Een onthechte zwerversblik op de Samboeroes en Kikoejoes

Geert van der Kolk behoort tot het reislustige type. Zijn vorige boeken speelden zich af in de Dominicaanse Republiek, in Oost-Europa en Latijns-Amerika. Voor zijn nieuwe roman, De oogst is voorbij, deed hij inspiratie op in Oost-Afrika, waar hij, aldus de flaptekst, ruim een half jaar ‘rondzwierf.’ Het resultaat van die omzwervingen mag er zijn: een boek dat leest als een thriller, en waarin menig lijk te betreuren valt. In het fictieve Keniaanse dorp Oost-Horr bouwen ijverige Europeaanse ontwikkelingswerkers veel op. Maar in de tweede helft van het jaar stort alles geleidelijk weer in.

Dat klinkt niet erg bemoedigend, zeker als je in aanmerking neemt dat het project toch al gepaard gaat met veel geweld en corruptie. Maar Van der Kolk weet zijn Afrikaanse roman in zulke soepele zinnen te gieten en de schrale feiten met zoveel droge humor te brengen, dat je moeiteloos geboeid blijft tot het chaotische einde.

We maken kennis met Andries Jordaan, een ingenieur die in Oost-Horr een modelboerderij opzet. Met het project wil men de Samboeroes, Kikoejoes en Toerkana’s leren inzien dat het beter is om op één plek te wonen en te werken dan rond te trekken met vee. Maar de nomaden voelen niets voor spitten, ploegen en maïs verbouwen. Als er toch iets geoogst moet worden, dan graag sorghum, waar bier van gemaakt kan worden. Er worden in dit boek adembenemende hoeveelheden bier, whisky en ‘konyaki’ weggewerkt, door zowel Afrikanen als buitenlanders.

Van der Kolk laat verschillende stemmen horen, maar deelt geen standjes of adviezen uit. Zijn onthechte zwerversblik, die hij ook zo mooi over het eindeloze, Afrikaanse landschap laat gaan, maakt de kracht uit van deze roman. De mens, zo blijkt keer op keer, is vooral uit op eigenbelang. De plaatselijke commandant doet alles behalve de orde handhaven. De nomaden pikken elkaars vee en land af, gewapend met speren en geweren, en het wordt geaccepteerd als een natuurwet.

Afrikaanse moeders geven hun kinderen weg als dat geld oplevert. En ook Jordaan heeft zo zijn eigen, niet altijd even altruïstische motieven om zich in te zetten voor de medemens. Maar ik ben toch blij dat hij het vege lijf weet te redden als alles in de soep loopt: een klein lichtpuntje in deze dramatische, maar vooral erg interessante ontwikkelingshulpsoap.