Recht & Onrecht

De Togacolumn: Na de Panama Papers kan toezicht niet passief blijven

Sinds de publicatie van de Panama Papers, waarin de rol beschreven wordt van een groot Panamees Trustkantoor bij dubieuze transacties, is het onrustig bij bestuurders en staatshoofden. Het aan het daglicht brengen van eerder geheim gebleven geldstromen roept vragen op over (belasting)moraliteit. En er hangt bij sommigen een – soms versterkte - zweem van corruptie in de lucht. Hoe dit gaat uitpakken voor enkele van hen is natuurlijk boeiend, maar vooral voor de korte termijn. De belangrijkste vraag is of en hoe de overheidsinstanties die de trustsector reguleren, gaan reageren.

De sector zelf lijkt nogal laconiek. De voorzitter van Holland Quaestor, de belangenvereniging van Nederlandse Trustkantoren, werd deze week gevraagd of de lancering afgelopen maandag van een keurmerk voor Trustkantoren niet op een ongelukkig moment kwam. Nee, was het antwoord, want juist nu werd het belang van zelfregulering onderstreept. De toezichthouder, in dit geval De Nederlandse Bank, zou alleen zulke hoge eisen stellen dat de sector daar nog niet aan kan voldoen. Daaraan werd toegevoegd dat die eisen niet te hoog zijn, want de toezichthouder heeft altijd gelijk, ook al is de sector het niet eens met alle eisen.

Een charmante redenering die om de brei heen draait. Een toezichthouder kan de plank misslaan. Een belanghebbende kan daarom bijvoorbeeld in beroep tegen een beslissing van een rechter-commissaris. Ook kan de rechter-commissaris of de curator op verzoek van die belanghebbende worden vervangen door een ander. Eigenlijk zoals ook elke straf- of civiele rechter vervangbaar is. Dat is een groot goed want voor personen met een publieke taak geldt dat de macht die de wet hun geeft niet persoonlijk, niet overdraagbaar, niet verhandelbaar en niet overerfbaar moet zijn. Macht geeft risico op corrumperen - absolute en persoonlijke macht nog meer. In de ontwikkeling van elke staat is het niet persoonlijk maken van macht een belangrijke stap voorwaarts zegt Francis Fukuyama in The Origins of political power. Hierdoor verschuift deze namelijk van de persoon en stam/familie naar het instituut zoals de overheid, rechtspraak of bijvoorbeeld in dit geval DNB. Dat voorkomt misbruik en corruptie.

Het institutionaliseren is dus een belangrijke stap, maar daarna komt het er op aan of dat instituut -  de overheid - ook wat doet. DNB heeft tijdens de bankencrisis het standpunt ingenomen dat ze haar rol als toezichthouder beter zou kunnen invullen als ze immuniteit zou hebben.  Dus niet aansprakelijk zou zijn indien door haar optreden schade aan derden zou worden toegebracht. Dat is onwenselijk want het hebben van immuniteit neemt ook de prikkel weg om wel in actie te komen. Passiviteit van overheidsinstanties is het grootste gevaar. Zelfregulering is dan vaak het lapje voor het bloeden.

Ook nu heeft het er wat van weg dat DNB een verklaring heeft waarom ze nog niet hard heeft ingegrepen. Niet dat er geen grote zorg is over de ondermaatse kwaliteit van de Trustsector. Vorige week werden tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer door DNB hele harde woorden gesproken. ‘Van alle onderzoeken die DNB de afgelopen jaren heeft uitgevoerd is de rode draad dat trustkantoren dikwijls nog niet in staat zijn de basale gegevens in voldoende mate te verzamelen’. En commerciële belangen voeren de boventoon. Zelfregulering is dus volgens DNB een fopspeen maar het zou de toezichthouder ontbreken aan bevoegdheden om eenvoudiger vergunningen van trustkantoren in te trekken.

Dit komt niet echt slagvaardig over. De Duitse minister van Justitie heeft direct aangekondigd het niet langer toe te staan dat bedrijven in belastingparadijzen een anonieme eigenaar hebben. Het is niet denkbeeldig dat de Nederlandse minister met een soortgelijke reactie komt. Dit is dan vrij laat, want hij had al veel eerder zijn licht kunnen opsteken bij zijn collega-minister van Financiën. Deze heeft namelijk sinds 2008 meerdere procedures aanhangig gemaakt tegen een dochtervennootschap van het grootste trustkantoor van Nederland, dat maandag overigens het keurmerk van Quaestor ontving.

 

Erik Boerma is insolventierechter bij de rechtbank Oost-Brabant. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

Blogger

Erik Boerma

Erik Boerma studeerde rechten in Amsterdam. Hij werd rechter in 2000 bij de rechtbank Oost-Brabant. Hij behandelt sinds 2003 als insolventierechter vooral schuldsaneringen en faillissementen. Daarnaast is hij als projectleider Toezicht betrokken bij het digitale innovatieprogramma KEI van de rechtspraak.