Kunst als stille getuige van harde feiten

Vliegbasis Twenthe Passagiers vertrokken er in lijndienst op Schiphol. De nazi’s stalden er Messerschmitts en later vlogen er straaljagers van de Luchtmacht. Nu is Vliegbasis Twenthe van de natuur, en van kunstenaar Paul de Kort.

Interieur van een wachthuisje uit de Koude Oorlog Fotograaf: Clifton Buitink

In de houten wanden van de schietbaan zijn schampschoten nog zichtbaar. Het hout is versplinterd en geschroeid, de kogels trokken diepe groeven. „Het is alsof je de munitie hoort fluiten”, zegt beeldend kunstenaar Paul de Kort (54). We staan in de bossen die grenzen aan de voormalige Luchthaven en latere Vliegbasis Twenthe bij Enschede, vlak bij de Duitse grens.

Traliekunstwerk Ricochet

Het is geheimzinnig gebied. Oorlogsterrein. De Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog lieten er sporen na. Verspreid staan uit beton opgetrokken wachthuisjes met schietsleuven. Ooit dienden ze een militair doel, nu lijken het door hun eenvoud en symmetrie kunstobjecten.

Voor wie in de omgeving opgroeide, is de vroegere basis een mysterieus gebied, afgesloten met hekken. „Dat mysterie blijft behouden in het nieuwe kunstontwerp dat ik samen met landschapsarchitect Marcel Eekhout van Parklaan Landschapsarchitecten heb ontworpen”, zegt De Kort. „We noemen de nieuwe inrichting Stille Getuigen, Harde Feiten. Het vroegere militaire vliegveld heeft zijn functie verloren. Er moest een nieuwe bestemming komen voor een gebied van 130 hectare, maar welke?

Vliegbasis Twente from nrc.nl on Vimeo.

Video: Clifton Buitink

De ontwikkelaar Area Development Twente had een duidelijke opdracht: het terrein herinrichten tot natuur en de rudimenten van vroeger grotendeels slopen. Maar daarmee snijd je de banden met het verleden door, en juist daartegen verzetten zich de omwonenden. Zij willen vroeger levend houden. Een van onze eerste stellingen is dan ook: ‘Breek niet af waar je later spijt van krijgt’. De Luchthaven Twente is 85 jaar oud; dat maakt nieuwsgierig naar vroeger.”

Kunstprojecten op het terrein van de voormalige Vliegbasis Twenthe: de oefenschietbaan.

Bij eerste kennismaking troffen de beeldend kunstenaar en landschapsarchitect een verwilderd gebied aan, een no-go area. Als archeologische schatgravers gingen ze te werk om tal van raadselachtige of tot de verbeelding sprekende erfenissen terug te winnen of te accentueren. Slingerend door het gebied loopt een pad dat langs de oude hangars voert, de wachthuisjes met lantarens, vuurbanen waar piloten van gevechtsvliegtuigen hun boordwapens scherp stelden, afweergeschut en opslagtanks. Dit pad voert door de nieuwe natuur en langs de kunstobjecten.

Schuldig landschap

De Kort: „Feitelijk was het pleit voor de natuur al beklonken tot landschapsdeskundigen van Atelier Overijssel zorgen uitten over het verdwijnen van tastbare herinneringen. Dit is beladen gebied, of, om met beeldend kunstenaar Armando te spreken, ‘schuldig landschap’. Voordat de Duitsers de luchthaven aan het begin van de Tweede Wereldoorlog vorderden, vlogen hier burgervliegtuigen van de KLM. De Luftwaffe veranderde het vliegveld in een aanvalsbasis voor eenheden met tweemotorige Messerschmitt Bf 110’s. Rondom de nieuwe startbanen verschenen gevechtsposten en ‘splitterboxen’, plekken in het bos waar vliegtuigen verstopt werden, afgedekt met netten waarin takken werden gevlochten. Fliegerhorst heette het in de Duitse tijd.”

Op 1 april 1945 viel de basis in Britse handen. Het werd de thuishaven voor Spitfires en Typhoons. De vraag is hoe je in dit ‘gelaagde verleden’, zoals De Kort het noemt, kunstwerken een plek kunt geven. Hij vergelijkt de handschietbaan, opgetrokken uit houten schotten tegen een aarden wal, met een kapel: „In de opdracht stond dat het kwetsbare bouwwerk niet vrij toegankelijk mocht zijn. Die kerven van de schampschoten fascineerden me. Daarom noem ik het Ricochet, dat is een ketsende kogel. De doelwitten stonden diep in het bouwwerk. Ik bedacht een hekwerk van tralies die ingezaagd zijn, alsof ze door een kogel geraakt zijn. Zo ontstaan gladde inkepingen waarin het licht schittert.”

