‘Wij hebben niets te verbergen’

Namens de Nederlandse trustkantoren zegt de brancheclubvoorzitter dat de sector „volkomen deugt”. Eigenlijk komen de Panama Papers hem wel goed uit: nu kan hij die boodschap aan iedereen vertellen.

André Nagelmaker Foto Lars van den Brink

In zijn eentje doet hij de woordvoering voor de hele Nederlandse trustsector. Dat is in de week dat de Panama Papers naar buiten komen een drukke taak. Maar André Nagelmaker, voorzitter van brancheverenging Holland Quaestor, kan het wel „honderd keer per dag” doen, zegt hij, uitleggen dat trustkantoren, die brievenbus-bv’s beheren voor klanten, wél deugen. Want dat is zo, vindt Nagelmaker: „Deze sector deugt, deze sector deugt volkomen.”

Dat is een stelling die weerstand kan oproepen, nu uit een grote hoeveelheid gelekte documenten blijkt hoe machthebbers en sportsterren hun geld laten reizen naar gunstige fiscale bestemmingen. Allemaal mogelijk gemaakt door een groot trustkantoor op Panama, Mossack Fonseca. Nagelmaker benadrukt dat hij alleen Nederlandse trustsector vertegenwoordigt. Maar: „Zoals Mossack Fonseca werkt, zoals Panama werkt, zo gaat het niet in Nederland.”

Sterker nog, de Nederlandse trustsector is „heel goed bezig”, vindt Nagelmaker. En die Panama Papers komen hem eigenlijk best handig uit. Deze week lanceerde Holland Quaestor namelijk een eigen keurmerk voor trustkantoren, onder meer gebaseerd op de Wet toezicht trustkantoren. Doel is „het vertrouwen” in de sector te vergroten.

In dat keurmerk was, tot zijn teleurstelling, eigenlijk niemand geïnteresseerd, zegt Nagelmaker. Nu wordt hij ineens door allerlei media gebeld. „Het grote voordeel is: dit trekt wel een breed publiek.” Die gelegenheid grijpt Holland Quaestor graag aan. Want: „We hebben niets te verbergen.”

U vindt dat de trustsector deugt. Maar uw toezichthouder, De Nederlandsche Bank, is het daar niet mee eens.

„DNB zegt alleen: de trustsector voldoet nog niet aan onze eisen.”

Volgens DNB is er in de trustsector „onvoldoende professionele bedrijfsvoering” en overtreedt „een groot aantal kantoren” de wet. Dat deugt toch niet?

„Dat is een te snelle conclusie. DNB stelt hele hoge eisen. Die staat bovenop de Mount Everest en ziet dat de trustsector halverwege is, ergens tussen Base Camp en de top. Dus DNB zegt: jullie zijn er nog niet.”

Stelt DNB te hoge eisen?

„Niet te hoog. Nooit te hoog. De toezichthouder heeft altijd gelijk. ”

Dus u bent het ook eens met alle kritiek?

„Nee. Ze hebben wel gelijk, maar dan hoef ik het er nog niet mee eens te zijn. De trustsector is halverwege. Ik kijk omlaag naar Base Camp en zeg: we zijn een heel eind gekomen. Met ons nieuwe keurmerk gaat de weg omhoog nog sneller.”

Slechts 21 van de circa 150 Nederlandse trustkantoren hebben dat keurmerk gekregen. Dat zijn er niet veel.

„Die 21 kantoren vertegenwoordigen 50 procent van de markt. Andere kantoren zijn nog bezig het keurmerk te verkrijgen, ik verwacht dat er dit jaar nog 21 kantoren met keurmerk bij komen.”

Waarom duurt het zo lang om gewoon aan de regels te voldoen? De Wet toezicht trustkantoren bestaat al ruim tien jaar.

„Sindsdien zijn de normen uitgebreid en aangescherpt. Als we de standaarden van destijds zouden leggen op die van 2016, zou elk trustkantoor waanzinnig goed scoren.”

Nagelmaker zegt dat mensen nogal snel „kwalificerende termen” gebruiken als ze over trustkantoren praten. Vaak in „bijvoeglijke naamwoorden”. Hij moet even nadenken over een voorbeeld, maar weet er dan toch een: trustkantoren bezigen „‘onheuse’ praktijken”. En dat is nog een „chique term”, zegt Nagelmaker. Mensen „veroordelen” en „verketteren” vóór ze precies weten wat trustkantoren nou eigenlijk precies doen, vindt hij.

Ze moeten ook niet onderschatten hoeveel gebruik er wordt gemaakt van de diensten van trustkantoren – gewone mkb-ondernemers doen dat óók, bleek dinsdag uit publicaties in Trouw en het Financieele Dagblad. Geschokt is Nagelmaker dan ook niet, door wat de Panama Papers aantonen. „Vermijding van belasting door internationale structuren wordt heel breed, in heel veel landen, door heel veel mensen toegepast. Het wordt breed gedragen in de maatschappij.”

Is belastingontwijking oké omdat veel mensen het doen en mag van de wet?

„Alles binnen de wet is in principe oké. Alleen als je denkt: de wet wordt op de verkeerde manier gebruikt, dan niet meer. Daar moeten we dus met elkaar over praten. Vinden we het acceptabel dat mensen gebruik maken van buitenlandse belastingsystemen om te zorgen dat hun inkomsten of vermogen op een andere manier behandeld wordt dan in hun eigen land?”

En, wat vindt u?

„Wij zeggen: landen moeten ophouden elkaar te beconcurreren op het gebied van belasting.”

Nu wijst u naar de overheid. Heeft de trustsector zelf geen verantwoordelijkheid?

„Jawel. Die we nemen ook, met ons keurmerk.”