‘Iets van die kijkcijferdruk herkennen we’

Paul, Noraly, Pepijn en Merel over ‘De Zender’ Toneelstuk ‘De Zender’ gaat over een Amerikaans nieuwsprogramma. Lijkt dat op de situatie bij Nederlandse journaals? Paul Witteman, Noraly Beyer, Merel Westrik en Pepijn Crone gingen kijken.

Stefan de Walle als anchor Bill McCannan in ‘De Zender’ Foto olivier middendorp

Smakelijke satire, daar zijn ze het over eens: vet, uitvergroot en flink over-the-top. Maar de vier (oud-)nieuwslezers en presentatoren die op verzoek van NRC de voorstelling bekijken, zien ook parallellen met hun dagelijkse praktijk – al gaat De Zender, geïnspireerd door de film Network (1976), over een Amerikaanse commerciële nieuwsshow in de jaren zeventig.

We zien de voorstelling met Noraly Beyer (69, oud-presentator NOS Journaal), Paul Witteman (69, voorheen Achter het nieuws en Pauw en Witteman), en Pepijn Crone en Merel Westrik (34 en 36, beiden RTL Nieuws). De afspraak is dat ze geen artistiek oordeel vellen – de voorstelling staat nog in de steigers – maar praten over de vragen die De Zender opwerpt, over nieuws, amusement, kijkcijfers en commercie. In elk geval is het voor wie „de achterkant van het nieuws” kent, heel erg geestig en herkenbaar, zegt Westrik.

De Zender gaat over nieuwsanchor Bill McCannan (Stefan de Walle), die wordt ontslagen wegens teruglopende kijkcijfers. Als hij vervolgens live op tv zijn zelfmoord aankondigt, schieten de cijfers direct omhoog. Terwijl hoofdredacteur Eric Sawyer (Jaap Spijkers) zich vooral zorgen maakt om Bills geestelijke gezondheid, beweegt de meedogenloze zenderbaas Harry Mack (Jochum ten Haaf) hemel en aarde om hem als kijkcijferkanon te behouden.

Fragmenten uit ‘De Zender’

Programmamaakster Laura Bergman (Hannah Hoekstra) van de afdeling entertainment bezorgt McCannan een eigen talkshow, waarin hij als ‘woedende profeet’ de hypocrisie van de tijd aan de kaak mag stellen. Al orerend weet hij een enorme volksmassa te mobiliseren, maar al snel richt de onvrede zich ook op de zender zelf.

Is dat de stiekeme droom van elke nieuwslezer, om op een dag, live in miljoenen huiskamers, ongecensureerd te spuien wat je écht vindt?

Pepijn Crone lacht: „Voordat ik begin speel ik wel eens met die gedachte: wat als ik nu iets geks zeg? Als ik opeens een mop vertel? Er kijken ruim een miljoen mensen, en het duurt echt wel even voor het scherm op zwart gaat. Maar je doet het niet. Nee, want dan hoef ik nooit meer terug te komen.”

Ik ben kwaad en ik pik het niet langer!

Bill McCannan, nieuwslezer

De vier zijn het erover eens dat de kijkcijferdruk en bijbehorende paniek die de voorstelling toont, niet opgaat voor de Nederlandse situatie. Maar kijkcijferjunkies zoals Laura, wier leven draait om de hoogste kijkdichtheid, die bestaan wél. Merel Westrik: „Iedereen checkt de cijfers de volgende dag wel even. Je wilt toch graag dat je programma bekeken wordt.”

Paul WittemanFoto’s ANP/Kippa

Ook bij de publieke omroep zijn kijkcijfers belangrijker geworden, zeker sinds de komst van de commerciële zenders eind jaren tachtig. Noraly Beyer: „Daarvoor was Het Journaal alleenheerser. De competitie zette de boel op scherp, en daar zijn in die tijd ongetwijfeld mensen behoorlijk zenuwachtig door geweest.”

Maar de publieke omroep zou nooit een nieuwspresentator ontslaan wegens tanende populariteit, bezweren zij. Zoiets zou eerder bij een commerciële omroep gebeuren. Paul Witteman: „Margreet Spijker werd geloof ik ontslagen omdat men haar te oud vond.”

Pepijn Crone: „Daar kan ik me niet over uitspreken, want ik weet echt niet wat daar de reden van was.”

Noraly Beyer

Merel Westrik: „Ik kan het me niet voorstellen.”

Benen

Hoewel bij de commerciële omroep kijkcijfers een grotere rol spelen, ervaren Crone en Westrik naar eigen zeggen geen druk om de amusementswaarde van het nieuws te vergroten. Crone: „Onderzoek wijst ook vaak uit dat kijkers helemaal niet zitten te wachten op licht nieuws.” De kans dat, zeg, de redactie van RTL Boulevard invloed zou krijgen op de nieuwsuitzending, zoals in De Zender in feite gebeurt, acht hij uitgesloten. Westrik: „Onbestaanbaar!”

