Heeft u een brievenbusfirma voor mij?

Veel Duitsers kwamen via filialen van banken in Luxemburg of Zwitserland – waar zij hun geld aanvankelijk hadden ondergebracht – terecht bij Mossack Fonseca in Panama.

Panama blijkt een stuk dichterbij te liggen dan we altijd dachten, concluderen Duitse media uit de zogenoemde Panama Papers. Vrijwel alle grote en middelgrote Duitse banken hebben gebruikgemaakt van het omstreden juridisch adviesbureau Mossack Fonseca, om zo hun vermogende klanten te kunnen helpen bij het opzetten van brievenbusmaatschappijen.

De regering in Berlijn zegde deze week nieuwe regels toe om belastingontduiking beter te kunnen bestrijden. Maar nieuw is het zeker niet dat Duitse banken zich inlaten met dergelijke praktijken. Zo kwam justitie twee jaar geleden al in actie tegen een aantal grote banken, ook toen op basis van interne documenten van Mossack Fonseca (die een klokkenluider aan justitie in Noordrijn-Westfalen had verkocht voor ongeveer 1 miljoen euro). Commerzbank, Hypovereinsbank en HSH Nordbank betaalden destijds boetes van bij elkaar bijna 50 miljoen euro.

En daar bleef het niet bij. Het klimaat veranderde. De Duitse banken beseften dat het faciliteren van brievenbusfirma’s weliswaar profijtelijk kon zijn, maar ook ernstige imagoschade kon opleveren, zelfs als brievenbusfirma’s op zich niet illegaal zijn.

De Duitse belastingdienst trad bovendien steeds vaker op tegen zwartspaarders die hun geld in Luxemburg, Zwitserland of Liechtenstein hadden verstopt, en schrok er niet voor terug daarbij gebruik te maken van te koop aangeboden bankgegevens. En binnen de Europese Unie wierpen Duitse bewindslieden zich op als pleitbezorgers van een strengere aanpak van belastingparadijzen.

Deutsche Bank

In totaal komen 28 Duitse banken voor in de Panama Papers, volgens de Süddeutsche Zeitung, de krant die de affaire wereldwijd aan het rollen heeft gebracht. De grootste, Deutsche Bank, zou sinds 2007 met behulp van Mossack Fonseca 426 brievenbusmaatschappijen hebben opgezet.

Daarvan zouden er nog maar vijftig actief zijn, en in geen van de gevallen zou Deutsche nog bij het beheer ervan betrokken zijn. De bank zegt dat ze „het proces van het aannemen van klanten en het onderzoeken met wie we zaken doen” heeft verbeterd.

Opmerkelijk is dat er rond 2005 bij het juridische adviesbureau uit Panama plotseling een grote toename was van brievenbusfirma’s die door Duitse banken werden beheerd. Juist in dat jaar werd een Europese renterichtlijn van kracht, waarbij Europese landen gegevens konden uitwisselen over bankrekeningen van Europese burgers. Voor Europeanen die hun geld voor de fiscus wilden verstoppen, kan dat een goed moment zijn geweest om hun heil buiten Europa te zoeken.

Voor Mossack Fonseca liepen de zaken toen in elk geval „extreem goed”, meldde een medewerker vanuit Luxemburg per mail aan zijn bazen in Panama. Veel Duitsers kwamen bij Mossack Fonseca terecht via de filialen van hun Duitse bank in Luxemburg of Zwitserland, waar ze hun geld eerst hadden geparkeerd.

Inmiddels zeggen Duitse banken hun activiteiten op dit vlak sterk verminderd of zelfs helemaal afgebouwd te hebben. Maar wie toch nog gelooft dat hij in Panama veilig is, „moet nu slapeloze nachten hebben”, zei minister van Financiën van Hessen, Thomas Schäfer, deze week tevreden na het uitlekken van de documenten van Mossack Fonseca.

Uit de Panama Papers valt volgens de Süddeutsche niet op te maken of de ‘Panama-Duitsers’ die er in voorkomen van deze financiële constructies gebruik hebben gemaakt om de belasting te ontduiken. Tot nu toe zijn er nauwelijks bekende Duitsers in de affaire tegen de lamp gelopen – afgezien van een voormalige penningmeester van de CDU, wiens offshore-firma twee jaar geleden al bekend werd door een publicatie in het weekblad Stern, waarop hij aftrad.

Pijnlijk is dat vrijwel alle zogeheten Landesbanken opduiken in de documenten van Mossack Fonseca – dat zijn de banken die speciaal tot taak hebben de financiële zaken van de Duitse deelstaten te behartigen. Deze banken in handen van regionale overheden hebben daarmee het werk van een ander deel van de overheid, de fiscus, dus op zijn minst bemoeilijkt.