Casinologica vermomd als volksraadpleging

Goed, de burgers hebben hun raad gegeven. Het blijft Nederland, goede raad is duur – we houden nu eenmaal van complicaties. En verder zijn we, als raadgevers, nu ook weer niet zo enorm begaan met de verre buitenlanden. Oekraïne, best belangrijk.

Geert Wilders zinspeelde woensdag na zijn stembusgang op een „patriottistische lente”. Maar met deze opkomst moest je concluderen dat de patriotten zelf blijkbaar ook niet zo zeker van hun lente waren.

Wel kan ik me voorstellen dat ze zich in die kringen afvragen waarom hij niet wat actiever campagne voerde.

Enkele dagen flyeren, een bezoek aan het nieuwscafé van damesbode Libelle, één televisieoptreden: als hij zijn hoge waarderingscijfers in de peilingen actiever ten nutte van het neen-kamp had gemaakt, zouden de aanhangers van het associatieverdrag woensdagavond al na hun eerste spaatje rood schichtig de uitgang opgezocht hebben.

Nu konden zij, de onbetwiste verliezers van de avond, nog doen alsof de schade beperkt was gebleven.

Ze konden creatief rekenen – met hoeveel waren de tegenstanders nu eenmaal? Ze konden historische vergelijkingen trekken – in 2005 was de opkomst 63 procent inzake het Verdrag van Lissabon.

Maar dat waste niet weg dat de voorstanders, en dat waren alle middenpartijen, de middelvinger van de kiezer kregen die je al maanden aan zag komen.

Dus Nederland spreekt internationaal weer een woordje mee. Woensdag zag ik in Amerikaanse media talrijke berichten voorbijkomen dat dit referendum gezien moet worden als voorbode van het volksraadpleging inzake het Britse EU-lidmaatschap. Nederland als grondlegger van een Brexit.

Maar de vraag is of dit verband niet al te vlot gelegd wordt: een studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau liet nog maar twee weken geleden zien dat, bij alle scepsis over de EU, een ruime meerderheid van de Nederlandse burgers voorstander van het EU-lidmaatschap blijft.

Wat Thierry, Jan en de anderen zich ook in het hoofd halen: een Nexit zit er nog lang niet in.

Duidelijk is bovendien dat de 30-procentsdrempel voor een raadgevend referendum, ooit ingevoerd door toedoen van oud-PvdA-senator Koole, van deze hele volksraadpleging een soort roulettespel voor de verdragsvoorstanders maakte.

Wie uitgesproken vóór het verdrag was moest gokken tussen wel of niet stemmen. Casinologica als volksraadpleging.

Als ik D66 was zou ik ook zeggen: dat was nou ook weer niet de bedoeling van ons fraaie kroonjuweel.

Dus zelfs als je totaal tegen dit verdrag was, kon je woensdagavond moeilijk anders dan relativerend blijven. De voorstanders hadden zwaar verloren.

Maar ook de tegenstanders konden er, als ze fair waren, niet omheen dat we de betekenis van onze eigen raadgevingen vooral niet te serieus moesten nemen.