Dokter, behandel me als een dame

Bijwerkingen bij vrouwen zijn de voornaamste reden om medicijnen van de markt te halen. Toch richt de gezondheidszorg zich vooral op de man. Dat moet anders, vindt Jannet Vaessen.

Beeld uit de campagne ‘Behandel me als een dame’: Women Inc

Het is vandaag Wereldgezondheidsdag. En vijf jaar geleden dat ik van een cardioloog hoorde dat vrouwen doodgaan omdat in de cardiologie te weinig bekend is over het vrouwenlichaam. Mijn mond viel open. Ik was er al die tijd van uitgegaan dat iedereen even goed behandeld wordt in de gezondheidszorg. Niet dus.

Veel behandelaars hebben last van een ‘bikini-visie’. Ze denken dat de verschillen tussen man en vrouw niet verder gaan dan het deel dat bedekt is door de zwembroek of bikini. Deze bikinivisie blijkt levensgevaarlijk voor de gezondheid van vrouwen. Een hartinfarct wordt vaak gemist bij een vrouw. Bepaalde typen reuma worden vijf jaar later herkend bij vrouwen. Vrouwen hebben een andere verdeling van vocht en vet, maar krijgen dezelfde dosis geneesmiddelen en hebben 60 procent meer bijwerkingen dan mannen. Serieuze bijwerkingen, ze komen daardoor vaker in het ziekenhuis terecht. Bij acht van de tien geneesmiddelen die in de VS vanwege gezondheidsrisico’s van de markt zijn gehaald waren bijwerkingen bij vrouwen de oorzaak.

Dit is niet alleen een probleem voor vrouwelijke patiënten. Bij mannen wordt een ‘vrouwenziekte’ als osteoporose vaak over het hoofd gezien. Ook wordt depressie vaak gemist bij mannen. Maar in het algemeen hebben mannen het geluk dat de medische wetenschap die sinds het eind van de negentiende eeuw ontstond, vooral is gericht op het mannenlichaam. Vrouwen werden buiten onderzoeken gehouden om eventuele zwangerschappen te beschermen. En om die onhandige hormoonvariabelen buiten het onderzoek te houden. Dat gebeurt nog steeds. Zo worden in laboratoria vijf keer zo vaak mannelijke proefdieren gebruikt. Als je vrouwen goed mee wil nemen in medisch en farmaceutisch onderzoek zou je veel grotere onderzoekspopulaties moeten gebruiken. Dat is lastig. En duur.

Vrouwen krijgen even hoge dosis als mannen, terwijl ze 60 procent meer kans op bijwerkingen hebben

Hoog tijd dat behandelaars, verzekeraars, farmaceuten en beleidsmakers rekening houden met m/v-verschillen. Daarom heb ik met vrouwennetwerk Women Inc een verbond van hoogleraren, specialisten, huisartsen, psychologen en beleidsmakers opgericht. Deze Alliantie Gender & Gezondheid zet zich in voor onderzoek, onderwijs en bewustzijn van ‘gendersensitieve’ zorg. Minister Schippers (Volksgezondheid) sprak zich op 7 maart uit om daarin te investeren. Fantastische doorbraak. Maar met alleen onderzoekssubsidie zijn we er nog niet. Kennis moet ook doordringen in de praktijk. We moeten het in de spreekkamer kunnen hebben over sekse.

Dat kan best een lastig gesprek worden, want op onze bijeenkomst bleek dat veel geneeskundestudenten nooit van genderspecifieke zorg hadden gehoord. Ook onze enquête onder 300 artsen liet zien dat 9 op de 10 artsen vindt dat er meer aandacht moet komen voor gender, maar dat 62 procent er kennis over mist. Ziekten presenteren zich anders bij vrouwen. ‘Vrouwelijke’ symptomen worden in de medische boeken als ‘atypisch’ omschreven. De leerboeken van studenten geneeskunde zijn gebaseerd op mannenlichamen en mannenlevens. Vrouwen beginnen zelf in de spreekkamer niet over hormonen, zwangerschappen of andere vrouwenkwalen, uit angst niet serieus genomen te worden. Maar deze zaken zijn juist van fundamenteel belang in de spreekkamer. Juist daar.

Een paar jaar geleden zat ik zelf in de spreekkamer van de cardioloog vanwege hartritmestoornissen. Hij wilde mij een bepaald medicijn voorschrijven, waarvan ik gehoord had dat het bij vrouwen heel anders uitwerkt dan bij mannen. ‘Maakt het uit dat ik een vrouw ben, voor dit medicijn?’ vroeg ik. De cardioloog bleef op zijn beeldscherm kijken en zei geïrriteerd: ‘Er is geen verschil.’ Ik had thuis literatuur waaruit het tegendeel bleek. De cardioloog was niet nieuwsgierig: ‘Dat is allemaal onbewezen en onzin.’ En hij deed de deur voor mij open. ‘Volgende?’

U begrijpt, een volgende keer vraag ik naar een andere cardioloog. Ik ga er niet van uit dat hij of zij alles weet over het effect van medicijnen in een vrouwenlichaam, dat is nog niet voldoende onderzocht. En kan je dus ook niet van hen verwachten. Maar ik wil wel iemand die openstaat voor de vraag: houdt u er rekening mee dat ik een vrouw ben in uw diagnose en behandeling? Niet alleen voor mezelf, maar voor alle vrouwen van Nederland.