‘Iedereen mocht ons straffeloos doodschieten’

(33) nam enorme risico’s om zijn film over Afghanistan te maken, maar het resultaat is daar ook naar: The Land of the Enlightened is een fabelachtig mooie film geworden.

Foto Bart Dewaele / ID

Film is vaak een kwestie van volharding, maar de 33-jarige Gentenaar Pieter-Jan De Pue kon zijn familie of (ex)vriendin soms ook niet meer uitleggen waarom hij doorging met The Land of the Enlightened. Het kostte acht jaar van zijn leven. Hij werd beschoten en beroofd. Zijn crew belandde in het ziekenhuis. Zijn apparatuur werd stukgeslagen. En 1,2 miljoen euro is idioot veel geld voor een documentaire. Maar The Land of the Enlightened is wel een fabelachtig mooie film geworden over „hoe het leven doorgaat tijdens een oorlog”, aldus De Pue: over de veerkracht, vindingrijkheid en wilskracht van Afghanen.

Op het snijvlak van documentaire en fictie volgt De Pue een soort jeugdbende in de Pamir, het hooggebergte in het Noordoosten. De jongens jutten schroot van oude Sovjettanks, graven landmijnen op, galopperen op hun harige pony’s door sneeuwvelden en hosselen met de smokkelkaravanen die opium, lapis lazuli en wapens transporteren. De stem van Gholam Nasir, hun leider, verbindt deze ruige, associatief gemonteerde beelden. Hij vertelt over Djengis Khan en koning Nasrullah, fantaseert over de dag dat hij Kabul bestormt om sjah van Afghanistan te worden. En dan zijn we opeens op een Amerikaanse basis, met in kevlar gestoken militairen die wantrouwige dorpelingen de les lezen, gewichtheffen op hardcore house en met één knal een halve bergwand wegschieten. Hun patroonhulzen klateren als goudmunten over de rotsen, kinderen liggen al op de loer om ze op te vegen en te verkopen. Net als de Grieken, Mongolen, Britten en Sovjets laten ook zij louter schroot en heldenverhalen achter, suggereert The Land of the Enlightened.

De shots van wild schietende Amerikaanse soldaten waren relatief simpel voor De Pue, die ‘embedded’ was in 2010. Hoe hij in Afghanistan belandde? In 2006 studeerde hij af aan de Brusselse filmschool, legt hij uit in Den Haag, maar werkte hij als oorlogsfotograaf op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza. Afghanistan was een logische stap: hij benaderde ngo’s om gratis fotoreportages te maken. Waarna hij met ter plekke gemaakte vrienden het land ging verkennen. Dat werd een „turbulente, nogal stompzinnige reis”, aldus De Pue: ze staken per ongeluk over naar China en zaten daar ruim een maand gevangen. „We moesten zonder paspoort te voet terug naar Kabul, zijn meermalen overvallen en opgepakt door de politie, die ons aanzag voor buitenlandse Talibaan. Maar alles in mijn film kwam ik toen tegen: smokkelkaravanen, edelsteenmijnen, wetteloosheid. En die vroegwijze, harde volwassenen van 13 die mijnen opgroeven. Zij maakten enorme indruk op me.”

Dromen en legendes

In 2008 keerde De Pue terug om dezelfde kinderen te fotograferen en hun verhalen op te tekenen. Ook ging hij voor het eerst embedded met het Amerikaanse leger mee. Toen rijpte het idee voor een hybride film waarin de realiteit van westerse soldaten en Afghaanse kinderen overvloeien in dromen en legendes. In 2013 had hij het geld bijeen. De Pue: „Ik had als try-outs al een en ander gefilmd, zonder echt budget en met een dubieuze status. Het bleek toen erg moeilijk door alle corruptie en bureaucratie. Ik dacht: nu het serieus wordt, wil ik mensen die de papierwinkel doen. Een grote crew, zodat ik kan focussen op het filmen.” Een kostbare fout, zo bleek. „Met twaalf man, de helft Europees, vielen we te veel op.”

De eerste opname, bij een lapis lazuli-mijn, werd een catastrofe. De Pue: „De moellah van het naburige dorp haatte ons en riep een jihad uit: iedereen mocht ons straffeloos doodschieten.” Hoewel het complete dorp werd afgekocht om de filmploeg een dag respijt te gunnen, lagen op de terugweg de Talibaan in een hinderlaag. „Op een bergpas van vijfduizend meter tussen drie provincies. Een politie-escorte kwam niet opdagen, dus ging een jeep met Afghanen vooruit. Zij liepen minder risico, we hielden contact per radio. Boven werden ze in elkaar geslagen met geweerkolven en stenen. Alle apparatuur moest kapot: camera’s, lenzen, laptops. Twee raakten zwaargewond, één met gebroken ribben en een geperforeerde long.”

Beschoten met kalasjnikovs

De crew hield stug vol dat ze landmeters waren, de Talibaan gingen elders op jacht naar buitenlanders. De Pue: „Maar wij durfden niet met de jeep omhoog, ik ging eerst te voet met water en EHBO-kit kijken.” Boven dook een terreinwagen op: de inzittenden beschoten hem met kalasjnikovs. De Pue verstopte zich tot het donker werd: later bleken het agenten die hem voor een Talibaan-strijder aanzagen.

Terug in Kabul was de helft van zijn budget al op. De Pue: „De crew viel uiteen, er werd zelfs geopperd de film maar in Marokko of Spanje op te nemen.” In plaats daarvan besloot hij het in 2014 opnieuw te proberen, nu met een Afghaanse driemanscrew die hij zelf opleidde. Verder gebruikte hij wisselende assistenten die de lokale situatie kenden. „Met één jeep op pad, en met een plan A, B, C, enzovoorts. Net zo onvoorspelbaar als Afghanistan.” Het gevaarlijkste was de weg door drie van Talibaan vergeven provincies. De Pue: „De truc was dat ik reed, met baard, djellaba en pakul. Ik spreek aardig Farsi. De westerling, de grote man, zit altijd naast de chauffeur, dus hadden ze niks door.”

In de afgelegen Pamir richtte hij een basiskamp op in een oude Sovjetbasis. Daar vond hij ook zijn cast en filmde zeven maanden lang. Verteller Gholam Nasir was de zoon en opvolger van een plaatselijk dorpshoofd: hij rekruteerde zijn eigen vriendjes. Pue: „Het duurde lang voordat ze aan camera’s gewend waren. Filmcultuur bestaat daar niet, ze zagen de camera aan voor een granaatwerper.” En dan de logistiek. „We reisden weken over een bevroren rivier bij 25 graden onder nul, met een karavaan paarden, kamelen en yaks. Voedsel voor dertig man en al die beesten mee, brandstof voor generators. Je slaapt in grotten of tenten, altijd koud, hard en nat. En die stank! Diesel, zure lichamen: we konden ons drie maanden lang niet wassen.”

Echt klaar is De Pue nog lang niet met zijn film: nadat hij de prijs voor beste camerawerk had gewonnen op het Sundance-festival, reist hij er nu de wereld mee over. Er volgt volgend jaar nog een première in Kabul, waarna hij graag met een rijdende bioscoop door Afghanistan zou trekken. De Pue denkt na over een speelfilm. Voorlopig voelt The Land of the Enlightened nog als zijn levenswerk.