Maar hoe staan ze tegenover de opvatting van het personage Laura, dat „zelfs het nieuws wel wat showvakmanschap kan gebruiken”? Crone: „Natuurlijk experimenteren we altijd met nieuwe vormen, je wil met je tijd meegaan.” Westrik: „Het mag er mooi uitzien. Maar dat is toch vooral om de nieuwsfeiten zo goed mogelijk de huiskamers in te krijgen.”

Pepijn Crone

Vormvernieuwing komt de publieke omroep steevast op kritiek te staan; het nieuws zou steeds meer ‘entertainment’ worden. Witteman begrijpt de kritiek soms wel: „Sommige van die ingrepen zijn echt flauwekul.” Beyer en hij lachen om de trend om de verslaggever bij aanvang van een item het beeld in te laten lopen. „Dat is dynamisch en lijkt ‘urgent’, alsof hij net komt aangehold. Maar er is inhoudelijk geen enkele reden voor.” Beyer: „Ik ben heel blij dat ik niet hoefde te lopen in de uitzending, zoals presentatoren nu. Als kijker leidt het mij ook af; waar gaat ze nu weer heen? En ik zit toch naar die benen en die rok te kijken.”

Crone: „Bij de collega’s van de NOS zie je altijd iets van ongemak als ze het lichter proberen te maken. Ik denk dat wij op een organische manier toegankelijker zijn voor een breed publiek.” Westrik: „Wij brengen het nieuws dicht bij de mensen.”

Fortuyn-revolte

In De Zender ontdekt McCannan dat zijn onvrede bij een enorm publiek weerklank vindt. Hij roept kijkers op de ramen te openen en naar buiten te schreeuwen: „Ik ben kwaad en ik pik het niet langer!” Dan volgen de telefoontjes ter redactie: de mensen schreeuwen in Atlanta, in Baton Rouge. Meer steden volgen. Ook in de zaal staat het publiek op en schreeuwt. Hannah Hoekstra als Laura, triomfantelijk: „Dames en heren, we hebben zojuist de onderbuik aangeboord!”

Merel Westrik

Die scène brengt het gesprek op populisme, en het beter bereiken van ‘het volk’. Witteman: „Na de Fortuyn-revolte leefde bij de omroep erg het idee dat het nieuws te zeer vanuit een ivoren toren werd gebracht. Hoofdredacteuren als Hans Laroes en ook Gerard van der Wulp hebben wel pogingen gedaan dat te veranderen. De focus moest verlegd ‘van de staat naar de straat’.”

Westrik: „Door internet, en Facebook en Twitter verandert het nieuws natuurlijk ook. Er is veel meer beeld beschikbaar, en we moeten steeds proberen daar iets interessants aan toe te voegen.” In De Zender besluit Laura homevideo’s van een terreurorganisatie uit te zenden. Dat sluit aan bij het dilemma van nieuwsprogramma’s bij het tonen van bijvoorbeeld onthoofdingsfilmpjes van IS. Westrik: „Dat hebben wij eerst wel gedaan – deels. Maar toen er signalen kwamen dat dat als propagandamateriaal werd gebruikt, zijn we ermee gestopt.”

Crone: „Wie een nieuwsprogramma maakt, is zich bewust van het massabereik, en de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat.” Laura in De Zender geeft minder blijk van moreel besef, als ze zegt dat de uitzonderlijke kracht van tv kan worden „bestuurd, gemanipuleerd, gebruikt en geoogst”. Crone: „Zo’n cynische, berekenende houding is echt pure fictie.”

Dichter bij de werkelijkheid, constateren de vier tv-journalisten, is de weergave op toneel van de chaos in de regiekamer. De regisseur en de assistent wisselen in het stuk met zoveel smaak seksuele escapades en laatste roddels uit, dat het ze volledig ontgaat dat Bill live in de uitzending zijn zelfmoord aankondigt. Beyer: „Ja, dat is zeker herkenbaar, hahaha. De mensen in de regiekamer hebben al honderdduizend keer met dat bijltje gehakt, dus die zitten voor de uitzending onderling soms even wat te geiten. En zien dan bijvoorbeeld niet dat de das van de presentator scheef zit.”

Daarover gesproken: hoe geloofwaardig is acteur Stefan de Walle als nieuwslezer? Crone: „Hij is zo’n ouderwetse nieuwsanchor: een bedaagde, oudere man die met een zware, lage stem ietwat gedragen voorleest. Dat is heel goed getroffen.”

Aan het slot, dat we niet zullen verklappen, komt McCannan tot een existentieel inzicht dat het belang van ‘nieuws’ nogal relativeert. Wordt het tv-journaal in zijn voortbestaan bedreigd? Witteman: „Dat we dat al veertig jaar horen, bewijst wel het ongelijk van de onheilsprofeten. Nieuws zal altijd van belang zijn. Als tv ooit echt verdwijnt, is het journaal het laatste programma waar het licht uitgaat.”