De geur van je eigen bed en je eigen wc die je neus inwaait

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen wandelen in Patagonië. Lees elke week hier hun reisverslag.

‘Gelukkig is de tango in Buenos Aires helemaal speciaal voor de toeristen.’ Foto Anita Janssen

En dan, zelfs aan de andere kant van de wereld, begin je de stal weer te ruiken. Eerst zijn het nog maar flauwe flarden die je neus inwaaien en je vaag herinneren aan iets bekends, maar allengs wordt het sterker. Er doemen concrete beelden op: je eigen stad waar je de weg weet en waar je de mensen gewoon kan verstaan. Je eigen bed, je eigen wc. De geur is nu zo sterk, het werkt als een magneet. We gaan naar huis!

Maar we moeten eerst nog een paar dagen naar Buenos Aires, onder andere om daar de schoenen te kopen die ik twee maanden geleden zag. Zou ik ze nog herkennen en zij mij? We vliegen met de KLM naar de stad van de tango om alvast te wennen aan Nederlanders.

Dat valt niet mee, we hebben er de hele reis maar twee of drie gezien vanuit de verte. Dan maken Annie en ik altijd een geheim handgebaar wat betekent „Hollanders, hou je bek!” En dan bijt je nog net op tijd je tong eraf. Je raakt er zo langzamerhand aan gewend dat niemand je kan verstaan en dat je de hele dag luidkeels commentaar op je omgeving kan geven.

Een vliegtuig vol Nederlanders is weer het andere uiterste: wat zijn we toch luidruchtig en stompzinnig. Sorry, ikzelf net zo goed! Het is een prachtige heldere dag en we vliegen over de Andes, wat een buitenkans, maar een oordoptienermeisje dat autistisch naar de smartphone in haar schoot zit te staren trekt met een verveeld gebaar het luikje voor het raampje dicht.

„Zo trekken hordes jongeren de wereld over, ik ben toch echt benieuwd wat ze ervan na kunnen vertellen”, zeg ik chagrijnig.

„Er is niks voor nodig om jou chagrijnig te maken”, zegt immer fluitende Annie.

Er hurkt een homoseksuele jongeman naast mij neder in het gangpad in KLM-bedrijfskleding.„Ik wil even zeggen”, fluistert hij, „dat we enorm blij zijn om u aan boord te hebben.”

„Waarom in godsnaam?”, vraagt Annie even later. Ik haal mijn schouders op.

Voordat we landen spuit het cabinepersoneel zes flessen muggenverdelger leeg, dat moet van de Argentijnse autoriteiten. Waarom nu pas? Ik heb er alweer een nieuwe rij muggenbeten bij.

We zijn in Buenos Aires, ik was het bijna vergeten maar in Argentinië hebben ze nergens een slot op de wc. Dat moet Máxima dus ook zo doen als ze hier op restaurant gaat: voorovergebukt staan plassen, met een hand haar rok omhooghouden en de andere krampachtig om de deurknop klemmen. Gelukkig is de tango in Buenos Aires helemaal speciaal voor de toeristen.

Al met al zijn we toch dit keer niet aan onze wandeluren gekomen, dat vind ik wel jammer . „Troost je”, zegt Annie, „volgend jaar lopen we van Amsterdam naar Rome, een heerlijk vooruitzicht.”