Juncker is teleurgesteld over Nederlandse ‘nee’

Foto AP / Geert Vanden Wijngaert

Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker is teleurgesteld over het Nederlandse ‘nee’ tegen het Europese associatieverdrag met Oekraïne. “De voorzitter is triest”, zei een woordvoerder van de Europese Commissie donderdag in een eerste reactie op het Nederlandse referendum.

Volgens woordvoerder Margaritis Schinas had Juncker woensdagavond, nadat de uitslag binnen was, een “lang” telefoongesprek met premier Rutte. Over de inhoud daarvan wilde Schinas niets kwijt, maar wat betreft de Commissie is Nederland nu aan zet. Dat was donderdag ook de boodschap van Europees ‘president’ Donald Tusk, die de EU-leiders vertegenwoordigt.

“Ik moet [van Rutte] horen welke conclusies hij en zijn regering trekken uit het referendum en wat zijn intenties zullen zijn”, aldus Tusk.

Zowel Juncker als Tusk wijzen erop dat het EU-verdrag met Oekraïne intussen wel door 27 andere EU-lidstaten is geratificeerd en op 1 januari al “op voorlopige basis” in werking is getreden. Het referendum heeft daar “geen impact” op, aldus Schinas, die benadrukte dat de Commissie zich sterk zal blijven maken voor samenwerking met Oekraïne.

De ‘voorlopige status’ van verdragen is ooit in het leven geroepen, om te voorkomen dat de Brussel zijn internationale afspraken niet kan nakomen als het ratificatieproces in de EU-landen trager verloopt dan verwacht. Er zit geen tijdslimiet op. Zo was het vorig jaar in werking getreden associatieverdrag met Bosnië zeven jaar lang ‘voorlopig’.

Bij monde van zijn woordvoerder zei Juncker geen spijt te hebben van zijn uitspraak in januari, in NRC, dat een Nederlands ‘nee’ tot “een grote continentale crisis” kan leiden.

“Hij heeft de Nederlanders toen niet verteld wat ze moesten stemmen, maar was er heel duidelijk over dat er gevolgen voor Europa zouden zijn”

, aldus Schinas.

De woordvoerder wilde niet ingaan op de vraag of zulk referenda het functioneren van de EU niet dreigen te ondergraven. “De EU is een aggregatie van democratieën en daar moeten we trots op zijn.” Wel zei hij dat Juncker “zal blijven strijden voor Europa, ook als hij de laatste is die dat blijft doen”.