‘Ik leun op wat ik ken van anderen’

Marlon Williams Hij componeert, maar ziet zichzelf vooral als zanger. „Ik kies liedjes die mijn stem zo goed mogelijk ondersteunen.”

Marlon Williams

De kennismaking met een stem kan indrukwekkend zijn. Een onbekend geluid glijdt je leven binnen, woelt rond en nestelt zich. De stem spreekt aan omdat hij anders is dan alle andere stemmen, maar toch vertrouwd lijkt. In de klank schuilt een rijkdom aan gevoelens. Het is een stem die steeds opnieuw het aanhoren waard is, omdat er steeds iets nieuws in ontdekt kan worden.

Zo’n gedenkwaardige ontmoeting is die met de zangstem van Marlon Williams, 25 jaar en afkomstig uit Nieuw-Zeeland. De klank is hoog, warmbloedig en precies, en vlijt zich elegant over emotionele hobbels. Het is een stem waarin onschuld en doorleefdheid samenkomen, waardoor een zin als „I’m lost without you” droeviger en definitiever klinkt dan anders.

Marlon Williams’ titelloze debuut verscheen onlangs, maar hij lijkt al een volgroeid performer; op het podium en op zijn album. Aan tafel in een Amsterdams café zit een jongeman met zwart haar, bruine ogen en een flinke kronkel in zijn neus – ook aan zijn voorkomen lijkt het leven niet onopgemerkt voorbij gegaan.

Williams neemt een slok bier en zegt dat het verleden zijn goudmijn is. Hij noemt zichzelf een ‘nostalgisch mens’. Die hang naar de voorbije tijd bleek al uit zijn Black Flag-T-shirt, een punkband van voor zijn geboorte, en ook uit zijn liedjes, die soms nadrukkelijk in het verleden gesitueerd zijn. Waarom neigt hij naar oude muziek en oude verhalen? „Omdat…” hij weifelt even en zegt dan hartgrondig: „De geschiedenis is alles wat we hebben!” Hij neemt nog een slok. „Een beetje heden, hebben we. Maar de toekomst, daar geloof ik niet in.” Gekwelde uitdrukking. „Nooit gedaan ook. Als kind las ik oude sciencefiction, oftewel retrofuturisme.”

Op zijn debuutalbum speelt hij folk en countryliedjes, van zichzelf en van anderen. Williams heeft respect voor de traditie, houdt de ritmes overzichtelijk en de gitaarpartijen effectief. Hij zingt opgewekte deuntjes zoals het rockabilly-achtige Hello Miss Lonesome, of een duistere ballade als Dark Child. In Strange Things vertelt de ik-persoon dat hij zijn vrouw verloor aan een ziekte, waarna hij haar begroef onder zijn rozen: „I lost my wife in 1989/ Grew a certain kind of undetectable cancer”. Het is een merkwaardige regel, vooral omdat Williams pas geboren werd in 1990. „Het jaartal koos ik juist om de associatie met mijzelf uit te sluiten. Het moest een Edgar Allan Poe-achtig verhaal worden, met geesten en flakkerende kaarsen.”

De toekomst, daar geloof ik niet in

Marlon Williams werd geschoold in het kerkkoor. „Tot mijn vijftiende ging ik elke zondag naar de kerk. Ik ben niet katholiek, of op een andere manier gelovig. Ik ging puur voor het zingen, ik genoot van de koorzang.” Na school moest hij kiezen tussen een carrière als klassiek zanger of als popzanger. „Ik koos uiteindelijk voor de popcarrière, maar de ervaring met kerkzang heeft nog steeds invloed. Het leerde me dat je muziek los kunt zien van zijn auteur. Dat is tegenwoordig een onpopulair en zelfs verdacht standpunt. In genres als blues of folk is het heel gebruikelijk om andermans nummers te zingen. In pop word je pas echt gewaardeerd als je je eigen liedjes schrijft. Ik vind dat een beperkend idee, alsof je automatisch een karaoke-zanger bent als je een nummer van anderen zingt.”

Hij wijst naar zichzelf. „Ik ben in de eerste plaats zanger, ik kies liedjes die mijn stem zo goed mogelijk ondersteunen. Voor m’n album schreef ik ongeveer de helft van de nummers, de rest zijn nummers van anderen waar ik een eigen interpretatie aan geef.”

Williams heeft kennis van de muziekgeschiedenis, dankzij een opvoeding op een dieet van oude platen. „Elke maandag gaf mijn vader mij één cd, die ik aan het eind van de week moest teruggeven. Van oude blues tot The Beatles naar Joy Division, Echo & The Bunnymen, Gram Parsons. Tot ik Music from Big Pink van The Band kreeg. Die wilde ik na die week nog niet afstaan. Op dat moment werd mijn liefde voor klassieke country geboren.”

Op het debuutalbum staan een ‘traditional’ als When I Was A Young Girl en I’m Lost Without You, van rock-’n-roll-crooner Teddy Randazzo, en eigen nummers als Strange Things. In zijn eigen liedjes is hij geen ‘persoonlijke’ schrijver, zegt hij. „Zowel voor de muziek als de teksten leun ik op wat ik ken van anderen. Ik graaf niet diep in mijn gevoelens. Door veel te luisteren heb ik iets ontwikkeld wat ik mijn ‘pop-DNA’ noem. Als ik schrijf, hoef ik maar een paar seconden zelf te bedenken. Daarna neemt m’n kennis van de popgeschiedenis het over. Mijn eigen twee seconden grijpen zich vast op alle mogelijke melodieën in mijn hoofd, en groeien als vanzelf uit tot een liedje.”

Nu Marlon Williams zo’n vijf jaar popzanger is, is het de vraag of hij destijds de juiste keuze heeft gemaakt. „Ik mis soms de duidelijkheid van klassieke muziek, dat je weet wat goed is of fout. In popmuziek is alles mogelijk. Dat vind ik moeilijk.” Hij klopt op de body van zijn akoestische gitaar. „Niet alleen in popmuziek, trouwens, ook in de rest van het leven.”