Kathedraal

Deze kapel is voor De Kort een mooi voorbeeld van een stille getuige van harde feiten. Hij heeft gesproken met tal van mensen uit de buurt, kinderen en kleinkinderen van de mensen die hier vroeger woonden. Een boerenzoon vertelt het aangrijpende verhaal van zijn ouders die door nazi’s werden verdreven, met vee en al. Die boerderij lag waar de Fliegerhorst moest komen. „Een van de pijnlijkste herinneringen hoorde ik van de dochter wier vader in het verzet zat. Hij werd verraden en is op een nacht opgehaald, en nooit teruggekeerd. Tot op de dag van vandaag weet zij niet wat er met hem is gebeurd. Het kan zijn dat hij hier, op deze schietbaan, is geëxecuteerd, samen met andere veroordeelden. Alleen al die gedachte maakt dat ik aan deze plek een sacrale betekenis wil geven. Het is de angst van zijn dochter dat hij onder een van de start- en landingsbanen ligt begraven, maar waar en onder welke baan? Zolang haar vader niet is teruggevonden, is voor haar de oorlog niet afgelopen. Als je goed naar de tralies met die inkepingen kijkt, lijkt het alsof ze kunnen breken, want daar zijn ze smal. Zo wil ik iets van hoop leggen in dat beeld van tralies.”

Het zijn deze verhalen die De Kort in de kunstobjecten van Stille Getuigen, Harde Feiten laat spreken. Vanaf de handschietbaan komen we bij een reusachtig metalen staketsel dat statig boven het landschap uitrijst. Toen De Kort dit bouwsel zag, herkende hij er de ruïne in van kathedralen in Frankrijk. De pilaren staan nog overeind, de rest is verdwenen. Dit is een hangar uit de Duitse tijd, nadien gebruikt door de Koninklijke Luchtmacht om straalmotoren van F-16’s te testen. „Het robuuste, industriële object is zo machtig, dat je er eigenlijk nauwelijks iets aan kunt toevoegen. Alleen al het tonen ervan is als een artistieke ingreep. Het was verroest, half in elkaar gestort en begroeid met wildernis. Toch bezat het een sprekende kracht. Met behoud van het oorspronkelijke ontwerp breng ik enkele subtiele vernieuwingen aan.”

Vliegbasis Twente from nrc.nl on Vimeo.

Feitelijk zijn die kunstzinnige toevoegingen nauwelijks zichtbaar. De oorlogsverhalen die mensen De Kort vertelden over bombardementen, gevechtsbewegingen, verdreven boeren en vermiste vaders heeft hij opgenomen. Hij wijst op geluiddempende buffers, bestaande uit metalen lagen. Daarin verdween het denderende geluid van de straaljagermotoren. Nu klinken uit het binnenste de verhalen van de geïnterviewden. Dit kunstwerk heet Doppler, vrij naar het dopplereffect uit de natuurkunde. Dat betekent dat geluiden of stemmen die naar je toekomen een andere klankkleur hebben dan geluiden of stemmen die van je af gaan.

Dit is beladen gebied, een ‘schuldig landschap’, zoals Armando zou zeggen

Paul de Kort, kunstenaar

De Kort: „Dat effect van Doppler geldt ook voor stemmen uit het verleden. Die komen vanuit de verte naar je toe en verdwijnen dan weer. Zo breng ik vroeger en nu samen, historie en heden. Deze grote hal zonder dak of muren, alleen met dat stalen frame, noem ik de Basilica. Vanaf de dakspanten wijzen nieuw ontworpen buizen naar beneden. Als je eronder loopt hoor je uit de ene buis vogelzang en uit de andere het geluid van overvliegende vliegtuigen, vooral toestellen van vroeger als Spitfire, Fokker F-4 en Douglas DC-4.”

Een van de moeilijkste opgaven in het project zijn de drie opslagtanks voor vliegtuigbrandstof. In het natuurontwerp moesten die verdwijnen, maar twee ervan heeft De Kort kunnen behouden. De tanks zijn opgenomen in een reusachtig dijklichaam. De betonwanden zijn meer dan twintig centimeter dik, bekleed met staal. Ondergrondse tunnels geven toegang tot de tanks. „Het heeft moeite gekost deze tanks te behouden, want kerosine is niet bepaald milieuvriendelijk. Ze zijn gereinigd en het dak is opengebroken. In de stalen deuren van de tunnels zijn lenzen geplaatst waardoor je in het diepste van die tanks kijkt. Parallax heet het. Van afstand lijken de ronde kunstwerken op ogen van een verrekijker die het landschap bespieden. Ook dat is een verwijzing naar de oorlog.”

We beklimmen het dijklichaam. Vanaf zeven meter hoogte kijkt de bezoeker over het vroegere Fliegerhorst. Daar stonden eens de boerderijen die rücksichtslos zijn afgebroken. Verderop lopen de oude, betonnen strips, waarvan grote gedeelten zijn afgegraven tot een slenk waar water doorheen stroomt. Elders zijn sommige stroken op voorstel van De Kort opengebroken, zodat een liniaalrechte, brokkelige lijn van betonschotsen ontstaat, een prachtig voorbeeld van land art. In het landschap zijn poelen gegraven, maar niet om er een soort vijverpark van te maken. „In april 1945 bombardeerden de Engelsen het vliegveld”, legt De Kort uit. „Die poelen symboliseren de tientallen bomkraters.”

De Kort heeft gelijk met zijn uitgangspunt niets af te breken ‘waar je later spijt van krijgt’. Was dit alles gesloopt, dan was er nooit een landschapskunstwerk ontstaan dat het harde verleden zichtbaar maakt.