Column

Pim, Theo en Geert

Freek de Jonge is de laatste week ingegaan met zijn autobiografische colleges in het Rijksmuseum. Het publiek is hem behoorlijk trouw gebleven, getuige de opkomst bij het college over ‘Pim en Theo’, een onderwerp waarmee hij tijdens de voorbereiding zwaar had geworsteld, bekende hij.

Dat was te merken, want dit college begon met een betoog waarin weinig lijn viel te ontdekken. Enkele hilarische uitbarstingen mochten er zijn, maar verder ontstond toch vooral de indruk dat hij niet precies wist wat hij wilde beweren. Misschien lag het aan het feit dat de politiek hem ‘deep down’ niet zo erg interesseerde, zoals hij zelf zei.

Pim Fortuyn vond hij achteraf helemaal niet zo extreem, dat werden diens volgelingen pas. Hij liet enkele zogenaamd genuanceerde fragmenten horen uit een interview met Fortuyn, maar vergat dat deze zich ook veel radicaler heeft geuit. Bovendien zei Fortuyn in een van deze ‘gematigde’ fragmenten ook al dat „de grenzen dicht moeten zowel voor economische als politieke vluchtelingen”. Het is geen toeval dat Wilders Fortuyn altijd als zijn belangrijkste inspiratiebron noemt.

Ook zijn kijk op Van Gogh bleef aan de magere kant. Hij kwam niet veel verder dan de constatering dat Van Gogh ‘een pestertje’ was, iemand die ‘cultuurgebonden ironie’ bedreef die niet begrepen werd.

Dit alles was voor Freek de opmaat naar een scherpe aanval op het recente manifest van filosoof Marli Huijer en hoogleraar ethiek Martin van Hees, ondertekend door ruim 180 hoogleraren, filosofen en kunstenaars. „Stel jezelf niet de vraag: hoe houden we de vluchtelingen buiten de deur?”, schreven zij, „maar: hoe kunnen we goed met vluchtelingen omgaan?” Zij pleitten voor een open samenleving tegenover de gesloten samenleving van Wilders en Le Pen.

Freek isoleerde op vermakelijke wijze woordjes en zinnetjes uit het stilistisch soms onhandige manifest, maar hij maakte niet goed duidelijk wat hij er inhoudelijk op tegen had. Hij vond het elitair geneuzel, geloof ik, een nogal gemakkelijk verwijt. Verder noemde hij het opvallend dat hij er niet voor gevraagd was – tja.

Dankzij zijn gast Jean Tillie, hoogleraar electorale politiek aan de UvA, kreeg het college een duidelijker profiel. Het gesprek met Freek spitste zich toe op de kloof tussen elite en volk. „Links nam steeds meer afstand van de mensen over wie het ging, de PvdA liet de link naar de arbeidersklasse verloren gaan”, aldus Tillie. Hij adviseerde de PvdA de volkswijken in te gaan om emancipatiearbeid te verrichten.

Tillie zag in Nederland drie ontwikkelingen die hem ‘nogal zenuwachtig’ maakten. 1. De radicalisering van Wilders. „Begrijpelijk omdat hij geïsoleerd raakt van de samenleving”. 2. Wilders mobiliseert ook extreem-rechts. „Daardoor komt er geweld in de samenleving.” 3. Door zijn radicalisme vertegenwoordigt Wilders uiteindelijk niet meer zijn kiezers, hij marginaliseert zichzelf. „Dat is de tragiek van die kiezers.”

„Waarom bereikt Samsom die mensen niet?”, vroeg Freek. Tillie: „Politici als Samsom en Zijlstra verdedigen hun positie niet, ze doen een beetje hetzelfde als de PVV, ze echoën en spiegelen. Ik wil een politicus die zegt: ik vind dit, en als jij dat niet vindt, moet je niet op me stemmen.”

Zo werd het toch nog een ietwat chaotische, maar leerzame ochtend.