Franse Heinekenbrasserie is vooral gemakzuchtig

Aan het Marie Heinekenplein, waar het alle opknapbeurten ten spijt nooit echt gezellig wordt, zit een nieuwe zaak: Ecole. Zoals de naam suggereert gaat het om de Franse keuken en de eigenaar heeft dan ook de halve groothandel opgekocht om het interieur een Frans tintje te geven: metrotegeltjes, een klok met ‘Paris’, Parijse lampenbollen, nieuwe thonetstoeltjes, grote krijtborden, maar ook verdwaalde vlinders en geweien en een hipstercactus op tafel. Brasserie meets nouveau ruig. Of zoiets. Hoe Frans Ecole wil lijken, eigenlijk verschilt het in niets van een Amerikaans diner, ware het niet dat die geen pretenties heeft. We worden opgevangen door een hypervrolijke gastvrouw die ons naar ons tafeltje escorteert. Binnen een minuut staan de drankjes op tafel, een minuut later vraagt het meisje wat we willen eten. Omdat we de kaart nog niet hebben bekeken, laat ze ons even met rust om binnen twee minuten terug te komen. Teleurgesteld druipt ze af om ons vervolgens te negeren – hadden we maar niet moeten treuzelen.

De menukaart biedt eenvoudige brasseriegerechten: uiensoep, mosselen, steak friet, poussin, confit de canard, stoofvlees, kabeljauw en een paar pasta’s. Als het goed gemaakt is, is daar natuurlijk niks mis mee. Er is nauwelijks keuze voor vegetariërs, er staat één hoofdgerecht (penne arrabiata) op de kaart; of je moet twee voorgerechten, een soep en een salade, nemen. Vreemd voor een zaak die vooral bevolkt wordt door twintigers en dertigers, de generatie die vaak kiest voor vegetarisch. We nemen een krokantje van filodeeg (9,-) en een Luikse salade (8,-), poussin (16,-) en steak frites (14,-) en ten slotte crème brûlée (6,-) en boekweitcrèpe Suzette (6,-). Als bijgerechten bestellen we palmkool (cavolo nero, 3,-) en friet in de schil (3,-). De Luikse salade is botersla met spek, la Ratte aardappels, haricots verts, olijven en ei. Het ziet er verleidelijk uit, maar alles is steenkoud, ook het spek en zelfs het halfzacht gekookte ei… rechtstreeks vanuit de koeling, kraak noch smaak en de laffe dressing zonder zuren draagt ook niks bij. Het filokrokantje is een vegetarisch moetje, een hapje niksigheid met dikke strepen balsamicodressing, grove vlokken parmezaan, wat paprika die duidelijk niet zelf geroosterd is en papperige aubergine.

Het hoofdgerecht stemt vrolijker, maar het vlees van de steak is matig en alhoewel de cuisson prima is, kauw je je suf op de zenen. De bijgeleverde béarnaise is lekker zuur, maar de frieten lijken sprekend op die van de internationale keten met de grote gele letter. Diezelfde frieten komen ook als bijgerecht op tafel, terwijl we écht frieten in de schil (skin on) hadden besteld. Alles gaat hier vanuit pak of zak via de keuken naar de tafel, dat moet beter kunnen. De palmkool wil wel smaken, de winterpostelein kan ermee door en de poussin met la Ratte aardappeltjes zijn prima, alhoewel de kruiden op het kippetje zijn verbrand.

We drinken een vaasje Heineken (2,80) en zien later ook dat de rekeninghouder waar onze betaling binnenkomt Brasserie Heineken heet. En we drinken een matige sauvignon blanc en merlot (4,-); die laatste is te warm. Goddank is de crème brûlée lekker, het gekarameliseerde suikerlaagje gelukt en proeven we echte vanille, maar het boekweitflensje overleeft ons oordeel niet: zompig. In het beloofde bloedsinaasappelsorbetijs ontdekken we mango, en de overdaad aan sinaasappelschilletjes ruïneert het dessert definitief. We zuchten diep: zijn wij nou te kritisch of heeft de rest er niets van begrepen? Bij ons gaan de woorden ‘liefdeloos’, ‘zielloos’ en ‘gemakzuchtig’ over tafel; om ons heen zien we alleen maar mensen (véél mensen, de akoestiek doet ons bijna de das om) die hun bordje braaf leeg eten, vrolijk kletsen en nergens last van lijken te hebben. Er is duidelijk een markt voor een zaak als Ecole, zoveel is zeker, maar onze zaak zal het niet worden.