Tegenstem wint: het verdrag ‘kan niet zonder meer doorgaan’

Analyse Oekraïnereferendum Premier Rutte toont zich ondanks de lage opkomst deemoedig. Nederland kan het verdrag met Oekraïne zo niet ratificeren.

Foto REMKO DE WAAL / ANP

Na een overweldigende handtekeningenactie, dagen geflyer, gesubsidieerd wc-papier en weken van publieke debat waren voor- en tegenstanders van het associatieverdrag met Oekraïne het over één ding grondig eens. Kiezer, wat je ook vindt, ga alsjeblieft in elk geval stemmen.

Juist dat advies heeft het overgrote deel van de Nederlandse kiezers woensdag naast zich neergelegd. Van de bijna 12,9 miljoen stemgerechtigden zijn er waarschijnlijk 8,8 miljoen níet gaan stemmen in het raadgevend referendum. Was dat strategisch of uit pure desinteresse? Ook dat moet deel uitmaken van de uitvoerige analyse die achteraf op dit referendum zal worden losgelaten.

Volgens de exitpolls van onderzoeksbureau Ipsos schommelde het opkomstpercentage na het sluiten van de stembussen rond 32 procent. Maar Ipsos hanteert daarbij een foutmarge van 3 procent, dus of de opkomstdrempel van 30 procent echt gehaald werd, bleef onzeker. Persbureau ANP schatte op basis van de uitslag in 200 gemeenten dat de opkomstdrempel net gehaald zou worden. De verhoudingen tussen voor- en tegenstemmers was wel helder. Volgens Ipsos was maar liefst 64 procent tegen, met hierbij een grotere foutmarge van 5 procent.

Kabinet gaat ruim de tijd nemen

Premier Mark Rutte nam gisteren meteen een deemoedige houding aan. Hij zei dat het verdrag „niet zonder meer kan worden geratificeerd” als de opkomstdrempel inderdaad wordt gehaald. Al zei Rutte nog niet wát er zal gebeuren. Hij kocht wel meteen tijd: Nederland gaat een „stap-voor-stapproces” in met ingewikkelde onderhandelingen in Brussel voor de boeg. „Daar gaan we echt de tijd voor nemen”, zei Rutte. Weken, zei hij, en dat zou zomaar voorbij de datum van 1 juli kunnen gaan, de datum dat Nederland het tijdelijke EU-voorzitterschap weer overdraagt.

Deze onzekerheden, zowel die over de opkomst als over de uitkomst van Ruttes onderhandelingen, passen ironisch genoeg uitstekend bij het beeld dat afgelopen weken rond het referendum ontstond. Het begon als „leuk zomerdingetje”, zoals Bart Nijman van GeenStijl zou hebben gezegd. De initiatiefnemers van het referendum onthulden zelf dat Oekraïne hen „natuurlijk niets” kon schelen. Het liep uit op gedoe over subsidie voor stroopwafels en bedrukte wc-rollen en het besef dat het misschien toch niet zo handig was dat de Eerste Kamer op het laatste moment een bindende opkomstdrempel in een adviserend referendum had gefietst.

SP en PVV zien gelijk bevestigd

Voor de voorstanders van referenda is deze uitkomst een extra ongelukkige. D66, PvdA en GroenLinks leden een dubbele nederlaag. Zowel het referendum als hun campagne voor het associatieverdrag zijn onsuccesvol verlopen. Ondanks de magere opkomst, werd er feest gevierd onder de tegenstanders van de deal met Oekraïne.

Doorrekenend op de exitpoll van woensdagavond, stemde ruim 20 procent van de kiesgerechtigden tegen het verdrag. Dat komt vrijwel precies overeen met de steun die ‘protestpartijen’ PVV en SP in 2012 haalden. De verhouding van mensen die ontevreden genoeg zijn over de politiek in het algemeen en de EU in het bijzonder ten opzichte van de rest van de bevolking lijkt bij het referendum en de laatste Tweede Kamerverkiezingen dus overeen te komen. Al was de opkomst bij die verkiezingen natuurlijk ook geen 100 procent en is onduidelijk of dezelfde kiezers toen en gisteren zijn gaan stemmen.

Bij zo’n nee kan het verdrag met Oekraïne niet zonder meer worden geratificeerd door Nederland Mark Rutte, premier

Ik zie bevestigd in deze uitslag dat tweederde van de kiezers niet is komen stemmen. Maar we moeten de raad van de kiezer die wel is gekomen wel serieus nemen Kees van der Staaij, fractievoorzitter SGP

De SP en de PVV zagen hun gelijk dan ook bevestigd in de uitslag. Volgens SP-leider Roemer moet het kabinet de uitslag interpreteren als een „massaal nee”, zoals hij deed. Deze overduidelijke uitslag kán het kabinet niet negeren, zei Roemer – of de opkomstdrempel nu gehaald wordt of niet. Ook CDA-leider Buma, fel tegenstander van referenda, vindt opvallend genoeg dat het kabinet de uitslag als bindend moet interpreteren bij voldoende opkomst.

Opkomstdrempel of niet, waarschijnlijk volgende week debatteert de Tweede Kamer met het kabinet over de gevolgen van dit ‘nee’. Geen enkele partij zal zeggen dat het referendum zonder gevolgen kan blijven.

De angst voor de kiezer zit diep. In 2005 stemde Nederland in een referendum ook over Europa, toen over de Europese Grondwet. De tegenstem was toen iets lager (61,5 procent), maar de opkomst veel hoger (63,3 procent). De onvrede onder de kiezers die woensdag tegenstemden zit misschien dieper, maar deze lijkt niet breder gedragen. Ook ontbreekt bij een ja/nee-vraag in het referendum een inhoudelijke onderbouwing. Wat de kiezer precies bedoeld heeft? De politiek heeft geen idee.