Tam feestje op Binnenhof

Bij de borrel in perscentrum Nieuwspoort is de sfeer onwennig. „We weten niet precies waar mensen nou tegen zijn.”

Gert-Jan Segers (CU), Marit Maij (PvdA), Kees van der STaij (SGP) en Harry van Bommel (SP) op het moment dat de exitpolls bekend worden gemaakt. Foto David van Dam

Het referendum zou „het feest van de democratie” worden, zei mede-initiatiefnemer Thierry Baudet in september. In perscentrum Nieuwspoort, waar politiek en media samenkomen aan het einde van de referendumdag, wil het feest van de democratie niet echt losbarsten. De avond symboliseert de campagne: hij komt laat op gang, mensen van diverse pluimage zitten onwennig bij elkaar en de grote politieke leiders zijn afwezig of schuiven pas laat aan.

Enkele politici lopen rond tussen de ongedurige journalisten met kladblokken en camera’s. Maar er zijn ook dagjesmensen, bijvoorbeeld Nico Muijen (81) en Marijke Baak (72) uit Rijswijk. Zij kwamen voor een lezing van het Montesquieu Instituut in een belendende zaal en belandden per ongeluk bij deze borrel. Het referendum vinden ze „geen eerlijke vorm van democratie” met een campagne „met heel veel gedoe”. Nu het er toch was, hebben ze maar voor gestemd.

Even verderop zit Kate Orange, een Oekraïense dj met oranje haar die een midden probeert te vinden tussen Kylie Minogue en Depeche Mode. Op tafel ligt een stapeltje nieuwe cd’s met half in het Nederlands gezongen liedjes. De afgelopen maanden heeft Orange samen met de organisatie Brand New Ukraine geprobeerd een charmeoffensief te houden, gericht op de Nederlanders. Tevergeefs, zo blijkt wanneer de exitpoll komt.

De tegenstanders zijn flink in de meerderheid. Het publiek blijft er stoïcijns onder. „Daar mag toch best voor geklapt worden”, zegt Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP). Hij blijkt de enige die er zo over denkt. „Ik hoorde wel een paar medestanders, hoor.” De Oekraïeners gaan schijnbaar onbewogen door met hun gesprekken, ook als heel Nieuwspoort stilvalt omdat Thierry Baudet op tv is.

Het is natuurlijk ook even wennen, een borrel na een referendum. Is het referendum nu een succes of niet? De opkomstdrempel mag dan misschien gehaald zijn, erg overdonderend is de belangstelling nog steeds niet.

„Het referendum is zeker geslaagd”, zegt SP’er Van Bommel, die voor zijn partij een belangrijke campagnevoerder van het nee-kamp was. Een opkomst van rond de 30 procent doet volgens hem niet onder voor die van verkiezingen voor het Europese Parlement. En dus moet, ook als de drempel net niet gehaald zou worden, het kabinet naar de „duidelijke uitslag” luisteren – de eerste exitpoll had toen een 64 procent voor de nee-stemmers gebracht.

Zo denkt ook Henk Krol erover, de leider van seniorenpartij 50Plus die als een van de weinige aanwezigen vrolijk met een glas rode wijn in de hand door Nieuwspoort banjert. „Ik ben blij!” Het Nederlandse volk heeft zich volgens hem duidelijk tegen het systeem gekeerd dat „alles hier maar in Den Haag besloten wordt. We moeten dus uit onze ivoren torens kruipen.” Krol weet het onderwerp van het volgende referendum al: moet Nederland wel of niet uit de EU treden? „Ik ben daar zelf op tegen, maar ben vóór zo’n referendum.”

De twee leiders van de kleine christelijke partijen, bescheiden aan een colaatje, zijn gereserveerder. „Gemengde gevoelens”, zegt Gert-Jan Segers van de ChristenUnie – die tegen het raadgevend referendum is, maar voor het associatieverdrag met Oekraïne. „Het lijkt een duidelijke uitslag waar we naar zouden moeten luisteren, maar we weten niet precies waar de mensen nou precies tegen zijn.” Hij doelt op de dubbele agenda van het nee-kamp, waarvan een deel stelde dat het referendum niet om Oekraïne ging, maar bedoeld was om de Europese Unie te ondergraven. „Een hoop mensen zijn daardoor afgeschrikt en dus thuis gebleven.”

Kees van der Staaij, leider van de SGP, vindt het referendum met zoveel thuisblijvers mislukt. „Een peperdure vorm van opiniepeiling”, zegt hij nors. Toch wil hij er een les uit trekken. „Het is wel duidelijk dat er veel wantrouwen heerst jegens de Europese Unie. Dat moeten we ons hier in Den Haag steeds goed realiseren.”