brieven

Verder niet zeuren

Wij, een overdonderende meerderheid van de kiezers, hebben gebruik gemaakt van ons democratische recht om niet naar de stembus te gaan. Vrijwel altijd geven wij trouw gehoor aan de oproep om te gaan stemmen. Maar nu hebben wij het vertikt om onze schoenzolen nodeloos te verslijten. We hebben al gestemd voor het Europees Parlement. En de Tweede Kamer vertegenwoordigt ons prima. Soms vinden we van niet en dan stemmen we volgende keer lekker anders. Maar een handelsakkoord met Oekraïne? Straks moeten we stemmen over de dienstregeling van lijn 10! We willen met de tram mee, en verder moet er niet aan onze kop gezeurd worden. En onze kiezerspas? Laten we die opsturen aan D66, dat ons met dit gedoe heeft opgezadeld. Dan kunnen D66’ers op het kleinste kamertje wat anti-parlementaire viezigheid van hun achterwerk vegen.

Referendum 2

Twee tips voor later

1. Haal de perverse prikkel van de opkomstdrempel eruit. Doordat het referendum slechts geldig zou zijn bij een opkomst van 30%, waren er drie mogelijke uitslagen: ja, nee en ongeldig. Dit betekent dat ja-stemmers op twee paarden konden wedden: ‘ja’ stemmen of thuisblijven in de hoop dat het referendum ongeldig zou zijn. In dat laatste geval zou het verdrag immers doorgaan en kreeg de ja-stemmer zijn zin. Kortom, het ja-kamp had twee opties en het nee-kamp maar één. Daardoor raakte het ja-kamp verdeeld.

2. Vermijd onevenwichtige dilemma’s. Doordat het referendum ging over een beleidsvoornemen (ratificatie van het Oekraïneverdrag), werd het in de praktijk een correctief referendum. Immers, als het ja-kamp had gewonnen, was er niets veranderd en was het verdrag gewoon geratificeerd. Alleen een nee-stem kon iets veranderen. Het ligt voor de hand dat hierdoor de nee-stemmer meer gemotiveerd was om naar de stembus te gaan. Bij referenda moet de vraag zo zijn gesteld dat zowel ja-stemmers als nee-stemmers invloed kunnen uitoefenen, c.q. iets kunnen veranderen aan (voorgenomen) beleid.

Stefan Paas, Baambrugge