Ruzie om tweeduizend Delftse skeletten

Delftse Nieuwe Kerk Bij renovatie Nieuwe Kerk moeten skeletten weg voor een souterrain. Archeologen zijn boos: ze mogen slechts klein deel onderzoeken.

Archeoloog Daan Hallewas (71) loopt over de stenen vloer van de Nieuwe Kerk en geeft met zijn handen een groot gebied aan. „Van hier, ongeveer, tot… hier.” Onder het gebied dat hij aangeeft, meer dan het halve schip, liggen meer dan tweeduizend skeletten. Allemaal Delftse burgers, begraven tussen de veertiende en de achttiende eeuw. „Lekker dicht bij de Heer”, zegt Hallewas. „Dat wilden we vroeger allemaal.”

Rond deze skeletten is in Delft een flinke discussie ontstaan. Sinds 2010 lis het bestuur van de Nieuwe Kerk bezig met een grootschalige renovatie. Daarbij wordt ook verbouwd: de koninklijke grafkelder van de Oranjes wordt uitgebreid, en daarnaast is het plan een souterrain te bouwen onder het schip, de ‘voorzieningenkelder’: 500 vierkante meter voor vergaderzalen, keuken, wc’s, garderobe.

Dit laatste is tegen het zere been van veel archeologen. De gemeente heeft de Nieuwe Kerk toestemming gegeven maar twintig procent van de skeletten te onderzoeken. De rest wordt opnieuw begraven, zonder onderzoek. Eeuwig zonde, vinden de archeologen: door volledig onderzoek op alle skeletten kun je veel te weten komen over de bewoners van Delft van een paar eeuwen geleden.

Eind 2015 stapten de Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie en de Oudheidkundige Werkgemeenschap Delft naar de rechter. Volgens hen is de gemeentelijke vergunning voor de bouw van de kelder in strijd met het Verdrag van Malta, dat stelt dat degene die wil bouwen op archeologische grond moet voorzien in volledig onderzoek. Begin dit jaar oordeelde de rechter in het voordeel van de gemeente: de voorzieningenkelder van de kerk mocht er komen, met beperkt archeologisch onderzoek. Daarop gingen de archeologen naar de Raad van State, die nog uitspraak moet doen. Intussen is ook een petitie gestart voor een volledig onderzoek.

De kerk moet zichzelf bedruipen

Waarom wil de Nieuwe Kerk zo’n voorzieningenkelder? „De Nieuwe Kerk is eigendom van de Protestantse Gemeente van Delft”, legt voormalig voorzitter Arco Valkenburg uit, „dus niet van de gemeente of een stichting. We willen graag onafhankelijk blijven.” Om dat te bereiken moet de kerk zelf geld verdienen. Nu al betaalt elke bezoeker vier euro entree. Maar het moet groter. Valkenburg denkt aan symposia en concerten. Daarbij zouden zo’n 1.200 mensen aanwezig kunnen zijn.

Archeologisch onderzoek is duur, en duurt lang. „Er is zeven ton gereserveerd voor archeologie, en dat is wat de kerk betreft afdoende”, zegt Valkenburg. Vier ton van dit budget zal gebruikt worden voor onderzoek op de koninklijke grafkelder. Voor meer archeologisch onderzoek is simpelweg geen geld. Wat de gemeente betreft was dit voldoende reden het advies van hun eigen archeologische dienst naast zich neer te leggen.

Voor de archeologen staat meer op het spel. Als de Raad van State hen ongelijk geeft „is het hek van de dam”, zegt Hallewas. Dan wordt het voor andere gemeenten ook makkelijker „zomaar van alles te gaan bouwen” in hun kerken. De kerk had eind 2016 klaar moeten zijn, maar volgens Valkenburg is nu „jaren” vertraging ontstaan.