Blunderde Duitse geheime dienst met neonazimoorden?

NSU Nieuwe onthullingen zouden tonen dat twee leden van een extreemrechtse terreurcel werkten in het bedrijf van een informant van de Duitse geheime dienst. Vraag is of de overheid de moorden had kunnen voorkomen.

Terreurverdachte Beate Zschäpe. Foto AP

Opnieuw is de Duitse overheid in opspraak gekomen, omdat ze tekort zou zijn geschoten bij het aanpakken van de extreemrechtse terreurcel NSU. Nieuwe informatie wijst erop dat twee leden van de cel, terwijl ze gezocht werden door de politie en racistisch gemotiveerde moorden beraamden, tegelijk in dienst waren van bedrijfjes van een informant van de binnenlandse inlichtingendienst BfV.

Wist de Duitse overheid dus waar de neonazi’s zich bevonden, of kón ze dat weten, en heeft ze niets gedaan om ze op te pakken? Waren de tien moorden die de NSU tussen 2000 en 2007 pleegde dus te voorkomen geweest? Of had de inlichtingendienst een informant in het extreemrechtse milieu die de overheid niet hielp, maar de terroristen wel?

Die vragen zijn deze week opeens actueel geworden, omdat tv-kanaal ARD en de krant Die Welt berichtten over het bestaan van de informant. ARD en Die Welt baseren zich op documenten en getuigenverklaringen, maar het hoofd van de inlichtingendienst zegt „geen aanwijzingen” te hebben dat het verhaal klopt.

Extreemrechts terrorisme

Ondertussen loopt in München sinds 2013 nog het proces tegen Beate Zschäpe, een van de drie leden van de harde kern van de NSU (Nationalsozialistischer Untergrund). De andere twee, Uwe Mundlos en Uwe Böhnhart, pleegden in 2011 zelfmoord, toen ze bij een grote politieoperatie gearresteerd dreigden te worden. De Duitse autoriteiten kregen het verwijt dat ze het gevaar van extreemrechts terrorisme zwaar onderschat en gebagatelliseerd hadden.

De drie waren in 1998 ondergedoken, nadat de politie bij doorzoeking van hun huizen wapens, explosieven en neonazistisch propagandamateriaal had gevonden. De moorden die de groep in de loop der jaren pleegde, in acht gevallen op Turken of Turkse Duitsers, werden niet herkend als daden van racisme, maar gezien als afrekeningen in een crimineel milieu – ze kwamen bekend te staan als de ‘Döner-moorden’. Pas in 2011, na een mislukte bankoverval en de zelfmoord van de twee mannen, maakte Zschäpe het bestaan van de NSU bekend en gaf ze zich aan bij de politie.

Tussen 2000 een 2002, toen het trio zijn eerste moorden pleegde, zou Uwe Mundlos onder een valse naam gewerkt hebben in het bouw- en sloopbedrijf van een man die behalve neonazi, ook informant van de veiligheidsdienst was. Later, toen de inlichtingendienst geen gebruik meer maakte van de informant in kwestie, zou Beate Zschäpe ook nog voor hem gewerkt hebben – in een winkel met de naam Heaven & Hell, een trefpunt van neonazi’s, waarvan verwacht had kunnen worden dat de autoriteiten er daarom bijzondere belangstelling voor hadden.