Nieuw Moco Museum mikt op ‘lekker toegankelijke kunst’

Op het Amsterdamse Museumplein opent zaterdag een nieuw particulier museum. Het Moco Museum wordt het eerste museum in de wereld met een Banksy-tentoonstelling.

Wat subversief begint, eindigt soms tandeloos in een gouden lijst. Neem de Werdegang van Banksy. De mysterieuze Britse ‘kunstterrorist’ maakte naam met bijtende schilderingen op verboden plekken. Zo hing in mei 2005 in het British Museum in Londen opeens een rotstekening van een holenmens die een winkelwagentje voortduwt – het duurde dagen voordat het museum besefte een kunstwerk rijker te zijn.

Op het Museumplein in Amsterdam krijgt Banksy een koekje van eigen deeg: daar opent zaterdag zonder zijn toestemming een grote tentoonstelling van zijn werk. Dat gebeurt in het Moco Museum, een nieuw particulier museum dat is gehuisvest in een monumentale stadsvilla tussen het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum. In soms wat protserige lijsten en afgeschermd door koorden presenteert het Moco Museum tachtig werken van Banksy. Ontwerper Piet Boon, de nieuwe Jan des Bouvrie, koos de kleur verf op de wanden en de fluwelen poefs.

Het Moco Museum (voluit: Modern Contemporary Museum) is een initiatief van Lionel en Kim Logchies, de eigenaren van de Lionel Gallery in de Nieuwe Spiegelstraat in Amsterdam. Al jaren speelde Lionel Loghies (45) met het plan om op grotere schaal „iets met kunst te gaan doen”, zegt zijn echtgenote. Pas toen zij vorig jaar ontdekten hoeveel een grote Banksy-tentoonstelling in hun galerie losmaakte, durfden zij hun plan te verwezenlijken, zegt Kim Logchies (42). „Onder onze klanten zijn verzamelaars met grote stukken van Banksy. Hoe gaaf zou het niet zijn, dachten wij, om die aan een groot publiek te tonen.”

Haar man, zegt ze, had al een geschikte locatie op het oog: de leegstaande Villa Alsberg, een ontwerp uit 1904 van een neef van Pierre Cuypers, de beroemde architect van het Rijksmuseum. Een droomlocatie, zegt Logchies. Toen het museum met Pasen op proef even open was, trok het direct 600 betalende bezoekers per dag. „Misschien moeten we straks wel met time slots gaan werken”, zegt ze.

Een museum in de strikte zin van het woord is het Moco Museum niet. Anders dan de buren beschikt de nieuwkomer aan het Museumplein niet over een eigen collectie en ook zal het geen onderzoek doen. Kim Logchies: „Als je ‘museum’ op de gevel zet, snappen mensen dat hier schilderijen aan de muur hangen waar je naar mag kijken als je een kaartje koopt.”

Nog een belangrijk verschil: het Moco Museum krijgt geen subsidie en moet gewoon winst maken. Logchies: „We zijn zeven dagen per week open en hebben driehonderd bezoekers per dag nodig.” Met haar man – „Lionel is van de inkoop, ik ben van de visie” – tekende ze een vijfjarig huurcontract voor de villa, maar bij tegenvallende resultaten kunnen ze over een jaar eventueel stoppen. Logchies: „We hebben ook nog een galerie en een gezin.”

De eerste tentoonstelling is gewijd aan Banksy en popartlegende Andy Warhol. Zo’n duopresentatie zou weleens het vaste concept kunnen worden, zegt Logchies. Ze denkt aan drie à vier tentoonstellingen per jaar. Wie in oktober de volgende exposanten worden, wil ze nog niet kwijt. Het Moco Museum hoopt in de toekomst aandacht te geven aan Salvador Dali, de Nederlandse videokunstenaar Irma de Vries, de Amerikaanse installatiekunstenaar Maya Hayuk en (voormalige) straatkunstenaars als Kaws en Os Gemeos. Ook zijn de Logchies in gesprek met een bekende Britse popster die aangeboden heeft zijn privéverzameling op te hangen.

„We mikken op lekker toegankelijke kunst”, zegt Logchies, „die het bij de jeugd en hippere ouderen goed doet. Ik wil namen op onze gevel waarbij de reactie is: ‘Die ken ik, dat snap ik.’ Als dat gebeurt willen mensen naar binnen.”

Behalve met street art zal haar museum zich ook anderszins onderscheiden, belooft Logchies. In het museum is een vegetarisch café-restaurant en de suppoosten zijn jonger dan bij de buren en dragen blazers met een tekst van Banksy (‘Laugh now, but someday we will be in charge’). Hippe ontwerpers hebben gezorgd voor verrassende souvenirs voor de museumwinkel, zoals een Banksy Disguise Kit, een doos met een kopie van de papieren zak die de kunstenaar ooit over zo’n hoofd droeg bij een van zijn spaarzame interviews.

Toen Kim Logchies in haar galerie vorig jaar haar eerste Banksy-tentoonstelling maakte, vertelde ze dat ze een paar jaar daarvoor met haar telefoon nog foto’s maakte van zijn werk zonder dat ze wist dat hij de maker was. Nu is ze samen met haar man de trotse directeur van het eerste museum in de wereld dat een tentoonstelling aan Banksy wijdt. Met een lach: „Wat kan het leven toch leuk gaan.”