België, als voorzitter van de N-VA, onze grootste partij. Hij en ik verschillen over heel veel zaken heel grondig van mening, om het voorzichtig uit te drukken, en hij schuwt zelden controversiële uitspraken. Die zondagochtend echter zat ik hem bijna toe te juichen. Het gespreksonderwerp was het vluchtelingendrama.

„De uitspraak van uw partijgenoot Dewinter”, sneerde De Wever, die in felheid deed terugdenken aan Jean-Luc Dehaene zaliger, „dat we die mensen maar kompassen moeten geven zodat ze kunnen terugzwemmen — die is van een ranzigheid, een onmenselijkheid, die wij nooit zullen verdedigen.” Hij voegde er letterlijk aan toe dat hij en zijn partij nooit zouden meestemmen met welk voorstel van Vlaams Belang dan ook. „Als u morgen een resolutie indient dat de zon schijnt, dan nog zal ik niet met u meestemmen.”

Zover hoeft het voor mij heus niet te gaan. Ik ben voorstander van resoluties over de zon, zeker in onze regenachtige contreien. En uiteraard probeerde De Wever, bij een beladen thema als dat van de vluchtelingen, in de eerste plaats zijn rechterflank in toom te houden. Hij heeft massaal veel kiezers afgesnoept van Vlaams Belang, met de belofte dat ze dankzij hem eindelijk mee het beleid zouden kunnen bepalen, na twee decennia van steriele oppositie.

Zonder hem zullen ze opnieuw aan de zijlijn belanden. Dat was zijn impliciete dreigement. Maar het is, draai of keer het zoals je wilt, een expliciete herijking van het cordon dat voor het eerst in 1991 werd bepleit.

Bovendien ben ik ervan overtuigd dat De Wever niet alleen sprak als partijstrateeg. Hij sprak ook als democratisch nationalist, als historicus en als kind van een collaborateursfamilie. Hij koestert een viscerale afkeer tegen iedereen die zijn ideaal opnieuw besmeurt en beschadigt met een retoriek van etnische uitsluiting. Ook uit persoonlijke weerzin zal De Wever nooit overgaan tot politieke samenwerking met Dewinter. Zelfs niet aangaande resoluties over het weer.

Hij zegt dat dan ook. Luid en duidelijk, open en bloot. Te nemen of te laten.

Moet Nederland alsnog een cordon sanitaire aanleggen? Het is aan de Nederlanders om daarover te beslissen. Ik ga niet de fout maken die zij in de jaren tachtig en negentig jegens de Vlamingen hebben gemaakt. Ons jarenlang voorhouden dat je met extremistische partijen nooit in zee mag gaan, en dan precies het tegenovergestelde doen zodra je er zelf eentje in je achtertuin hebt gekweekt.

Feit blijft dat het welslagen van het Belgische cordon in Nederland systematisch wordt ontkend. Aan dat negationisme hangt de geur van een gezamenlijke bezwering, van prematuur exorcisme. Eén democratische techniek wordt bij voorbaat geschrapt, op ingebeelde gronden en tegen alle bewijzen en getuigenissen in.

Is dat lafheid, vrienden? Of vinden jullie werkelijk dat er, overal en te allen tijde, met wie of wat dan ook, gepolderd móet worden?