Elitegraven ontdekt in Dalfsen

Bij Dalfsen zijn graven uit de Merovingische tijd (550 na Chr.) gevonden vol rijke en uitbundige grafgiften.

Archeologen schrapen het zand voorzichtig weg om een Merovingisch graf bloot te leggen. Foto Carolien Prins, Historische Kring Dalfsen

Bij Dalfsen is een grafveld uit de Merovingische tijd (ca. 550) gevonden met daarin een rijk graf van een ‘Merovingische chief’ uit de vroegmiddeleeuwse elite. Het is niet de eerste bijzondere grafvondst in dit dorp aan de Vecht in Overijssel, met zijn droge dekzandruggen. Vorig jaar werden er bijzondere 5.000 jaar oude voorwerpen uit het Trechterbekertijd ontdekt: sporen van de oer-Nederlander.

De nu gevonden grafkamer maakt deel uit van een bescheiden grafveld dat halverwege de zesde eeuw gebruikt werd door één, hooguit twee generaties. Het gaat om negen kuilen waarin skeletten hebben gelegen en zo’n vijf à zes crematiegraven. Twee graven, van een man en een vrouw, allebei in gelegen in de richting oost-west, springen eruit vanwege de rijke en uitbundige grafgiften.

„Stichtersgraven”, zegt opgravingsleider Henk van der Velde, als archeoloog verbonden aan het bedrijf ADC Archeoprojecten. „Wie zijn doden begraaft op historische grond, benadrukt zijn claims daarop.” Ze vormen „een belangrijk puzzelstuk” in de vroegmiddeleeuwse geschiedenis van Oost-Nederland vanwege de samenhang en de volledigheid. In totaal zijn er in heel Nederland „enkele tientallen graven” ontdekt uit de periode van 450 tot 700 na Christus.

De man was een krijger, hij kreeg zijn volledige wapenuitrusting mee. Daarvan zijn een schildkop, twee slagzwaarden een bijl, een mesje plus een lanspunt bewaard gebleven. Naast de kist lag een Romeins speelsteentje en stonden twee bekers, van glas en aardewerk – wat erin zat is nog niet onderzocht. De archeologen vermoeden dat de man een chief was die gediend heeft voor een Merovingische koning. Hij had een vooraanstaande positie in de regio. Van der Velde: „Er ging voor een kapitaal de grond in. Nou, dan ben je wel iemand.”

Ook de dame, misschien wel zijn echtgenoot, kreeg luxe cadeaus mee. Grafgiften waaraan alleen de vroegmiddeleeuwse ‘Prinses van Zweeloo’ kan tippen. Twee halssnoeren met meer dan 400 barnstenen kralen. Twee paar mantelspelden, ingelegd met edelsteen en goudfolie. Plus – bijzonder! – een Angelsaksische aardewerken pot. Samen met de mantelspelden en het barnsteen zeer populair in Noord-Duitsland en op de Wadden, verderop in het Merovingische Rijk.

Kwam deze bemiddelde vrouw daarvandaan? Dat is goed denkbaar, zegt archeoloog Van der Velde. De vroege Middeleeuwers leefden in Dalfsen van landbouw en woonden aan de Vecht. Wellicht hielden ze zich in de winter ook bezig met ruilhandel en ambachten. Uit de latere Middeleeuwen kennen we jaarmarkten waar bewoners ook kwamen aanzetten met huwelijkskandidaten. Maar meer dan speculatie is dat niet, erkent Van der Velde.

Opvallend is dat dit vroegmiddeleeuwse grafveld maar kort in gebruik is geweest. Andere graven uit deze tijd, bijvoorbeeld in het rivierengebied, lagen in een veld waar doden soms wel driehonderd jaar achtereen begraven werden. Waarom gebeurde dat in Dalfsen niet? Van der Velde: „In deze tijd woonde men in Oost-Nederland nooit lang op dezelfde plek. Een, twee, misschien drie generaties lang en daarna verkaste men naar vruchtbare akkers, verderop in het gebied. Die lagen voor het oprapen omdat we uit de laat Romeinse tijd veel grote nederzettingen kennen die intensief bemest werden.”

De vroegmiddeleeuwse graven werden op 20 april vorig jaar in Dalfsen ontdekt. Archeologen bogen zich over het grafveld van de hunebedbouwers toen ze iets ten noorden daarvan stuitten op de vroegmiddeleeuwse vondsten. De grafgiften zijn de afgelopen maanden geconserveerd en gerestaureerd en donderdag in het gemeentehuis van Dalfsen gepresenteerd.