Dertig eieren? Man, ga eerst naar de dokter

Gezondheid Oudere migranten zijn veel ongezonder dan Nederlandse ouderen, blijkt uit onderzoek van de GGD. Nierfalen, suikerziekte, zorgen over de kinderen. ‘Cultuurspecifieke’ begeleiding is nodig: „Anders blijven ze achter de voordeur.”

Van de Turkse ouderen heeft ruim de helft aandoeningen in het bewegingsapparaat, van de Marokkaanse ouderen heeft ruim de helft suikerziekte. Foto Robin Utrecht

’S Ochtends lezen de bezoekers van het Turkse koffiehuis Karanfil de krant. Dan begint het „mannelijk roddelen”: praten over Turkse politiek en over de gebeurtenissen in Syrië en Rusland. En daarna spelen ze spelletjes. Kaarten. Wie op winnen staat, wordt wat gejend. Er wordt gerookt, gegokt, Turkse thee gedronken. Rond een uur of zes gaan de mannen naar huis.

Het koffiehuis in de Amsterdamse wijk De Pijp fungeert als een soort dagbesteding voor ouderen, vertelt eigenaar Sed Birkan. „Hier ken ik veel mensen”, zegt een 68-jarige bezoeker die aan de stadsrand woont, in de Bijlmer. „Maar buiten dit koffiehuis ben ik eenzaam. In de Bijlmer heb ik geen kennissen, er zijn geen Turken. Ik ken een paar jonge mensen, maar die werken overdag.”

Zelf stopte hij acht jaar geleden met werken. Hij deed van alles. Zwaar werk. Op de bloemenveiling, in de beveiliging. Ouder worden vindt hij erg: elke dag een nieuw probleem. Dan je kies, dan je hart. Zijn cholesterol is te hoog, hij heeft een bypassoperatie gehad. Hij heeft suikerziekte en oogproblemen.

In Karanfil is hij niet de enige. Iedereen kan meepraten over gezondheidsproblemen. Zoals Rufat Civil (76), die al tien jaar suikerziekte heeft. En een hoge bloeddruk. „De dokter geeft tabletten, maar die helpen niet. Ik tril. Eenzaamheid is ook een probleem.”

Een of meer aandoeningen

Oudere migranten zijn in bijna alle opzichten ongezonder dan Nederlandse ouderen, meldde de GGD Amsterdam onlangs. De dienst baseerde zich op een gezondheidsenquête in de vier grote steden onder 65-plussers. Daaruit blijkt dat oudere allochtonen vaker een of meer chronische aandoeningen hebben, of problemen met bewegen, zien of horen. Ook voelen ze zich beduidend minder goed dan Nederlandse ouderen. Slechts 11 procent van de Marokkaanse ouderen voelt zich gezond, tegenover 57 procent van de Nederlandse ouderen. Migranten voelen zich ook vaker eenzaam, angstig of depressief.

Tussen etnische groepen zijn grote verschillen. Ruim de helft van de Surinaamse ouderen heeft een hoge bloeddruk. Van de Marokkaanse ouderen heeft ruim de helft suikerziekte en van de Turkse ouderen heeft ruim de helft aandoeningen in het bewegingsapparaat. Bij Nederlandse ouderen is dat respectievelijk 37, 30 en 16 procent.

De Turkse gemeenschap is ook wel een beetje van: heb jij pillen? Geef mij er eentje

Sed Birkan eigenaar koffiehuis

Ook leefgewoonten verschillen aanzienlijk. Zo heeft één op de twee Turkse ouderen ernstig overgewicht; terwijl dat voor 20 procent van de Surinamers, 17 procent van de Nederlanders en 15 procent van de Marokkanen geldt. Nederlandse ouderen zijn lichamelijk actiever, maar drinken wel behoorlijk meer alcohol. In rookgedrag is er dan weer nauwelijks verschil. Behalve bij Marokkaanse ouderen – die roken en drinken nauwelijks.

Hierover waren nauwelijks recente gegevens beschikbaar, vertelt GGD-onderzoeker Fatima El Fakiri. Terwijl die kennis steeds belangrijke wordt; het aantal ouderen van niet-westerse afkomst in grote steden zal in 2040 meer dan verdrievoudigd zijn. Ook de ‘andere ouderen nemen in aantal toe, maar minder snel. In Amsterdam leven in 2040 naar schatting 160.000 ouderen, van wie zo’n 50.000 niet-westers.

Oorzaken

Waar die verschillen in gezondheid door komen, is niet eenduidig, zegt El Fakiri. „Een deel heeft met de migratieachtergrond te maken: Turkse en Marokkaanse ouderen waren veelal laaggeschoolde gastarbeiders die in de industrie werkten. Westerse migranten hebben juist vaker een hogere sociaal-economische status.” Een andere mogelijke oorzaak is dat „het zorgaanbod niet goed op deze groep is toegesneden”.

