Vele grote kunstenaars hadden een oogje op haar

Sara de Swart werd de ‘Muze der Tachtigers’ genoemd. Nu wordt ze, na een eeuw te zijn vergeten, geëerd met boek en expositie.

Sara de Swart, door Breitner.

George Hendrik Breitner schilderde haar portret. Willem Kloos droeg een sonnet aan haar op. Auguste Rodin correspondeerde met haar. En componist Gustav Mahler behoorde tot haar vriendenkring.

Sara de Swart (1861-1951), beeldhouwster en kunstverzamelaar, was een tijdje beroemd. De ‘Muze der Tachtigers’ werd ze genoemd. Toch was ze al bijna een eeuw vergeten toen Jaap Versteegh een keer met zijn bejaarde moeder over haar praatte, naar aanleiding van een verhaal dat hij over haar gelezen had. Zijn moeder antwoordde: „Die Sara de Swart, dat is een oudtante van je.”

Jaap Versteegh is kunsthistoricus en beeldend kunstenaar. Daarnaast is hij geïnteresseerd in de Tachtigers.

Na het gesprek (Zijn moeder: „Er liggen nog wel brieven van haar in de kast aan grootvader Van Brakel, in een van die schoenendozen”) ging hij op onderzoek uit. Dat onderzoek heeft nu geleid tot een tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam en een gelijknamig boek, Fatale Kunst.

In de Kunsthal is te zien wat Sara de Swart zoal verzamelde en met wie zij gelieerd was.

Er hangen een paar Breitners, waaronder het portret van haarzelf. Er zijn tekeningen van Jan Veth, één daarvan een portret. Werk van nu nog altijd beroemde kunstenaars als Emile Bernard en Van Odilon Redon. Een paar bronzen beeldjes – veel is er niet bewaard gebleven – van Sara de Swart zelf, maar wel een Adam en Eva. En werk van haar levensgezellin, beeldend kunstenaar Emilie van Kerckhoff.

Gat in haar hand

Sara de Swart werd een vermogende vrouw toen op haar tweeëntwintigste haar moeder overleed en zij het familievermogen erfde. Ze woonde in Amsterdam en Laren, waar ze schrijvers en kunstenaars ontving. Zelf exposeerde ze ook. Verder was ze vrijgevig en had ze een gat in haar hand. Toen ze in het begin van de vorige eeuw in geldproblemen kwam, verkocht ze op veilingen bijna alles wat ze had verzameld – vandaar de titel Fatale kunst.

„Als ik eerlijk ben, moet ik vaststellen dat [het werk] dat ik van haar ken van onvoldoende talent getuigt om een biografie te rechtvaardigen”, schrijft Jaap Versteegh. Dat werk valt inderdaad tegen, denk je als je de bronzen beeldjes ziet.

Meer dan haar werk wil de tentoonstelling dan ook een beeld tonen van de wereld van Sara de Swart. Maar dat beeld krijg je pas echt als je het bijbehorende boek leest, dat een liefdevolle schets is geworden van haar bijzondere maar vergeten leven. En dat boek ligt behalve in de museumwinkel ook gewoon in de boekhandel.

Samen met haar vriendin Emilie ontvluchtte Sara in 1918 Nederland. Ze stierf in 1951 op Capri.