Medea als krachtig anti-toneel

Bedwelmend zijn de herhalingen van actrice Raymonde de Kuyper die op een avond besluit niet op te komen in de rol van Medea. In de voorstelling Ik speel geen Medea van Magne van den Berg staat ze naast een kubusvormig decor opgetrokken uit knisperende goudfolie. Langzaam begeeft ze zich naar binnen, die toneelkooi in, maar haar weigering neemt halsstarrig toe. Ogenschijnlijk heeft ze enkele beweegredenen, zoals de slechte minirecensie over haar rol als Medea, over de koude koffie in het harteloze theater waar ze moet optreden. Maar er is meer aan de hand: ze gehoorzaamt aan een buitensporige, intense roep die haar de wetten van het theater doen overschrijden. Eenvoudigweg door naar huis te gaan.

Na haar daadwerkelijke vertrek met klikklakkende hakken ruist het doek ineen en verschijnen, als uit het niets, José Kuijpers en Ria Marks. Ze symboliseren in witte gewaden, voorzien van bloedrode patronen, het klassieke koor. Met geen woord rept deze voorstelling over de fameuze kindermoord. Het koor herhaalt, soms staccatoachtig irritant in tweestemmig zingzeggen maar aldoor indringend met subtiele variaties, het besluit van de actrice een grootse daad te stellen. Vanaf die avond heeft ze afscheid genomen van het theater, wat gelijkstaat aan Medea’s kindermoord. Regisseur Paul Knieriem doet geen concessie aan smedig of toegankelijk theater en brengt een obsessieve, cerebrale uitvoering. De hamerende, verbale kracht om deze anti-theaterdaad te stellen is onontkoombaar.