Niet-westerse ouderen zijn moeilijk bereikbaar voor zorgverleners, zegt Regien Keurentjes. Ze houdt zich voor Zorggroep Amsterdam Oost bezig met zorg voor migrantenouderen. Zij spreken de Nederlandse taal vaak niet goed of zijn analfabeet.

Ziektes als alzheimer zijn taboe; er is onwetendheid en schaamte. De Zorggroep biedt daarom ‘cultuurspecifieke’ dagbesteding, voor Turkse en Marokkaanse mannen en vrouwen (gescheiden) en voor Surinaamse ouderen. Zo laagdrempelig mogelijk, in de eigen taal, met begeleiders die de buurt en cultuur goed kennen. „Als je deze groep geen cultuurspecifieke begeleiding aanbiedt, blijven ze achter de voordeur.”

Farida Bachiri begeleidt zo’n dagbestedingsgroep voor Marokkaanse oudere vrouwen in Amsterdam-Oost. Ze drinken koffie en bespreken het nieuws van de week, vertelt Bachiri. Zo halen ze elkaar uit hun isolement. „Sommige vrouwen kwamen vijftien jaar nauwelijks buiten. Ze hebben geen sociale contacten. Mannen zijn vaak al overleden – de eerste generatie huwde jonge vrouwen. Kinderen zijn de deur uit. De vrouwen kijken er naar uit om elkaar hier te zien.”

Het aantal ouderen van niet-westerse afkomst in de vier grote steden zal in 2040 meer dan drie keer zo hoog zijn

Een van die vrouwen is Mina (57) uit Amsterdam-Oost. Ze is weduwe, heeft nierfalen en suikerziekte. Ze heeft vijf kinderen. En veel zorgen. Haar zoon van 25 heeft soms werk en dan weer niet. Dat hebben veel vrouwen in de groep gemeen: suikerziekte, een hoge bloeddruk en veel zorgen over de kinderen. Wat als ze aan de drugs gaan? Wat als het meelopers worden? „Als ik hier zit, vergeet ik veel”, zegt Mina. „Maar als ik alleen thuis ben: piekeren, piekeren.”

Net als veel andere vrouwen in de groep heeft Mina haar eetpatroon op doktersadvies veranderd. „Vroeger at ik alles wat de pot schaft. Nu let ik heel erg op.”

Zijn de gezondheidsproblemen alleen iets van allochtonen van de eerste generatie? Bij hun kinderen worden problemen als taalachterstand kleiner, zegt El Fakiri. „Maar internationale onderzoeken laten zien dat ook latere generaties achterstanden hebben. Bepaalde gewoonten kunnen zich ongunstiger ontwikkelen bij langer verblijf, zoals roken door vrouwen. En we weten ook niet hoe chronische aandoeningen zich ontwikkelen.”

Door de recente migrantenstroom komen bovendien weer veel nieuwe niet-westerse migranten naar de stad.

In koffiehuis Karanfil noemen ze verschillende redenen voor gezondheidsproblemen onder Turkse ouderen: veel stress, weinig geld, heimwee. Er is weinig vertrouwen in de medische wereld, vertelt eigenaar Birkan. Er heerst angst. „Je moet je lichaam heel houden, denkt men, niet erin snijden of naar een ziekenhuis. En deze gemeenschap is ook wel een beetje van: heb jij pillen? Geef mij er eentje.”

Te veel eieren

Leefgewoonten spelen ook een rol, denken de bezoekers. Turken houden van suiker: baklava, honing, Turkse stroop. Veel bezoekers zeggen op doktersadvies weinig suiker meer te eten.

„Ik eet graag omeletten”, vertelt een man wiens cholesterol te hoog is jolig. „Met peper en zout. Dus ik ga naar de markt, en de kippenboer, die mij heel goed kent, zegt: wat wil je? Ik zeg: ik wil een grote doos eieren. Zegt hij: dertig eieren? Verdomme, je hebt er vorige week ook al dertig gekocht! Eerst naar de dokter, dan mag je weer eieren kopen.”

In Karanfil wordt samen veel gelachen om het gezondheidsleed. Oók als een man binnenkomt met een stropdas en pyjamabroek – een bloedstolling in zijn ballen, door een medische misser.

Maar er klinkt ook pijn en angst. „Lieverd, ik ben moe”, zegt een andere man, die een bypassoperatie heeft gehad. „Ik voel mij alsof ik door de helft ben. Altijd denk ik: ik kan doodgaan. Ik kan mijn baan niet meer doen. Geen zware dingen meer tillen. Niet meer voetballen. Maar als ik te rustig ben, gaat mijn suiker omhoog. Dus moet ik lang lopen. Maar ik kan niet meer. Vorig jaar liep ik twee of drie rondjes, nu loop ik er één.”

Hij mist zijn dorp, zegt hij. „Ik mis mijn familieleden. Vier kinderen heb ik in Turkije. In 2005 was ik er voor het laatst. De lucht is er droog, niet zo vochtig als hier. Het is zo mooi in mijn dorp. Je kunt er bergen beklimmen, bloemen plukken. Het leven is er heel anders dan hier. Heimwee; dat wordt steeds erger als je ouder wordt.”