Partijgenoten balen, maar Pechtold blijft voor referenda

Kort na de exitpoll om negen uur ’s avonds verlaat D66-leider Alexander Pechtold de warme en drukke bovenverdieping van café Rootz in Den Haag. De opkomstverwachting is op dat moment slecht voor de pro-referendumpartij: 29 procent – één procentpunt onder de opkomstdrempel. Tweederde zou tegenstemmen. Terwijl hij buiten staat te roken, belt zijn dochter. „Een 9,8 voor Frans?”, herhaalt Pechtold. „Heel goed meissie. Papa heeft wat andere cijfers bij het referendum.”

Een slechtere opkomstverwachting had Pechtold niet kunnen bedenken. „Noem een getal tussen de 1 en 100. Dan is dit het vervelendste getal.”

In het café zijn vooral veel medewerkers en actieve campagnevrijwilligers. Ze zijn allemaal uitgesproken vóór het idee van een referendum, zeggen ze. Maar veel leden balen ervan dat het eerste raadgevend referendum dit onderwerp moet hebben. D66 is ook uitgesproken voorstander van het associatieverdrag en is om die reden ook flink gepest door initiatiefnemer GeenPeil. Wie een online handtekening had gezet om het referendum mogelijk te maken, kreeg daarna een foto van Pechtold in beeld met de tekst: „Je hebt zojuist Alexander Pechtold heel verdrietig gemaakt. Dank je wel!” Dat vond Steven Kroon, stagiair bij de Tweede Kamerfractie „een beetje pijnlijk”.

D66 riep iedereen op om te gaan stemmen, maar Richard Krabbendam (50 jaar, „net zo oud als D66”) bleef thuis. „Ik vind dit een volslagen krankzinnig referendum. GeenStijl probeerde belletje te trekken. Dat vind ik heel kwalijk voor de democratie.”

Pechtold „kan niet zoveel” met zulke opmerkingen, zegt hij. „Het is aan de bevolking om een onderwerp te kiezen. Wij hebben de spelregels vastgelegd en dan is het aan de bevolking om een onderwerp te kiezen.”