Minister roept weer vragen op

Ard van der Steur schrijft dat Nederland al wist dat El-Bakraoui werd gelinkt aan aanslagen Parijs.

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) praat afgelopen vrijdag met agenten op het Binnenhof voordat de wekelijkse ministerraad begint. Foto BAS CZERWINSKI/ANP

Nog nooit was de positie van minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) zo wankel als nu. Na verschillende incidenten moet hij donderdag in de Tweede Kamer opnieuw opheldering geven over de Brusselse aanslagplegers Ibrahim en Khalid el-Bakraoui. De Kamer staakte het debat vorige week omdat Van der Steur basale vragen niet kon beantwoorden.

Dinsdagavond laat beantwoordde de minister alvast 68 schriftelijke Kamervragen. Maar ook deze antwoorden roepen nieuwe vragen op, waar Van der Steur in het debat donderdag duidelijkheid over moet geven.

In het debat van vorige week vroeg de Kamer waarom een Amerikaanse veiligheidsdienst het belangrijk vond om Nederland te informeren over de Belgische broers El-Bakraoui. Had de dienst wellicht aanwijzingen dat ze in Nederland waren? „Ik heb geen idee waarom de FBI een e-mail heeft gestuurd aan Nederland”, zei de minister. Direct na het debat bleek dat niet de FBI, maar de New Yorkse politie de afzender was.

Nu schrijft Van der Steur dat deze tip niet specifiek aan Nederland was gericht. Het bericht was verspreid onder politieliaisons van meerdere ambassades, waaronder Nederland.

Weinig actie ondernomen

Wat vooral een rol lijkt te gaan spelen in het debat van donderdag, is de nieuwe informatie in de brief van de minister. Nederland wist al sinds januari dat Khalid el-Bakraoui door België werd gelinkt aan daders van de aanslagen in Parijs. En op 17 maart – een week voor de aanslagen in Brussel – hoorde Nederland dat ook zijn broer Ibrahim in verband werd gebracht met dit terreurnetwerk. Deze Ibrahim was een jaar eerder op Schiphol geland nadat Turkije hem uitzette als vermoedelijke Syriëganger.

Nadat Nederland hoorde van de terreurlink van de broers El-Bakraoui lijkt het erop dat Nederland weinig actie ondernam om te ontdekken of Ibrahim nog steeds in Nederland was. Zijn naam werd nog eens door de Nederlandse politiesystemen gehaald en de geheime dienst werd geïnformeerd.

Van der Steur kan slechts zeggen dat er „geen aanwijzingen” zijn dat Ibrahim el-Bakraoui „na zijn landing op Schiphol in Nederland is gebleven”.

Volgens de minister zijn in Nederland „de acties uitgevoerd die uitgevoerd moesten worden”. Maar hij geeft toe dat er „meer proactief in internationaal verband” gewerkt kon worden. Er kan „alerter en assertiever worden gehandeld”.

Als de Kamer hem hier donderdag over bevraagt, is het essentieel dat Van der Steur geen fouten meer maakt, ook geen kleine.

Want de verwarring tussen de FBI en de New Yorkse politie vonden Kamerleden op zichzelf ook geen grote fout. Maar door de opeenstapeling van fouten bij Justitie lijkt het erop dat het ministerie geen controle meer heeft. „Dit geeft het beeld van een uitvoeringsorganisatie, een ambtelijke top en een politieke top waar gaten tussen lijken te vallen”, zei D66-leider Alexander Pechtold.

In het debat wil de Tweede Kamer donderdag bovenal het vertrouwen hebben dat de Nederlandse veiligheid bij Van der Steur in goede handen is. Binnen de coalitiepartijen VVD en PvdA wordt erop vertrouwd dat de minister zich dit keer zó goed zal voorbereiden, dat hij het debat kan overleven.

Ook de oppositie is welwillend. Niemand zit erop te wachten dat weer een nieuwe minister ingewerkt moet worden op zo’n belangrijk ministerie.

Maar Van der Steur moet donderdag wel met een goed verhaal komen. Als hij net als vorige week geen antwoord heeft op basale vragen, is er een reële kans dat een deel van de Kamer het vertrouwen in hem opzegt.

Van der Steur moest in het ruime jaar dat hij minister is, al drie keer zijn excuses aanbieden. Eerst voor de door justitie geregisseerde foto van Volkert van der G. Daarna over zijn aandeel in de ‘Teevendeal’, waar hij als Kamerlid meeschreef aan een omstreden persbericht van het ministerie. En vervolgens over zijn diskwalificerende opmerkingen over MH17-expert George Maat, wiens lezing voor studenten de minister „smakeloos” noemde.

Een vertrek van Van der Steur zou vooral pijnlijk zijn voor de VVD. Veiligheid en Justitie was het enige ministerie waar de VVD bij de formatie een minister én een staatssecretaris mocht leveren. Minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven bewaakten samen het imago van ‘law and order’. Dat was één van de belangrijkste onderwerpen van de VVD-verkiezingscampagnes.

Paradepaardje

Het ministerie bleek geen paradepaardje, maar een hoofdpijndossier te worden. Maart vorig jaar stapte Opstelten op nadat het door hem als ‘onvindbaar’ beschouwde betalingsbewijs van de schikking met drugscrimineel Cees H. tóch werd gevonden. Teeven vertrok ook.

De val van wéér een minister zou ook Mark Rutte als leider van het kabinet beschadigen. Hij zou moeten uitleggen waarom hij op één ministerie al twee ministers is kwijtgeraakt.

Onder meer de PvdA, D66 en ChristenUnie zien in de vele incidenten hun gelijk bevestigd dat het ministerie te groot is en dat het bij de volgende formatie gesplitst moet worden. Zij willen de politie weer onderbrengen bij Binnenlandse Zaken.