Het grootste tankopslagbedrijf van de wereld bestaat 400 jaar

Vopak is nog altijd diep geworteld in Rotterdam. Met CEO Eelco Hoekstra (45) per boot van het verleden naar de toekomst.

Vopak vanaf het water. Foto Rien Zilvold / NRC

Hoe kan een bedrijf vierhonderd jaar bestaan en Vopak heten? Dat is precies de vraag die je moet stellen aan Matthijs Dicke, bedrijfshistoricus. Hij verdiepte zich in het verleden van het jubilerende Koninklijke Vopak.

Dat Vopak niet het soort naam is dat in of omstreeks het jaar 1616 werd gemunt, zal niemand verbazen. De naam ontstond pas in 1999 toen de bedrijven Van Ommeren en Pakhoed, beide wereldwijd actief in opslag en transport van olie, chemie en gas fuseerden en hij dekt nog geen twintigste van de bedrijfsgeschiedenis.

„Juist die kernactiviteit, het opslaan van goederen, gaat vierhonderd jaar terug”, zegt Dicke. „Er loopt een rechte lijn van het

Foto Rien Zilvold

De LNG-terminal van Vopak op de Maasvlakte. Foto Rien Zilvold

huidige Vopak naar de vemen die zich in de Gouden Eeuw bezighielden met het wegen, keuren, sorteren en opslaan van door VOC-schepen aangevoerde goederen. De eerste keer dat handelsvemen opduiken, is in een Amsterdamse verordening uit 1616. Kennelijk waren die vemen zo belangrijk geworden, dat er dingen geregeld moesten worden.”

Dragers in dienst van de vemen sjouwden goederen uit schepen naar de waag. Om te onderscheiden voor wie ze werkten, droegen ze gekleurde hoeden. Je had Blauw-, Rood-, Groen-, Wit-, Geel-, Zwart- en Purper-, Grauw-, Bont- en Strohoeden. En natuurlijk de Klapmutsen. De begrippen ‘blauwhoeden’ en ‘klapmutsen’ in de betekenis van sjouwers duiken voor het eerst op in 1617, in het blijspel Spaanschen Brabander van Bredero: „Want hy het al de blauw hoeden en de klapmutsen int werck.” Dat was een jaar na het officiële geboortejaar van Vopak.

Het Blauwhoedenveem is de bakermat van Vopak. Die naam hield stand tot in 1967 Pakhoed ontstond uit wat inmiddels Blaauwhoed was gaan heten, en Pakhuismeesteren. Dat bedrijf werd in 1818 opgericht als specialist in thee-opslag en was in Amsterdam en Rotterdam actief.

Eerste stop: de Boompjes

Zo belanden we in deze geschiedenis eindelijk in Rotterdam. Op een zonnige vrijdag in maart scheept Vopak-CEO, Eelco Hoekstra, in op de KVRE-55 van de Koninklijke Roeiers Vereeniging Eendracht die ligt afgemeerd aan de Westerkade. Aan het roer staat Erik de Neef, de voorzitter van de roeiers. Met een klein gezelschap varen we langs de plekken aan de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg die een rol spelen in de geschiedenis van Vopak. Eerste stop: de Boompjes.

Matthijs Dicke, die samen met een paar medewerkers van Stad en Bedrijf aan boord is, wijst naar een plek aan de Boompjes ergens tussen de voormalige Bijbank van de Nederlandsche Bank en het Mecanoo-paviljoen. „Daar heeft vroeger het kantoor en pakhuis van Pakhuismeesteren gestaan, het Oost-Indisch Huis”, vertelt Dicke. Er staat een plaatje van in het boek 400 jaar opgeslagen.

‘Erfgenamen’ van de VOC

„De drie mannen die in 1818 in Rotterdam als Pakhuismeesteren van de Thee aan de slag gingen, waren Engel Pieter de Monchy, Hermanus Cornelis Voorhoeve en Petrus van Rossem. Het Rotterdamse bedrijf had in feite niets te maken met de Amsterdamse naamgenoot”, zegt Dicke.

Hoewel de Vereenigde Oostindische Compagnie al in 1799 failliet was gegaan, profileerden zowel de Amsterdamse als de Rotterdamse Pakhuismeesteren zich nadrukkelijk als de erfgenamen ervan, zo hun bedrijven aanzien gevend dat diep wortelde in de historie van Nederland als handelsnatie. De VOC, ’s werelds eerste multinational, was in 1602 opgericht op initiatief van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt.

