Nederlands-Panamees verdrag in strijd met kabinetslijn

De OESO ziet Panama als een belastingparadijs. Nederland zou daar in principe geen verdragen mee sluiten.

Staatssecretaris Wiebes vindt dat het verdrag moet worden heroverwogen. Foto Bart Maat / ANP

Het belastingverdrag tussen Nederland en Panama is in strijd met de door het vorige kabinet opgestelde “Fiscaal Verdragsbeleid”. Omdat het Latijns-Amerikaanse land door de OESO opnieuw als belastingparadijs wordt gezien wenst Nederland daar in principe geen volledig verdrag mee te hebben. Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) bevestigt deze lezing en zegt over het belastingverdrag dat we “daar maar eens over moeten gaan nadenken”.

Panama kwam deze week in opspraak na het uitlekken van gevoelige informatie over omstreden belastingconstructies, de affaire rond de Panama Papers.
De SP-fractie in de Tweede Kamer wil dat Nederland de verdragen met alle landen “per direct” opzegt als de Panama Papers “het beeld bevestigen dat deze landen massaal worden gebruikt om geld te verstoppen”, aldus Kamerlid Arnold Merkies. Behalve Panama zelf duiken ook de gebruikelijke fiscaal vriendelijk oorden in de Panama Papers op als de Britse Maagdeneilanden en de Bahama’s. Merkies: “Of deze landen moeten per direct en zonder voorbehoud volledige openheid van zaken willen geven over al het geld dat vanuit het buitenland bij hen wordt gestald.”

Die openheid van zaken streeft het Nederlandse kabinet ook na, maar dan afgedwongen door de OESO, de club van rijke industrielanden. Vorig jaar stelde de OESO nieuwe richtlijnen op om internationaal tot automatische uitwisseling tussen nationale belastingdiensten te komen, om internationale belastingontwijking tegen te gaan. Panama is een van de vier landen die niet aan deze nieuwe afspraak die in 2017 moet ingaan, wenst mee te werken. Om die reden plaatste de OESO Panama begin maart op een nieuwe zwarte lijst.

Toen Nederland in 2010 het belastingverdrag met Panama sloot was dat land juist van een eerdere zwarte OESO-lijst afgehaald, omdat het werk maakte van het bestrijden van fiscale ontwijkingsconstructies.

In 2011 schreef de voorganger van Wiebes, zijn partijgenoot Frans Weekers een notitie over “Fiscaal Verdragsbeleid”. Daarin staat met welke landen Nederland graag belastingverdragen aangaat en waarom – en met welke landen vooral niet. Kort geformuleerd: met belastingparadijzen sluit Nederland in principe geen verdragen. In het stuk brengt Weekers de verdragscriteria op schematische wijze in kaart. Indien de vraag “Is staat belastingparadijs naar OESO-definitie?” met “Ja” wordt beantwoord, is er voor Nederland hooguit een fiscaal informatie-uitwisselingsverdrag mogelijk, niet een volledig belastingverdrag waarin ook afspraken staan over het schrappen van dubbele heffingen. Met Panama sloot Nederland destijds zo’n volledig verdrag.

In een reactie, maandag, op de publicatie van de Panama Papers hekelde secretaris-generaal Angel Gurría van de OESO Panama als “het laatste grote land dat het mogelijk blijft maken om fondsen offshore verborgen te houden voor belastingdiensten en rechtshandhavingsautoriteiten”.

Staatssecretaris Wiebes is het met de OESO eens dat Panama met de automatische informatie-uitwisseling tussen internationale belastingdiensten moet gaan meedoen. Hij wil de druk op het land “in internationaal verband opvoeren”.