Wat vaker in tasjes kijken – en huizen van terroristen slopen

Veiligheid Europa kan heel wat leren van de Israëlische terreurbestrijding, volgens sommigen. Maar moeten we dat willen?

Militairen controleren op het vliegveld Zaventem. Foto AFP

Behalve condoleances had Benjamin Netanyahu in de nasleep van de aanslagen in Brussel ook een andere boodschap voor Europa. Elke dag, zei de Israëlische premier, komen Europese delegaties aan op luchthaven Ben-Gurion om te leren hoe je terrorisme bestrijdt. „En ik kan u vertellen dat dat aantal met de dag groeit.”

Ook sommige Europese politici en opiniemakers roepen op tot ‘verisraëlisering’ van de samenleving. Zo schreef hoofdredacteur Esther Voet van het Nieuw Israëlietisch Weekblad afgelopen week op de rechtse opiniesite jalta.nl:

„Is het leuk? Nee. Kunnen we soms gaan denken dat we paranoïde zijn? Ja. Wordt de wereld er gezelliger op? Nee. Maar het is wel noodzakelijk.”

Drone is in Israël uitgevonden

In Israël zelf zijn veiligheidsexperts overtuigd van een mogelijke Israëlische voorbeeldfunctie voor Europa. Zo zegt Nitzan Nuriel, oud-brigadegeneraal in het Israëlische leger en terreuronderzoeker aan het Interdisciplinair Centrum Herzliya, dat zijn land vooral beter is in het identificeren van potentieel gevaar. „Wij begrijpen vijandelijke patronen, de manier waarop ze plannen. Als je het begrijpt, weet je hoe je moet optreden.” Nuriel looft de Israëlische combinatie van inlichtingen en technologie – niet toevallig is de drone hier uitgevonden.

Militairen controleren in de Brusselse metro.Foto Philippe Huguen/AFP

Israël beschikt over een zeer ontwikkelde defensie-industrie. Nu al verkoopt Israël beveiligingsmaterieel aan Europa, en volgens Nuriel is de volgende stap dat Europa ook de Israëlische opsporingstechnieken overneemt.

Maar dan moet Europa wel de consequenties daarvan durven aanvaarden, zegt hij. „Ik bespeur een trend in Europa waarbij mensenrechten belangrijker zijn dan het recht op leven.” Door te veel nadruk te leggen op mensenrechten, betoogt Nuriel, kunnen bepaalde maatregelen in Europa niet worden genomen – met dodelijke slachtoffers tot gevolg.

Minister Katz verweet de Belgen dat ze te druk waren met chocola eten om terreur te bestrijden

Als voorbeeld noemt Nuriel de Israëlische praktijk van administratieve hechtenis. Verdachten kunnen soms wel maanden worden vastgehouden zonder concrete aanklacht. „Het gaat erom dat zij weten dat wij weten wie ze zijn en wat ze doen.” Een ander voorbeeld is het slopen van de huizen van aanslagplegers.

Dat is waar het gaat wringen, zegt Sari Bashi, directeur Israël/Palestina van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

„Wij hebben geen problemen met maatregelen die op iedereen van toepassing zijn, zoals metaaldetectoren of het controleren van tassen. Waar wij moeite mee hebben is bijvoorbeeld de praktijk van raciale profilering op de luchthaven Ben-Gurion. En door de huizen van aanslagplegers te slopen, tref je vooral hun families. Dat komt neer op collectieve straf.”

Militairen controleren op het vliegveld Charles de Gaulle bij Parijs.Foto Michel Euler/AP

Bashi erkent dat Europa te maken heeft met een „zeer reële terreurdreiging”. Wat betreft technologie en innovatie, denkt ze, kan Europa nog wel wat van Israël opsteken. „Maar ik zou het invoeren van antidemocratische maatregelen sterk afraden.” Daar komt bij, zegt ze, dat Israël ondanks al het beleid al maanden gebukt gaat onder Palestijnse aanslagen.

„Die huizen worden gesloopt als afschrikwekkende maatregel. Maar werkt dat wel?”

Behalve de uitnodiging van Netanyahu aan westerse landen om het Israëlische beleid met eigen ogen te aanschouwen, waren er ook minder vriendelijke geluiden te horen. Minister Katz (Transport, Likud) verweet de Belgen dat ze te druk waren met chocola eten om terreuraanslagen tegen te gaan. Zijn collega Akunis (Wetenschap, Likud) maakte van de gelegenheid gebruik om Europa te kapittelen voor het eisen van een juiste etikettering op producten uit illegale Joodse nederzettingen.

I told you so

In de woorden van dit tweetal ministers klinkt een sentiment door dat in Israël vaker opspeelt na aanslagen in Europa, en dat valt samen te vatten als ‘I told you so. Had nou maar naar ons geluisterd. Wij hebben al veel vaker met dit bijltje gehakt.’

Netanyahu stelt aanslagen door Palestijnen vaak en graag gelijk met de uit radicaal-islamitische hoek afkomstige terreurdaden in Europa. Hier valt volgens critici het nodige op af te dingen: Palestijnen handelen vaak niet uit godsdienstig fanatisme, maar uit verzet tegen de militaire bezetting van hun land.

Volgens zijn critici is het voor Netanyahu politiek aantrekkelijk om zijn land eveneens te presenteren als slachtoffer van radicaal-islamitische terreur – naast Frankrijk en België strijden om de wereldsympathie. Maar volgens Jonathan Spyer, een collega-onderzoeker van Nuriel in Herzliya, heeft dat helemaal geen zin.

„West-Europa gelooft per definitie niet wat Netanyahu zegt. Het is veel te naïef over de gevaren van islamisme die Netanyahu wel adresseert. Ik denk niet dat Israël en Europa nader tot elkaar zullen komen.”