Column

Leve het referendum!

Hoera, nóg meer referenda! Ik begrijp dat ik dat als het heugelijkste nieuws van gisteravond moet beschouwen. Van even uitblazen kan geen sprake zijn, want triomfator Thierry Baudet kondigde al meteen nieuwe referenda aan, bijvoorbeeld over immigratie.

Lijkt me een geestverruimend idee; het wordt vast wéér een ‘feest voor de democratie’, zoals de winnaars het noemden. Ik zie het resultaat nu al voor me: opkomst 90 procent, 20 % vóór immigratie, 80% tegen.

Wat kunnen we nog meer verzinnen? De doodstraf? Afschaffing van de bijstand? Beetje afgezaagd. Ik heb een beter idee: „Minder Marokkanen”. Zou dat niet veel spannender worden? Als we er niet te lang mee wachten, kan de rechter, als hij wil, de uitslag nog verdisconteren in zijn vonnis over Wilders.

Het is vooral zo verheugend dat ook de progressieve partijen van harte bereid zijn mee te werken aan al die referenda, alsof ze niets liever willen dan het bespoedigen van hun eigen ondergang. Ze stonden gisteravond nog te duizelen van hun vernietigende nederlaag toen ze alweer verlangend uitriepen: „Meer referenda? Gráág!”

„Ik blijf enthousiast over referenda”, zei Diederik Samsom, de schedel glimmend van masochistisch genot. Ook Jesse Klaver kon zijn geluk niet op. „Ik ben steeds enthousiaster over het middel”, kraaide hij, namens heel genietend GroenLinks.

Maar de gelukkigste man was de grote verliezer, Alexander Pechtold. Hij wees er trots op dat D66 als enige partij door het hele land posters had opgehangen. Het had geresulteerd in een electorale catastrofe, ook en vooral voor zijn partij, maar daarom niet getreurd. Volgende keer beter! Hoe precies? Daar ging hij nu over nadenken, maar eerst wilde hij nog eens ‘goed luisteren’. Naar wie? Naar het volk natuurlijk.

Jarenlang had D66 zich niets gelegen laten liggen aan het referendum, dat ‘kroonjuweel’ van vroeger, maar plotseling zagen ze het verstoft liggen toen Pechtold zijn hoofd stootte op de zolder van Hans van Mierlo. Nee maar! Was dat niet hét middel om die nare jongens van GeenStijl op hun nummer te zetten?

Eigenlijk was iedereen blij, zowel de overwinnaars als de verliezers. Het leek alsof ze allemaal de zoele lucht wilden inademen van de ‘patriottische lente’ die Wilders heeft aangekondigd. En waarom ook niet? Regeren en oppositie voeren wordt steeds gemakkelijker. Je babbelt wat in de Tweede Kamer, je luiert wat in de Eerste, en je laat de ambtenaren en het volk de rest doen, het liefst via – de volgende stap – bindende referenda.

Voor mij persoonlijk werkt vooral die opkomstdrempel van dertig procent op zo’n lange verkiezingsdag als adrenaline op mijn humeur. Het heeft iets verslavends. De hele dag liep ik opgewonden te aarzelen: zal ik gaan stemmen of niet? Voortdurend zocht ik het laatste nieuws over de opkomst. Ik wilde als stategische thuiszitter mijn (ja)stem niet geven als daarmee de opkomstdrempel van 30 procent kon worden gehaald.

Het was een spannende ervaring die ik iedereen kan aanbevelen. Het houdt je scherp. Pas ’s avonds om kwart voor negen besloot ik definitief niet te stemmen. Het heeft niet mogen baten, maar toch was ik, net als iedereen, dolblij dat het zo gelopen is. Ik ben een bijzondere ervaring rijker.

Laat dat volgende referendum maar komen, Thierry!