Borduren in alle tinten grijs

In Amsterdam kun je nieuw werk bezichtigen van Michael Raedecker. Geen felle kleuren meer, hij borduurt nu vooral in grijs.

Flat.

Met gejubel, zo verwacht je, wordt een van Nederlands bekendste kunstenaars in het buitenland hier begroet en gekoesterd. Michael Raedecker (1963) is zo’n superster. Eind jaren negentig wordt hij na een studie aan de Rijksakademie en Goldsmiths in Londen opgepikt door de Britse kunstverzamelaar Saatchi. Daarna gaat het snel: Raedecker krijgt met zijn ijle, geborduurde ‘schilderijen’ van een dromerig en doodstil suburbia een nominatie voor de Turner Prize. Zijn galeries behoren tot de grootste ter wereld: Hauser & Wirth, Andrea Rosen. Solo’s zijn er in musea her en der.

De Nederlandse kunstliefhebber ondertussen moet het met weinig stellen. Kleine nieuwsberichten over veilingresultaten, een eerste solo in 2009 in het Haagse GEM. Daarvoor en daarna: stilte. Af en toe duikt werk op in een groepstentoonstelling. Nu is nieuw werk van Raedecker eindelijk geland bij de Amsterdamse galerie Grimm. Ik zeg eindelijk, omdat Raedecker in de jaren negentig al liet zien dat hij het begrip schilderkunst nieuw leven kon inblazen, en dat nu opnieuw doet. Epigonisme en hypes zijn hem vreemd. De generatie van YBA’s (met Damien Hirst en Sarah Lucas als luidruchtigste representanten) kan hem gestolen worden. Voor Raedecker geen megastudio met een legertje assistenten, maar pure, solistische huisvlijt. Zijn productie per jaar? Hooguit tien werken.

Bij Grimm laat Raedecker opnieuw zien hoe ver hij verwijderd is geraakt van de licht gekleurde borduurwerken uit de jaren negentig. Op zijn tentoonstelling Camouflage toont Raedecker veertien werken uit 2015 en 2016. De grondtoon daarvan is voornamelijk donkergrijs, naar zwart neigend.

Raedecker heeft de buitenwereld van de jaren negentig de rug toegekeerd, en concentreert zich op het interieur en de spullen die daarin staan: stoelen, planten, soms een raam. Daaromheen meandert zijn blik.

Opvallendst in dit nieuwe werk is het materiaal. De borduurdraden zijn nagenoeg verdwenen, nepbont is ervoor in de plaats gekomen. Dat bont is drager en vormgever tegelijk: met lijm en acryl worden er krachtige lijnen in gedrukt. Er ontstaat diepte, schaduw: voorstellingen komen als paddenstoelen omhoog gegroeid. Prachtige spookbeelden zijn het, die opgaan in een rulle en o zo aaibare huid.