Afzettingsprocedures over en weer in Brazilië

De politieke crisis in Brazilië is wederom enkele slagen verdiept. Woensdag besloot de commissie van het Congres die de afzettingsprocedure van president Dilma Rousseff voorbereidt, deze door te zetten. Volgens de commissie is er voldoende bewijs dat zij de begrotingscijfers gemanipuleerd heeft om ruimere overheidsuitgaven mogelijk te maken tijdens haar herverkiezingscampagne. Waarschijnlijk stemt het Congres nog deze maand over het afzetten van Rousseff, die alles ontkent en stelt dat er sprake is van een couppoging.

Het doorzetten van de procedure tegen Rousseff volgt op het nieuws, eerder deze week, dat een rechter in het Braziliaanse Hooggerechtshof het Congres gelastte ook een afzettingsprocedure tegen vice-president Michel Temer te onderzoeken.

Zowel de voorzitter van het Lagerhuis die de afzetting van Rousseff initieerde, Eduardo Cunha, als Michel Temer behoren tot de top van de PMDB, de partij die vorige week uit de coalitieregering van Rousseff stapte. Alleen Temer bleef toen aan: hij wil de macht van Rousseff overnemen. Maar volgens het Hof is het niet mogelijk de procedure wel in te zetten tegen de president en niet tegen de vice-president; zij zijn óf beiden óf geen van beiden schuldig aan gesjoemel met de overheidsbegroting.

Brazilië kampt met forse economische krimp en een corruptieschandaal, waarin de regering Rousseff nu vechtend ten onder lijkt te gaan.