Thee was big business. Er gingen miljoenen guldens in om. Rond 1650 was thee populair geworden in Europa, niet in de laatste plaats doordat er geneeskrachtige eigenschappen aan werden toegekend. De eerste thee die door VOC-schepen naar Amsterdam werd gebracht kwam uit China, maar niet lang na de oprichting van Pakhuismeesteren van de Thee begon de theebouw op Java. En met succes.

Tweede plek: Oostindisch Huis

Intussen zet de KVRE-55 koers naar een tweede significante plek in de geschiedenis van Vopak. Bestuursvoorzitter Eelco Hoekstra zegt dat hij een eervolle baan heeft: „Je hebt vierhonderd jaar geschiedenis in je handen. Die verantwoordelijkheid voel je. Ik ervaar het alsof ik het bedrijf te leen heb.”

Aan de overkant van de rivier, aan de Sluisjesdijk in Charlois, begint de moderne tijd. In het midden van de negentiende eeuw besloten de oprichters van Pakhuismeesteren van de Thee in Rotterdam uit te breiden. Onder de ingekorte naam Pakhuismeesteren hadden ze zich al in 1862 gewaagd aan de opslag van uit Amerika in vaten en kisten ingevoerde petroleum. Dat gebeurde in het Oost-Indisch Huis aan de Boompjes, dus eigenlijk midden in de toenmalige dichtbevolkte stad.

Hoe gevaarlijk dat was, bleek uit een bericht in deze krant van 3 juli 1862: in Brooklyn waren 15.000 vaten ‘Amerikaansche

Foto Rien Zilvold / NRC

Foto Rien Zilvold / NRC

steenolie’ in vlammen opgegaan. Dicke: „Pakhuismeesteren week uit naar de linker Maasoever en bouwde er loodsen voor de opslag van aardolie. Zo werd Rotterdam een van de eerste havens die zich specialiseerden in olie.”

Aan de Sluisjesdijk begon de Gouden Eeuw van de olie. In 1888 nam Pakhuismeesteren hier de eerste petroleumtank in gebruik. Maakt Vopak zich nu, 128 jaar later, zorgen over het opraken van de olievoorraden? Hoekstra trekt, terwijl we verder varen richting Maasvlakte waar de modernste opslaginstallaties van Vopak staan, niet het gezicht van iemand die er wakker van ligt.

Aan de overkant van de rivier, aan de Sluisjesdijk in Charlois, begint de moderne tijd

„Olie en gas blijven noodzakelijk voor de energie op korte termijn”, zegt hij. „Denk aan vliegtuigen, denk aan de scheepvaart; daarvoor zijn nog geen alternatieven. Volgens het internationale energie agentschap neemt de totale vraag naar olie nog steeds toe maar zal het aandeel van olie in de totale energiemix afnemen. Daarom denken we na over ons investeringsportfolio met betrekking tot olie, gas, chemie en eetbare oliën. Die verandering voorzien we voor de jaren 2035-2050. Dat geeft ons voldoende tijd om ons aan te passen.”

Aardolie is nu al niet het enige product dat Vopak op 74 locaties in dertig landen opslaat. Het jarige bedrijf is steeds groter in de opslag van gas, chemicaliën en eetbare oliën. Hoekstra: „Je moet dienstbaar zijn aan de maatschappij. Dankzij ons staat er pindakaas en shampoo in de schappen. Het aantal monden in de wereld dat gevoed moet worden, groeit naar negen miljard. Die mensen dragen kleren die gewassen moeten worden. Dit bedrijf heeft een enorme dynamiek: elke dag komen er schepen, trucks en treinen aan die producten brengen en ophalen.”

De KVRE-55 beweegt zich van de Vlaardingse Petroleumhaven, een van die locaties waar de dynamiek goed zichtbaar is, verder naar het westen. Op een strandje van de Maasvlakte liggen een stuk of twaalf zeehonden lekker in het voorjaarszonnetje. Daarachter staan de opslagtanks van Vopak. In het logo is nog altijd de hoed van vierhonderd jaar geleden verwerkt.

Voor Dicke had het onderzoek naar de bedrijfsgeschiedenis van Vopak een persoonlijke dimensie. Zijn grootvader, de bekende tekenaar Otto Dicke, maakte de illustraties bij U Edele’s Dienstwillige Dienaar, een gedenkboek dat in 1962 werd uitgegeven door Van Ommeren, sinds 1999 de Vo van Vopak. Een van de tekeningen staat nu in het door zijn kleinzoon uitgegeven 400 jaar opgeslagen.