Overtuigende tegenstem plaatst Nederland buiten Europese orde

Spannend was het zeker, maar het is dus uiteindelijk een overtuigend 'tegen' geworden en wellicht nog legitiem ook. De Nederlandse kiezer heeft bij het referendum van gisteren met een tweederde meerderheid te kennen gegeven niets te voelen voor het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne.

Hiermee is het zwarte scenario voor het kabinet werkelijkheid geworden. Nederland, tot 1 juli ook nog tijdelijk voorzitter van de EU, heeft zich opnieuw buiten de Europese orde geplaatst. Net als bij het referendum in 2005 over de Europese Grondwet heeft de Nederlandse kiezer een duidelijke grens getrokken. Een grens die halt zegt tegen de Europese Unie.

Er is wel een markant verschil vergeleken met elf jaar geleden. Toen was er een opkomst van ruim 63 procent. Dit keer werd de opkomstdrempel van 30 procent net niet of net wel overschreden. Volgens de wet kan het kabinet de uitslag bij een opkomst onder de 30 procent negeren. Maar het overduidelijke signaal dat uitgaat van de uitslag, maakt niet veel verschil bij een opkomst van net onder de 30 of net boven de 30 procent.

Hoewel de uitspraak niet bindend is – het gaat immers ‘slechts’ om een raadgevend referendum – doet de regering er goed aan de uitspraak in het referendum zeer serieus te nemen. Dat betekent in elk geval dat voorlopig moet worden afgezien van het indienen van de goedkeuringswet die moet leiden tot ratificatie van het associatieverdrag tussen de Unie en Oekraïne. Vervolgens is de vraag hoe aan de grieven van de tegenstanders tegemoet kan worden gekomen.

Hier is een nieuwe parallel met 2005. Want waar heeft de kiezer nu in meerderheid tegen gestemd? Voor zover er al sprake was van een inhoudelijke campagne, waren de bezwaren tegen het associatieverdrag nogal divers. In elk geval was de kritiek vooral gevoelsmatig.

Die onduidelijkheid bood het kabinet Balkenende in 2005 na de nee-stem tegen de Europese Grondwet ruimte om cosmetische veranderingen aan te brengen. Op dezelfde manier kan premier Rutte opereren. Er bestaat veel huiver dat Oekraïne met het associatieverdrag één stap verwijderd is van een volledig EU-lidmaatschap. Voor Nederland zou duidelijker geëxpliciteerd kunnen worden dat dit niet de bedoeling is.

Zorgelijker voor het kabinet maar ook de meerderheid van pro-Europese partijen in de Tweede Kamer is de anti Europese onderstroom die opnieuw uit de uitslag is gebleken. Nederland staat binnen de Europese Unie nu al bekend als één van de meer sceptische lidstaten. Maar voor de kiezers is dit blijkbaar niet voldoende.

Tenslotte het referendum als middel. Was het een uit de hand gelopen en in alle opzichten dure grap, of is gebruik gemaakt van een wettelijk correctiemodel? Het is een vraag die niet ter zake doet. De kiezer heeft gesproken. Dat is het enige dat telt.