Column

Recht op geluk

April is de wreedste maand. Een vriend had het een tijdje geleden over Nadjezjda Mandelstam (1899-1980), Russisch schrijfster en echtgenote van de beroemde dichter Osip Mandelstam. „Haar memoires zijn zo fantastisch”, zei de vriend, „ik las ze voor het eerst toen ik een jaar of zeventien was. Ze zegt dingen als: ‘het enige waardevolle leven is een leven waarin geen behoefte is aan wonderen’.” Hij had er een blos van gekregen. Als ik beter had geluisterd, had ik me misschien toen al zorgen moeten maken, maar je hoort in gesprekken met vrienden toch wat je zelf wilt horen: dat het goed met ze gaat. En niet dat mijn vriend impliceerde dat zijn eigen leven niet waardevol was.

Hij ging verder over Osip Mandelstam. Na het publiceren van een gedicht, waarin hij de vloer aanveegde met Stalin, werd hij verbannen om in 1938 te overlijden in een strafkamp. Mijn vriend schudde zijn hoofd. „Nadjezjda schreef dat je in de Sovjet-Unie alleen kon overleven als je zo stil was als water en zo kort als gras.” Ze leerde alle gedichten van haar man uit het hoofd, in de hoop dat ze ooit zouden kunnen worden gepubliceerd. Haar hoofd werd een kluis. Tussen de grijze en witte massa bewaarde ze de nalatenschap van haar grote liefde. Elke dag moet ze de regels hebben herhaald en hebben gedacht: ‘ik kan niet doodgaan zolang dit niet veilig op papier is gezet’. Ze moet langs KGB-agenten zijn gelopen, wetende dat ze in haar hoofd dingen verborg waarvoor ze kon worden gemarteld.

„Je weet nooit wat iemand in zijn hoofd heeft, dat is toch geweldig”, zei mijn vriend gefascineerd. Achteraf kan ik aan niets anders meer denken. Na een slepende depressie koos hij er maandag voor om uit het leven te stappen. Daar kan je van alles over zeggen en van vinden, maar het komt erop neer dat ik nooit meer met hem zal praten over poëzie en hoe moeilijk het soms is om akkoord te gaan met je eigen bestaan. Tijdens een van onze laatste telefoongesprekken begon hij weer over de memoires van Mandelstam. „Ze had het over het feit dat je als mens eigenlijk geen recht hebt op geluk. Dat was voor mij een klap toen ik het als zeventienjarige las. Je-hebt-geen-récht-op-geluk.”

Ook ik dacht altijd dat geluk maakbaar was. Maar geluk hangt af van tientallen externe variabelen: de plek waar je wordt geboren, je neurochemie, je familiegeschiedenis. Geluk hangt af van hoe het met de mensen van wie je houdt, gaat. En dat je nooit weet wat iemand in zijn hoofd heeft. Geluk is een kwestie van geluk.