‘Geld terug bij vertraging’ geen zaak voor Dijksma

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: luchtreizigers en merkrecht.

Foto REMKO DE WAAL / ANP

Passagiers die ondanks flinke vertragingen van hun vluchten geen vergoeding krijgen van luchtvaartmaatschappijen, hoeven niet te rekenen op staatssecretaris Sharon Dijksma (Infrastructuur en Milieu, PvdA). Zij weigerde Royal Air Maroc en KLM tot de orde te roepen toen drie Nederlandse bij haar aanklopten, omdat ze geen vergoeding kregen nadat hun vluchten waren geannuleerd (Royal Air Maroc), respectievelijk 26 uur vertraging opliepen (KLM). Vorige week viel het Hof van Justitie van de Europese Unie haar in die opstelling bij.

De drie Nederlanders waren bij de Raad van State in beroep gegaan tegen de weigering van de staatssecretaris om „bestuursrechtelijk handhavend op te treden” tegen de beide luchtvaartmaatschappijen. De Raad legde de kwestie voor een bindende uitleg van de Europese regeling over ‘geld terug bij vertraging in het luchtverkeer’ voor aan het Europees Hof.

In Nederland is de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aangewezen als de instantie die verantwoordelijk is voor de handhaving van deze regeling en bij overtreding zonodig sancties kan treffen. Maar het Hof oordeelt dat deze bevoegdheid met name geldt wanneer de luchtvaartmaatschappij „stelselmatig” weigert gedupeerde passagiers de passende vergoeding te verstrekken.

De staatssecretaris is, aldus het Hof, in beginsel niet verplicht op te treden naar aanleiding van klachten van iedere individuele luchtreiziger die geen vergoeding heeft gekregen. Daarvoor zou de verordening door de regeringen van de EU-landen moeten worden aangepast. Zolang dat niet gebeurt, heeft de toch al groeiende commerciële claimindustrie er een doelgroep bij.