Geen verdragen met fiscale paradijzen. Maar Panama dan?

Nederland sloot een belastingverdrag met Panama. „Daar moeten we maar eens over nadenken”, zegt de staatssecretaris nu.

Premier Rutte spreekt met dePanamese president Juan Carlos Varela, vorig jaar tijdens de Summit of the Americas in Panama-Stad. foto Koen van Weel / ANP

Toen Nederland in 2009 met Liechtenstein onderhandelde over een belastingverdrag, bleef dat niet onopgemerkt. Een delegatie van het ministerie van Financiën zag na aankomst in het hotel in het Alpenstaatje een in het Nederlands geschreven boodschap op een bord staan: „Jullie krijgen ons toch niet te pakken! Groeten uit Panama.”

Brutale Nederlanders die hun zwarte spaarrekening ongezien vanuit Liechtenstein naar Midden-Amerika wilden verplaatsen, dacht toenmalig minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA). Het voorliggende belastingverdrag regelde immers dat Liechtenstein informatie over Nederlandse belastingplichtigen zou gaan delen met de Nederlandse Belastingdienst.

De Jager kon er in oktober 2010 smakelijk om lachen, toen hij deze anekdote aan de Tweede Kamer vertelde. Hij kondigde immers eenzelfde soort belastingverdrag met Panama aan, dat ook voorzag in uitwisseling van (bank)informatie over Nederlandse belastingplichtigen.

Met het uitlekken van de Panama Papers over dubieuze belastingconstructies via Panama staat dit verdrag onder druk. Want als Panama door het schandaal nog steeds een belastingparadijs blijkt te zijn, dan zou een fiscale overeenkomst met dat land in strijd zijn met het Nederlandse verdragenbeleid. „Daar moeten we maar eens over nadenken”, zegt staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) desgevraagd. „We hebben hier beleid voor.”

Wiebes verwijst naar een notitie van zijn voorganger Frans Weekers (VVD) uit februari 2011 over ‘Fiscaal Verdragsbeleid’. Daarin staat met welke landen Nederland graag belastingverdragen aangaat en waarom – en met welke landen vooral niet. Kort geformuleerd: met belastingparadijzen sluit Nederland in principe geen verdragen. Leidraad daarbij zijn de fiscale richtlijnen van de OESO, de club van rijke industrielanden, die de laatste jaren steeds strikter worden.

In het stuk van het vorige kabinet staat dat het „een overweging kan zijn om geen (volledig) belastingverdrag overeen te komen” als „in een bilaterale verhouding het risico op het ontstaan van ontgaansconstructies groot is”. In een van de bijlages van de beleidsnotitie brengt Weekers de criteria op schematische wijze in kaart. Indien ‘ja’ het antwoord is op de vraag ‘Is staat belastingparadijs naar OESO-definitie?’, is voor Nederland hooguit een fiscaal informatie-uitwisselingsverdrag mogelijk, geen volledig belastingverdrag waarin ook afspraken staan over het schrappen van dubbele heffingen. Met Panama sloot Nederland destijds zo’n volledig verdrag. Voor Panama was zo’n verdrag goed voor de reputatie.

Dat kon ook, want destijds stond het Latijns-Amerikaanse land niet (langer) op de OESO-lijst van belastingparadijzen. Inmiddels is de reputatie bij de landenorganisatie weer ernstig verslechterd. In een reactie, maandag, op de de Panama Papers hekelde secretaris-generaal Angel Gurría van de OESO Panama als „het laatste grote land dat het mogelijk blijft maken om fondsen offshore verborgen te houden voor belastingdiensten en rechtshandhavingsautoriteiten”.

Dirty money

Panama weigert te voldoen aan de vorig jaar door de OESO verder aangescherpte richtlijnen die in 2017 automatische uitwisseling van fiscale informatie tussen landen mogelijk moeten maken. Om die reden staat het land op een nieuwe zwarte lijst, van begin maart. Overigens zijn er nog drie landen die niet aan de nieuwe OESO-standaard willen voldoen, waaronder Bahrein. Ook daarmee heeft Nederland al sinds 2009 een volledig belastingverdrag.

De Europese Commissie stelde vorig jaar juni een eigen lijst met ‘international tax havens’ op. Daarop staan dertig landen die het multinationals mogelijk maken om belasting in de EU te ontwijken. Daaronder ook: Panama.

Staatssecretaris Wiebes is het met de OESO eens dat Panama met die automatische informatie-uitwisseling tussen belastingdiensten moet gaan meedoen. Hij wil de druk op het land „in internationaal verband opvoeren”. Maar hij ziet dus ook aanleiding om het bilaterale verdrag te heroverwegen. Al ziet hij er ook voordelen van in. „Wij kunnen nu wel op sommige dossiers gericht informatie aan de Panamese autoriteiten opvragen. Dat is in elk geval iets.”

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren voor de Nederlandse gevallen die uit de Panama Papers rollen. De Belastingdienst heeft inmiddels een speciaal team opgericht om die informatie uit te pluizen, als het journalistieke consortium alle data over twee maanden beschikbaar stelt. Omdat bij eerdere, vergelijkbare acties, zoals na de LuxLeaks, de fiscus voor meer dan een miljard aan naheffingen kon opleggen, klonk maandag bij de Belastingdienst „een lichte juichkreet”, zei Wiebes tegen de Kamer.