Deventer laat zien dat het kan

Het Deventer stadhuis is een voorbeeld van hoe volmaakt nieuwbouw kan functioneren in een oud stadscentrum.

De nieuwbouw van het stadhuiscomplex van Deventer en degevelpanelen met vingerafdrukken van inwoners van de stad.

De moeizame wordingsgeschiedenis van het Stadhuiskwartier in Deventer leek een garantie voor een mislukking. Tien jaar geleden kwam een deel van de Deventenaren in verzet tegen het ontwerp waarmee Neutelings Riedijk architecten de prijsvraag voor een stadhuis en bibliotheek hadden gewonnen. Ze vonden dat het vernieuwde stadhuis te groot, te hoog en te duur zou worden. Gemeenteraadsleden hadden ook bezwaren met als gevolg dat twee achtereenvolgende colleges van burgemeester en wethouders sneuvelden op de nieuwbouw. In 2009 was de stadhuisbieb van de baan.

Een jaar later werden Willem-Jan Neutelings en Michiel Riedijk, bekend van onder meer het veelkleurige Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum en het Museum aan de Stroom in Antwerpen, toch weer aan het werk gezet. Dit keer moesten ze een uitbreiding en restauratie van het stadhuis ontwerpen, zonder bibliotheek maar met een ondergrondse parkeergarage.

Idyllisch hofje

Meestal monden ontwerpen die onder druk van politiek tumult worden veranderd uit in nikserige compromisarchitectuur of regelrechte mislukkingen, zoals de Stopera in Amsterdam uit 1986, een ander groot combinatiegebouw in een historische omgeving. Maar het Stadhuiskwartier van Deventer, zoals de nieuwbouw en de restauratie van een aantal oude stadhuisgebouwen uit verschillende eeuwen officieel heet, is een complex geworden dat zowel architectonisch als stedenbouwkundig voorbeeldig is.

In plaats van een rommelige verzameling gebouwen uit de twintigste en eerdere eeuwen en een pleintje dat als parkeerplaats werd gebruikt, is nu één krachtig en overzichtelijk ensemble gekomen dat zich volmaakt voegt in de oude binnenstad van Deventer met zijn fijnmazige structuur van tuinen, pleintjes, stegen en poorten. Aan weerszijden van de nieuwbouw van het Stadhuiskwartier, dat onderdak biedt aan vijftien gemeentediensten die eerder elders in de stad zaten, liggen nu binnentuinen.

Overdag kunnen de Deventenaren door het nieuwe gebouw van de Bursestraat naar het Grote Kerkhof lopen. Dan komen ze eerst in een schitterende stadshal met een glazen dak waar zich op bovenetages achter de houten vakwerkgevels de kantoren bevinden en op de begane grond de loketten. Vervolgens belanden ze in een idyllisch hofje dat wordt omgeven door onder meer het oude, gerestaureerde stadhuis (met vernieuwde raadszaal) en twee nieuwe, hoge galerijen die doen denken aan die in steden als Turijn en Bologna. Ten slotte gaan ze door een poortgebouw naar het Grote Kerkhof waar de gotische Grote Kerk ligt.

Vingerafdrukken

Met het Stadskwartier hebben Neutelings Riedijk hun klassiekste gebouw tot nu toe afgeleverd. Niet alleen is het een hofgebouw rondom een binnenplaats, zoals die al eeuwen in Europa worden gebouwd, maar ook de gevels verwijzen naar classicistische architectuur. Zo past die van het poortgebouw aan het Grote Kerkhof met zijn klassieke driedeling in basement (galerij), middendeel (vakwerk) en kroonlijst (zinken dak) goed tussen de historische gebouwen aan weerszijden. De plafonds op de begane grond zijn veelal betonnen cassetteplafonds waarin de installaties en leidingen zijn ondergebracht in mooie, houten panelen. De ramen in de bakstenen delen hebben robuuste, uitspringende lijsten gekregen. En anders dan gewoonlijk in de hedendaagse architectuur staan de houten kolommen van de galerijen niet zielig op de kale grond, maar op een basement van grijs natuursteen.

Hoewel het Stadskwartier door en door klassiek is, is het nergens gemakzuchtig historiserend. Dat komt mede door de ornamentiek. Net als in hun eerdere gebouwen hebben Neutelings en Riedijk een kunstenaar gevraagd voor de versieringen van de gevels, waarvan de verhoudingen van het vakwerk overigens zijn gebaseerd op de Fibonacci-reeks, een getallenreeks (1-2-3-5-8 enzovoorts) die vaak voorkomt in classicistische architectuur. De meeste grote en kleine vakken van de houten gevels zijn, naar een briljant ontwerp van Loes ten Anscher, ingevuld met aluminium panelen van uitvergrote vingerafdrukken van 2.264 inwoners van Deventer die het nieuwe stadhuis laten tintelen.