De 215 miljoen brandt SBM in de zak

SBM Offshore wil het omkoopschandaal rond Petrobras achter zich laten. Maar de schikking in Brazilië komt maar niet rond.

De haven van Rio de Janeiro. SBM Offshore wint hier olie uit zee met deze ‘drijvende fabrieken’. Foto SBM

Van de aandeelhouders heeft SBM Offshore voorlopig weinig te vrezen. Zelfs de vragen van de VEB (Vereniging van Effectenbezitters) beten aanzienlijk minder op de jaarlijkse aandeelhoudervergadering dan vorig jaar. De verzamelde aandeelhouders gingen woensdag gedwee akkoord met het jaarverslag over 2015.

Dat terwijl de lucht boven de maritieme dienstverlener nog niet helemaal geklaard is. De omkoopaffaire in Brazilië is nog niet tot een goed einde gebracht en er is een nieuwe smeergeldzaak in Irak opgedoken, waarbij SBM betrokken zou zijn.

SBM Offshore bouwt, onderhoudt, exploiteert en verhuurt grote drijvende fabrieken, waarmee olie en gas kan worden gewonnen uit diepzee. Daarnaast maakt het van oorsprong Schiedamse bedrijf onder andere ook installaties, waarmee grote tankers op enige afstand van de haven kunnen laden en lossen.

In Brazilië is het wachten op de definitieve schikking in de omkoopaffaire rond het semistaatsoliebedrijf Petrobras. In januari was een deal nabij. Bij de presentatie van de jaarcijfers over 2015 in februari bleek dat SBM al een bedrag van 245 miljoen dollar (215 miljoen euro) had gereserveerd voor de schikking.

Brazilië gaat maar niet over

Maar dat geld brandt nog steeds in de zakken van het Nederlandse bedrijf, want de afronding blijkt moeilijker dan gedacht. Volgens Erik Lagendijk, lid van de raad van bestuur van SBM Offshore en verantwoordelijk voor de interne controle, ligt dat vooral aan de tegenpartij in Brazilië. Feitelijk drie tegenpartijen: de Rekenkamer, Petrobras en het Openbaar Ministerie. Zij zouden het niet eens kunnen worden over de verdeling van het schikkingsbedrag.

„Wat ook niet helpt is dat de man die namens de Rekenkamer onderhandelde, is ontslagen en vervangen door iemand die nauwe banden heeft met Petrobras”, schetst Lagendijk de chaos aan Braziliaanse zijde. De ene dag lijkt een schikking heel dichtbij, de volgende juist weer ver weg.

Eén zaak is in Brazilië wel afgehandeld: de mogelijke vervolging van de huidige bestuursvoorzitter Bruno Chabas en Sietze Hepkema, de voorganger van Lagendijk als ‘chief compliance officer’ binnen de raad van bestuur, en nu commissaris bij SBM. In december bleek dat zij onderwerp waren van een gerechtelijk onderzoek omdat ze de Braziliaanse rechtsgang zouden hebben gehinderd.

Een maand later volgde een schikking in deze zaak à 60.000 dollar de man. Woensdag maakte SBM bekend dat de Braziliaanse rechter zijn handtekening had gezet onder de schikking en de zaak daarmee af was.

Nu blijkt dat het Openbaar Ministerie in Brazilië nog een tiental andere voormalige bestuurders van SBM in het vizier heeft. Het zijn oud topmannen van SBM die direct gelieerd zouden zijn aan de omkooppraktijken tussen 2007 en 2012. Onder hen ook oud-manager Robert Zubiate, een Amerikaans staatsburger. En dat heeft ook het Amerikaanse ministerie van Justitie weer in het spel gebracht.

Olie-industrie in Irak

Intussen wordt de naam van SBM ook in verband gebracht met duistere praktijken in het Irak van na Saddam Hussein. Centraal in het verhaal, dat een week geleden door de Huffington Post en het Australische Fairfax Media naar buiten werd gebracht, staat het familiebedrijf Unaoil dat in Monaco gevestigd is en zijn rol van ‘oliemannetje’ wel heel ruim opvatte.

De publicatie laat zien hoe Unaoil bedrijven als Halliburton, Rolls-Royce en andere multinationals belangen toespeelde in de olie-industrie in Irak, in ruil voor miljoenen aan steekpenningen. Vrij Nederland schrijft deze week, op basis van e-mails die het heeft ingezien, dat ook de naam van SBM voorbijkomt.

Het eerste onderzoek heeft geen strafbare feiten aangetoond, maar zo werd de aandeelhouders verzekerd: „We gaan nog dieper zoeken.”

De aandeelhouders geloofden het wel. Waar zij vooral in geïnteresseerd waren was de vraag of ze met hun belang wel in het juiste bedrijf zaten. De lage olieprijs trekt een spoor van vernieling door de olie-industrie. Er wordt niet geïnvesteerd, er zijn geen nieuwe contracten.

Bestuursvoorzitter Bruno Chabas voorspelde dat de crisis nog wel een jaar of twee kan duren. In 2018 verwacht hij dat de vraag weer groter zal zijn dan het aanbod en de prijzen zullen stijgen. SBM Offschore bereidt zich daarop voor met de ontwikkeling van nieuwe, goedkopere productiemethodes, zodat het straks weer op volle kracht aan de slag kan.

Tot die tijd voert het bedrijf dat wereldwijd 7.000 mensen in dienst heeft en in 2015 een omzet had van 2,7 miljard dollar (2,4 miljard euro), een strak financieel beleid. Het enige extraatje is het dividend (van 21 dollarcent), dat het bedrijf voor het eerst sinds 2011 uitkeert.