Referendum is rijp voor revisie

Eén keer gebruikt, die nieuwe referendumwet, en de noodzaak voor revisie is meteen duidelijk. Naast de gebruikelijke zwakten van alle referenda – risico van ‘kaping’, oppositie-bias – demonstreerde het Oekraïnereferendum ook overtuigend de nadelen van een opkomstdrempel. Zeker bij een referendum dat naar letter en geest raadgevend is.

De opkomstdrempel van 30 procent markeert nu de grens tussen geldig en ongeldig, waarbij ook een ‘geldig’ advies nog altijd niet bindend is. Het kan politiek terzijde geschoven worden. Een staatsrechtelijk nieuwigheidje, dit geldige vrijblijvende advies, dat in deze vorm de prullenbak in kan.

Een opkomstdrempel bij een raadgevend referendum is een recept voor onhelderheid, valse verwachtingen en strategisch stemgedrag: gaan of niet gaan. Dat lot trof deze keer de aspirant ‘ja’-stemmers die uit de peilingen konden begrijpen dat het neekamp op voorsprong stond. Stemmen betekende voor die groep dus het risico nemen een ‘geldig’ nee advies tot stand helpen brengen.

Dit waren derhalve de eerste verkiezingen waar de burger ook zijn democratische betrokkenheid kon tonen door thuis te blijven. Zeker, de kiezer sprak door te stemmen. Maar tenminste een deel van de kiesgerechtigden sprak ook door thuis te blijven. Van de 12.9 miljoen potentiële kiezers waren dat er 8.8 miljoen. Hoe groot de tactisch zwijgende groep was, is onbekend. Aanvullende voorwaarden voor geldigheid horen thuis bij een bindend referendum. Het gewicht van een raadgevend referendum kan het best op de hand gewogen worden, met de opkomst als maatstaf. Dat bevrijdt de burger van een dilemma.

Een tweede conclusie betreftde campagnesubsidies die wettelijk mogelijk zijn gemaakt. Dat heeft geleid tot wat op de website GeenStijl doorgaans aangeduid wordt als ‘subsidieslurpen’. Met als markante uitschieter de ondernemer die het voor elkaar kreeg op staatskosten zijn bezwaren tegen het verdrag op duizenden rollen toiletpapier te laten drukken. Het bevestigde het beeld van het Oekraïne referendum als een studentikoze grap, een ‘zomerdingetje’ van een hekelsite, gespecialiseerd in digitaal belletje-trekken en internetopstootjes.

Dat de Staat het referendum betaalt is juist. Maar de kosten van de campagnes kunnen een volgende keer beter geheel bij de initiatiefnemers worden gelaten. Dit eerste referendum balanceerde op de grens tussen parodie en democratie.