Minister mag geen fout meer maken

De coalitie vertrouwt erop dat Van der Steur donderdag met de juiste informatie komt over de aanslagpleger op Zaventem die via Nederland reisde. Maar elke nieuwe fout kan fataal zijn.

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) praat begin dit jaar met agenten op het Binnenhof voor aanvang van de wekelijkse ministerraad. Foto BAS CZERWINSKI/ANP

Nog nooit was de positie van minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) zo wankel als nu. Na verschillende incidenten moet hij donderdag in de Tweede Kamer opnieuw opheldering geven over de Brusselse aanslagpleger Ibrahim el-Bakraoui. De Kamer staakte het debat vorige week omdat Van der Steur basale vragen niet kon beantwoorden.

De Kamer wilde weten waarom een Amerikaanse veiligheidsdienst het van belang vond om Nederland te informeren over El-Bakraoui, een Belg. Had de dienst wellicht aanwijzingen dat de man in Nederland was? „Ik heb geen idee waarom de FBI een e-mail heeft gestuurd aan Nederland”, zei de minister. Direct na het debat bleek dat niet de FBI, maar de politie van New York de afzender was.

Dinsdagavond laat beantwoordde Van der Steur alvast 68 schriftelijke Kamervragen. In Nederland zijn „de acties uitgevoerd die uitgevoerd moesten worden”, schrijft hij. De informatie van de New Yorkse politie was volgens de minister niet specifiek aan Nederland gericht. Het was verspreid onder politieliaisons van meerdere ambassades, waaronder Nederland.

Opeenstapeling van fouten

Maar Van der Steur geeft toe dat er „meer proactief in internationaal verband” gewerkt kon worden. Er kan „alerter en assertiever worden gehandeld”. Donderdag zal de Tweede Kamer hem vooral hierover scherp bevragen. Had er niet assertiever opgetreden moeten worden? Wat gaat Van der Steur doen om dit te verbeteren?

Het is essentieel dat Van der Steur nu geen enkele fout meer maakt, ook geen kleine.

Want de verwarring tussen de FBI en de New Yorkse politie vonden Kamerleden op zichzelf ook geen grote fout. Maar door de opeenstapeling van fouten bij Justitie lijkt het erop dat het ministerie geen controle meer heeft. „Dit geeft het beeld van een uitvoeringsorganisatie, een ambtelijke top en een politieke top waar gaten tussen lijken te vallen”, zei D66-leider Alexander Pechtold.

In het debat wil de Tweede Kamer donderdag bovenal het vertrouwen hebben dat de Nederlandse veiligheid bij Van der Steur nog steeds in goede handen is. Binnen de coalitiepartijen VVD en PvdA wordt erop vertrouwd dat de minister zich dit keer zó goed zal voorbereiden, dat hij het debat kan overleven.

Ook de oppositie is welwillend. Niemand zit erop te wachten dat weer een nieuwe minister ingewerkt moet worden op zo’n belangrijk ministerie.

Maar Van der Steur moet donderdag wel met een goed verhaal komen, zeggen Kamerleden. Als hij net als vorige week geen antwoord heeft op basale vragen, is er een reële kans dat ze het vertrouwen in hem opzeggen.

Een vertrek van Van der Steur zou vooral pijnlijk zijn voor de VVD. Veiligheid en Justitie was het enige ministerie waar de VVD bij de formatie een minister én een staatssecretaris mocht leveren. Minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven bewaakten samen het imago van ‘law and order’. Eén van de belangrijkste onderwerpen van de VVD-verkiezingscampagnes.

Te groot ministerie

Het ministerie bleek geen paradepaardje, maar een hoofdpijndossier te worden. Maart vorig jaar stapte Opstelten op nadat het door hem als ‘onvindbaar’ beschouwde betalingsbewijs van de schikking met drugscrimineel Cees H. tóch werd gevonden. Teeven vertrok ook.

De val van wéér een minister zou niet alleen de VVD, maar ook premier Mark Rutte beschadigen. Hij zou moeten uitleggen waarom hij op één ministerie al twee ministers is kwijtgeraakt.

Onder meer de PvdA, D66 en ChristenUnie zien in de vele incidenten hun gelijk bevestigd dat het ministerie te groot is en dat het bij de volgende formatie gesplitst moet worden. Zij willen de politie weer onderbrengen bij Binnenlandse Zaken.

    • Christiaan Pelgrim